Het recept tegen de verhufterde wereld op internet

Facebook moordt niet. Ouders en hulpverleners moeten mee met de tijd!

Joop opiniemaker Jeroen Mirck roept op de verhuftering in de samenleving aan te pakken. Dat doet hij naar aanleiding van ‘De Facebookmoord’. In zijn artikel benadrukt hij dat niet social media, maar de verhufterde samenleving de oorzaak van het geweld is. Asociaal geweld moeten we daarom hard aanpakken, vindt hij. Het is een uitspraak die een beetje voelt als de Fred Teeven-uitslag die op mijn huid komt opzetten als deze staatssecretaris roept om nog meer repressiemaatregelen tegen onze losgeslagen jeugd.

Beide heren zoeken het in de totaal verkeerde richting. We hebben geen nieuw sanctiebeleid nodig. We moeten ouders, docenten en hulpverleners zover krijgen dat ze met de tijd meegaan. Zij moeten gaan inzien welke impact social media hebben op kinderen en leren hoe ze escalatie kunnen voorkomen.

In het geval van de Facebookmoord hebben we met twee zaken te maken: 1. Puberende kinderen die de gevolgen van hun acties niet overzien en 2. Een ontoerekeningsvatbaar kind dat al nauwelijks in staat is überhaupt een inschatting te maken.

Deze problemen zijn van alle tijden, maar social media werken drempel verlagend, bieden een platform voor het ophopen van emoties en versnellen het proces van het maken van de emo-bom die dan uiteindelijk barst. Dat hebben we gezien bij de zaak van Winsie. De rechtszitting heeft om die reden een maatschappelijk belang. Ik vind het een groot teken dat rechters de privacybescherming van de dadertjes opzij zet om de zitting in het openbaar te houden. Zo’n beslissing neemt een rechter niet zomaar. Het trieste is zelfs dat hij dit pas doet nadat er slachtoffers zijn gevallen.

Het frappante is dat mensen nu denken dat de rechters de schuld ook deels bij Facebook leggen.

Ook vraagt men zich af of criminaliteit als gevolg van pesterijtjes op Facebook of Twitter nu vaker voorkomen. Want als dat niet zo is, waar maken we ons dan eigenlijk druk over? De cijfers van jeugdcriminaliteit laten een dalende trend zien terwijl krantenkoppen over geëscaleerde cyberpesterijtjes, twitterzelfmoorden en cybercrime iedere week voorbij komen. Is dat niet alarmerend genoeg? Volgens mij is het zo dat cijfers iets zeggen over geschiedenis. Wat kranten schrijven gaat over actualiteit.

De discussie over de gevaren en risico’s van social media voor kinderen wordt nu gelukkig gevoerd. Toch blijven mensen in het geval van Winsie doorbakkeleien over de schuldvraag. We zouden het juist moeten hebben over het feit hoe we samen als volwassenen leren hoe we onze kinderen in dit digitale tijdperk bewust maken van hun acties. Dat gesprek gaat over opvoeding en vergt een inhoudelijke discussie tussen ouders, docenten en hulpverleners. Zij zijn de experts van het opvoeden en zouden tips & tricks kunnen delen en elkaar wegwijs moeten maken in de wereld van social media.

Onze normen en waarden krijgen we van huis uit mee, maar in de praktijk zie ik die opvoedtaak steeds vaker sneuvelen. Ouders hebben het druk met hun carrière en sociale verplichtingen. Onze maatschappij vraagt nogal wat van ze. De betekenis van werk moet voldoen aan economische criteria. En als dat niet zo is, dan werken we niet hard genoeg en wordt onze inzet minder gerespecteerd. Zingeving en welzijn hebben het verloren van economische belangen. Zo komt het dat veel ouders druk ervaren om te werken voor hun baas en de opvoeding van de kinderen er bij in schiet.

Op de lange termijn kunnen we zo niet doorgaan. Het is tegenwoordig diep triest gesteld met de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Het is zelfs zo beschamend dat scholen in paniek dure managers aanstellen om ouders meer bij hun schoolgaande kinderen te betrekken. Werkelijk een hondenbaan en het is ook eigenlijk te zot voor woorden. Om even een voorbeeld te geven. Als mijn stichting het ‘Bewust Online’ project op een school heeft afgerond en de ouders van deze kinderen wil uitnodigen voor een interactieve lesavond over social media staan docenten te springen. Alleen dan komt de ‘maar’. ‘Hoe krijgen we in godsnaam die ouders hier naartoe?’ Er zijn scholen waar het goed gaat, maar juist de scholen die het zo nodig hebben, daar komen de ouders niet.

Jeroen Mirck gebruikt het cliché ‘De maatschappij ben je zelf’ met de illusie hiermee asocialen tot brave burgers om te toveren. Een beetje naïef vind ik dat wel. Ik heb zelf geen kinderen, maar als mijn vader me tot de orde roept door te zeggen: ‘Lieverd, onthoudt een ding goed! De maatschappij ben je zelf’, dan pis ik denk ik in mijn broek van het lachen. Met zo’n lege huls red je geen kinderlevens. Laat staan met Mirck’s tweede tactiek; asocialen harder aanpakken. Volgens mij hebben talloze onderzoeken aangetoond dat geen mens beter wordt van de isoleer.

De gevaren en risico’s van social media zijn een bewustwordingsproces. Wij van Stichting Wolf proberen het debat hierover te stimuleren. Laten we daar dan nu gelijk mee beginnen voordat de volgende column verschijnt van iemand die het nodig vindt te roepen dat de maatschappij is verhard en zijn medeburgers beticht van hufterigheid. Doe er dan wat aan!

Lees hier het artikel van Jeroen Mirck: Hoezo Facebook-moord?

Margaux Tjoeng is naast haar redacteurschap projectmanager bij Stichting Wolf. Een organisatie bestaande uit jonge twintigers die jongeren meer bewust wil maken van maatschappelijke thema’s. Momenteel geeft zij voorlichtingsworkshops over social media aan zowel jongeren, ouders en docenten.

Volg Margaux ook op Twitter

Advertenties

De ongelofelijke reis van onze hockey beauty’s

Greatness, dat was het wat onze hockeyvrouwen lieten zien. Opmerkelijk dat viezeriken op Twitter het alleen over geile paardenstaartjes hebben

Gisteren kroop ik bijna in mijn televisie van de spanning. Onze hockeydames waren bezig de ‘black sticks’ uit Nieuw-Zeeland te verslaan. Dat ging niet makkelijk. Het was een heftig potje hockey van het hoogste niveau met beslissende shoot-outs aan het eind. Dat zijn geen lullige strafballen zoals ze bij voetbal kennen, maar een manier waarop zowel de keeper als de shooter zijn hersenen moet gebruiken. De hoofdrol ging uiteindelijk naar de Nederlandse keepster Joyce Sombroek die het hoofd koel hield en Nederland naar de finale bokste. Chapeau!

Hockey behoort tot mijn meest favoriete Olympische sporten omdat teamsporten in mijn ogen het meest compleet zijn. Ik heb zelf geen hockeyachtergrond, maar voor mij laten onze Nederlandse chicks met sticks zien waar ‘sport’ over gaat. Het is flink presteren, beheersing en controle, strategie en visie, vuil werk opknappen, iets heel erg graag willen en lol hebben. En dat allemaal met elkaar.

Het mooie van een teamsport vind ik ook dat het bijna een soort van verlicht spelletje. Om te winnen is er geen plaats voor ego’s. Wel voor karakters. Die laten zich ook vooral zien wanneer zich onredelijkheid op het veld voordoet. Onze vrouwen staan dan hun vrouwtje en onze hockeydames doen dat nog charmant ook. En nog een reden waarom het zo leuk is. Daar raakt de twitterende wereld niet over uitgesproken. Die gespierde bovenarmen, korte rokjes, zwiepende paardenstaartjes en brutale snoetjes. Het is inderdaad een feestje om te zien.

Verwonderlijk vond ik het dan ook niet dat hockey binnen een paar minuten trending werd op Twitter. Maar waar had men het over? Even kijken. Naast alle schattige liefdesverklaringen en huwelijksaanzoeken had men het voornamelijk over Ellen Hoog. Zij is het meest ‘geile exemplaar’ als je Twitter moet geloven. Het incident waarbij ze inhakte op de schedel van tegenstandster Katie Glynn wordt haar door haar kwijlende fans snel vergeven. Want, ‘She’s lovely’, twittert nota bene de Nieuw-Zeelandse sportreporter James McOnie.

Dan verschijnen op Twitter links naar foto’s van het hockeymeisje. Die zijn inderdaad niet onaardig. Hoog wordt afgerekend op een modellenshoot in lingerie voor FHM waar ze zich als levendige tiener met lef eens aan waagde. Ene Ralph hoopt dat ze haar prijzengeld gebruikt om te investeren in een setje siliconenborsten. Er zijn kennelijk mensen die tijdens een potje hockey met andere ballen bezig zijn. En dan zijn er nog allerlei andere fantasten die hopen op oranje paardenstaartjes in de Playboy.

Twitter kookt van de Nederlandse geile hockeydames. Bah! Is het werkelijk nodig op het moment dat deze gevreesde hockey internationals Nederland naar de finale schieten? Het is een smet op een grootse prestatie en bovendien doet het geen recht aan de wijze les die ze ons leren. Namelijk hoe je als team samenwerkt, een crisis oplost en de overwinning binnensleept. Daar kan iedereen wat van leren. Dan mag je niet aankomen met excuses dat je even niet hebt opgelet omdat je was afgeleid door meisjes in korte rokjes.

“Als de wereld maar niet denkt dat we er allemaal zo heerlijk uitzien”, zei een Nederlandse fan gisteren. Het is een leuk compliment voor de hockeydames, maar mist de kern van dit verhaal. Lucia Rijker, de godmother van het vrouwenboksen en de vrouwensport in het algemeen, legt gisteravond nog even uit hoe alle vrouwen van deze Olympische Spelen de geschiedenis moeten ingaan.

“Vrouwen kunnen vechten”, zei ze gisteren in Londen Late Night tegen Mart Smeets. En dat kunnen ze volgens haar omdat het hen niet alleen om medailles gaat. “Ze hebben een persoonlijkheid die ze willen laten zien. Als je niets wint, heb je nog je eigen eer en die is belangrijker dan wat dan ook.” Ongeacht wat de dames buiten het veld doen. Gisteren ging het erom wat ze binnen het veld deden. En daar kun je ze alleen om prijzen.

Aan het begin van de Spelen waren het al de vrouwen die de vlaggen droegen, daarna waren zij het die de meeste medailles binnen haalden en nu blijken ze ook nog de meeste wijsheid in pacht te hebben. Laat die geile mannen dan maar met hun Playboy fantasieën. Blijven ze lekker dom van.