Een hondenbaan in de oceaan

Een succesweek voor de walvissen. Nu de rest nog

Bijna iedere dag ben ik wel bezig met een verhaal over onze oceanen. Overbevissing, vervuiling en klimaatverandering zijn de leidende thema’s en stemmen vaak niet vrolijk. Toch levert deze hondenbaan me meer op dan ik ooit had gedacht en vandaag in het bijzonder.

Walvissen en dolfijnen zijn altijd al de boegbeelden van de oceanen geweest en deze week staan ze extra in de spotlights. Rotterdam heeft besloten de doorvoer van walvisvlees te stoppen. Hurray! In Den Haag staat de Japanse overheid voor het gerecht vanwege hun walvisjacht. Dat werd tijd! En morgen wordt overal op de wereld geprotesteerd tegen de gevangenschap van dolfijnen, walvissen en orka’s. Dolfinariumbazen mogen ook best eens voelen hoe stressvol het leven tussen twee muren is.

De groten uit de oceanen krijgen niet alleen vanwege hun omvang de meeste aandacht. Ook vanwege hun emotionele intelligentie voelen we ons met ze verbonden. Zoals een dolfijn de orders van zijn trainer opvolgt, zo goed luistert een gesocialiseerde hond thuis ook naar zijn baas. We denken ze wel een beetje te begrijpen die dolfijnen, maar toch is het een wereld van verschil; een autoritje naar een dolfinarium of 200 mijlen ver de zee opvaren en daar tot de conclusie komen dat je kotsmisselijk bent en de zee niet jouw wereld is.

Toch hoef je geen waterrat te zijn om het onderwaterleven te leren begrijpen. Afgelopen week leerde ik de Portugese onderwaterfotograaf en documentairemaker Gonçalo Gomes kennen. Gonçalo is de ‘inspector gadget’ van de zee. Jarenlang was hij gefascineerd door de grote zeezoogdieren. Hij bracht maanden op zee door, alleen nog maar om hun gedrag te bestuderen zodat hij ze goed op film kreeg. Nu is hij teruggekeerd naar zijn thuishonk op Madeira. Het Garajau marine reservaat is de plek waar hij opgroeide, leerde duiken en waar hij een speciale band opbouwde met de mero. Gonçalo noemt de beschermde tandbaarsen ook wel de honden in zijn achtertuin. Als hij me meeneemt naar een diepte van 15 meter snap ik waarom.

DSC00212Als we afdalen komen we al snel de 40 kilo zware Pints tegen. Hij is één van de oudste mannetjes in het reservaat. Zoals een hond zijn baasje begroet, zo opgewonden is Pints. Hij zwemt rondjes om Gonçalo en laat zich onder zijn kin kietelen. We besluiten een zee-egel voor hem open te maken en terwijl Pints driftig rondzwemt om alle andere kleine vissen weg te jagen, doet zijn vriendinnetje haar intrede. De vorige dag zijn ze samen kussend en vrijend in een hoekje gespot. Een bijzondere gebeurtenis want nog niet eerder vonden duikers aanwijzingen dat de mero waarvan er nog maar vijf in het reservaat leven, zich voortplant. Bovendien is de mero hermafrodiet en blijft hun voortplanting één groot mysterie.

Als we weer bovenkomen vraagt Gonçalo of ik nu begrijp waarom hij zijn handen in het vuur steekt voor het behoud van het reservaat. Onder de naam ‘Gogo image’ vecht hij tegen de achteruitgang van de oceanen. Hij legt niet alleen de schoonheid van het onderwaterleven vast, maar springt er ook in om de mate van vervuiling te registreren. Zijn films hebben in Portugal maar ook in het buitenland prijzen gewonnen en zijn visie op het oceaanleven is net zo imponerend. ‘”Als iedereen de mogelijkheid had om het onderwaterleven zelf te aanschouwen, dan zal de zee er heel anders uitzien.”

Met het Garajau reservaat en de mero’s gaat het redelijk goed, maar toch maakt Gonçalo zich zorgen. Niet vanwege de illegale jacht op zijn vis, maar de oceaanvervuiling. Meerdere malen nodigde hij politici van zijn eiland uit voor een duikavontuur, maar zelfs met een snorkeltripje kreeg hij ze niet het water in. Hij vreest dat de grote mannen meer worstelen met belangen dan dat ze het gevecht met hun eigen emoties aandurven. Negatief gestemd is hij echter niet zolang hij zijn films kan blijven maken. “Als iemand je slaat, moet je hem je andere wang tonen. Zo is het.”

Advertenties

Goud geld verdienen met onderwater dino’s

Een klassiek verhaal over het bizarre rechtssysteem in de visserij, de machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet

IMG_0895Vanochtend stond ik om 04.30 uur naast mijn bed om de dinosaurusachtige ‘espada’ te zien. Helaas niet levend, want deze diepzeevis leeft minimaal een halve kilometer onder water dus kun je hem alleen zien als hij al gevangen is. De ‘Black Scabbard’, in Nederland ook wel de zwarte haarstaartvis is één van Portugal’s oogappeltjes. Een knapperd is het echter niet. Met zijn lange dikke zwarte lijf, uitpuilende doffe ogen en scherpe tandjes lijkt hij meer op een dinosaurus voor wie je hard zou wegzwemmen als je hem levend tegenkomt. Het verhaal over dit lelijke onderwater eendje is echter ironisch. Het is een klassiek voorbeeld van het bizarre rechtssysteem dat geldt voor de visserij, de smerige en machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet.

Aangekomen in de haven liggen sommige vishandelaren nog achter hun stuur een tukkie te doen. De vangst van de dag is nog niet binnen, maar dan ineens verplaatst iedereen zich razendsnel van de voordeur naar de achterkant van het gebouw. Kratten vol met espada, sardines, lapas en ander zeebanket worden vanuit boten naar binnen gesleept. Vishandelaren verzamelen zich op de tribune en wanneer het theater van het bieden voorbij is, verdwijnt de vis achterin bestelauto’s richting de markt.

Een lokale visser komt naar ons toegelopen. Hij is verrast dat twee meisjes vroeg zijn opgestaan om de vers binnengekomen espada te bekijken. “Weinig vangst vandaag”, zegt hij terwijl hij friemelt aan het vloeitje dat hij zojuist heeft gevuld met tabak. “Als je gisteren was gekomen had je meer espada gezien.” De ogen van de visser die zich inmiddels heeft voorgesteld als Antonio beginnen te glimmen. Omdat hij van Madeira is weet hij als geen ander te vertellen over ‘zijn vis’. Madeira ligt middenin de diepe Atlantische Oceaan, een situatie die lokale vissers al vroeg dwong een creatieve oplossing te vinden om van grote diepte vis naar boven te halen. Daarmee waren Maderiaanse vissers in de jaren tachtig het meest deskundig op het gebied van longlining.

Portugal leerde het longline vissen van Madeira en de rest van de wereld leerde het longline vissen weer van Portugal. Inmiddels wordt espada en andere diepzeevis met behulp van sleepnetten uit het water gehaald. Na jaren van overbevissing schakelden trawlers over op het diepzeevissen om andere vissoorten te vinden. De Portugese espada dook ineens ook op in andere zeeën en om de angstaanjagende vis populair te maken veranderden de Fransen zelfs zijn naam.

Zo’n 60 van de 285 diepzeetrawlers varen onder Spaanse vlag. Een andere grote Europese speler is Intermarché, vernoemd naar de gelijkname Franse supermarktketen. De vloten van Intermarché kregen tussen 2006 en 2010 bijna 10 miljoen euro subsidie om hun vangst te ‘verduurzamen’. Inmiddels roepen organisaties als Greenpeace en Bloom Association op te stoppen met diepzeetrawling. Omdat er nog weinig diepzeevis over is, maar ook omdat de pelagische ecosystemen de meest kwestbaren op aarde zijn. Diepzeevissen kunnen heel oud worden, maar het duurt ook heel lang voordat er weer genoeg diepzeevissen zijn omdat ze een laag metabolisme hebben. In Brussel is er veel kritiek op diepzeetrawling, maar Frankrijk en Spanje blijven een moratorium boycotten. In deze landen is de espada de meest gegeten diepzeevis. Intermarché heeft zelfs een machine laten ontwerpen om in een handomdraai filets uit de espada te drukken.

Hoewel ik geen Portugees spreek en mijn fotografe de vertaling doet, kan ik Antonio goed volgen. Gepassioneerd vertelt hij over hoe haaien soms de lijnen vernielen en vervolgens de gevangen espada oppeuzelen. “Vissen zijn slimmer dan wij! En je moet oppassen, want ze kunnen jou ook opeten!” Over zijn toekomst maakt hij zich niet al te druk. Dat de espada overbevist wordt is niet zijn probleem. “Die Spanjaarden met hun grote boten”, zegt hij op geïrriteerde toon. Een aantal keer heeft hij mot gehad met een Spaanse trawler omdat die zijn netten had uitgegooid op de plek waar Antonio zijn longlines had uitgelegd. “Moderne piraterij was het gevolg”, zegt Antionio die er nu om kan lachen. “Maar die netten van hun zijn niet goed”, legt hij uit. “Niet alleen vanwege de bijvangst, maar ze vernielen ook de vis. De huid van de espada scheurt open en dan loopt alles eruit.” Volgens hem is de Portugese espada nog steeds het beste omdat die met longlines wordt gevangen. “Daarmee is ook de bijvangst minimaal en als we toch een walvis of schildpad vangen brengen we die naar het marine instituut.”

Ana Marta, mijn Portugese fotografe, vertelt me later dat Antonio 55 is en zijn hele leven in de visserij heeft gewerkt. “Hij kan niet lezen en schrijven. Moeder jong overleden”, is haar korte uitleg. Antonio is een man die op zee heeft geleerd hoe het leven in elkaar zit. Als ik hem vraag of het wat uitmaakt dat het zeegebied rondom Madeira beschermd wordt voor lokale vissers schudt hij zijn hoofd. “Ik kom net van de Azoren, hier is geen vis meer.”

Samen kijken we naar een krat die half gevuld is met espada. Het is duidelijk te zien hoe ze aan het eind van hun leven zijn gekomen. De haken van de longlines hebben hun mondhoeken doorboord. Sommigen liggen met opengesperde bek naar boven te staren terwijl het bloed uit de gaten wegloopt. Antonio aait met zijn hand over de buik van een dode espada, een beetje zoals een boer geruststellende op de billen van zijn koe klopt. Liever zou hij zien dat er een moratorium wordt afgekondigd en zijn overheid hem betaalt om niet te vissen.

Baarsachtigen als espada worden sterk overbevist in de Atlantische Oceaan, vooral door trawlers lees ik later thuis in een onderzoek van Greenpeace. In 2009 riepen zeebiologen Europese supermarkten op om geen diepzeevissen meer in te kopen. De contracten tussen trawlers en supermarkten zijn al opgesteld voordat de vis gevangen is. Daarmee is de prijs van de espada al bepaald voordat vissers als Antonio die uit het water halen. Voor Madeira is de vangst voor lokale doeleinden en om die reden wordt de vis hier nog wel op de ouderwetse manier verhandeld. Op het vaste land wordt de inkoop en verkoop geregeld door één bedrijf die de espada aan grote supermarkten verkoopt.

Onderzoekers proberen momenteel met meer bewijzen aan te tonen dat de vangst op diepzeevissen als de espada moet stoppen. Het is echter haast onmogelijk om de dieren te monitoren. Ze leven op dieptes tussen de 600 en 1700 meter. Het is daar uiterst donker en geen duiker die er kan komen. Het is bizar dat onderzoekers bewijzen moeten leveren om de diepzeetrawlers aan land te houden terwijl de visindustrie hun netten mocht uitgooien zonder te bewijzen dan hun manier van vissen geen schade zou aanrichten.

Als Ana Marta en ik terug de heuvels van Funchal oplopen passeren we diverse restaurants waar we espada kunnen eten: gegrilde espada met olijfolie en knoflook, espada met banaan of espada met passievrucht. Voor een toerist lijkt het stukje witvis op kabeljauw met een tropisch tintje. Eerlijk, ja, ik heb hem zelf ook gegeten en ja, hij is lekker, maar ik weet nu ook waar deze zwarte en interessante dinosaurus vandaan komt. Hij mag dan wel een dikke huid hebben, maar wij als consumenten moeten hem beschermen tegen de machtige visindustrie.

Happy world ocean day!

Ocean

Wat geef jij de oceaan terug in ruil voor zuurstof?

De oceaan is ons grootste ecosysteem op Aarde. Onze planeet bestaat voor tweederde uit water en daar komt zo’n 70 procent van onze zuurstof vandaan. Dit mooie ecosysteem wordt echter in rap tempo afgebroken door onze manier van leven. Zo’n 50 tot 60 procent van onze visvoorraad wordt overbevist, 90 procent van onze roofvissen is verdwenen en de opwarming van de aarde maakt het ecosysteem aan alle kanten kapot.  Onderzoekers menen zelfs dat over 30 jaar de zee is leeggevist. Vandaag is het ‘World Ocean Day’. Een dag waarop ik er bij stil sta hoe we de achteruitgang van onze oceanen stoppen. Wat geef jij de oceaan terug in ruil voor zuurstof?

De meeste mensen zullen dit mooie weekend naar de Noordzee trekken. Deze zee was lang geleden nog helder, maar inmiddels is het één grote modderige plomp geworden. In Wijk aan Zee waaien ook nog eens de toxines van TATA Steel door je haren en wie het waagt een duik in het water te nemen zal het ijzer proeven. In de Middellandse Zee waar de meeste Nederlandse gezinnen deze zomer naartoe gaan is de situatie net zo dreigend. Het water ziet er misschien nog schoon uit, maar vis zul je er niet vinden, 80 procent van de Middellandse Zee wordt overbevist en jaarlijks raken 100.000 walvisachtigen en schildpadden verstrikt in netten.

Omdat ik bezig ben met een groot research project naar de overbevissing in onze oceanen heb ik afgelopen week een aantal cijfers op een rijtje gezet. Al mijn ontdekkingen waren even schokkend, maar één cijfer in het bijzonder is deze keer goed blijven hangen. Slechts 1 procent van onze oceanen is beschermd natuurgebied. Dat terwijl op ons aardoppervlak, waar onze planeet maar voor één derde deel uit bestaat, 10 tot 15 procent beschermd wordt. Dit is wellicht logisch te verklaren omdat de mens op het land leeft, maar we vergeten echter hoe beestachtig we te werk gaan in onze oceanen en hoeveel die ons eigenlijk teruggeven.

Een andere schokkende ontdekking vind ik nog altijd dat zo’n 30 tot 40 procent van de wereldwijde visvangst wordt gebruikt om varkens, kippen, huisdieren en kweekvis te voeren. Onze duurzame kweekzalm bijvoorbeeld wordt gevoed door miljoenen sardientjes. In Europa geldt dat we geen dieren mogen voeden met andere dieren. Er is echter één uitzondering. Als het om vis gaat is het wel ok. Wie ziet hier een duurzame logica anders dan een economische?

Van alle bedrijfstakken was de visserij de afgelopen eeuw de meest verborgen industrie waar miljarden in om gaan. Wie ZEMBLA heeft gezien weet dat het niet gaat om ‘vissers’ die zich netjes aan de regels houden. Het zijn business mannetjes. Er wordt gesjoemeld met logboeken waarin de visvangst genoteerd wordt en goede vis wordt weer overboord gegooid omdat ze het niet kunnen verkopen. In ruil daarvoor hebben wij een goedkoop visje op ons bord terwijl een aantal heren in pak heel erg rijk worden.

Nederlanders zijn geen grote viseters, maar dat betekent niet dat we geen invloed hebben. In de 16de en 17de eeuw hebben Nederlandse vloten goud geld verdiend met de haringvisserij. We speelden een rol in de walvisindustrie en tegenwoordig legen grote trawlers met Nederlandse vlag elders de oceanen. De Portugese zeebioloog Thomas Dellinger vertelde me afgelopen week dat Portugal zit te azen op extra zeewater. Niet alleen voor de eigen visindustrie, maar vooral voor de verkoop. Het land dat gebukt gaat onder de trojka moet ergens zijn centjes vandaan halen…Nederlandse vloten zijn vast geïnteresseerd.

Je kunt je afvragen of je nog wel vis moet eten of welke vis? Ik heb deze vraag de afgelopen week gesteld aan een aantal zeebiologen. De meesten eten het nog wel, maar zeer beperkt. “Te veel toxines”, is het antwoord. Toproofdieren zoals paling, tonijn en zwaardvis zitten vol met kwik, dus die kan je sowieso beter niet te veel eten. Daarnaast vertelde Dellinger een andere goede tip. Als je vis wil eten, eet dan alleen verse vis. Die is lokaal gevangen, dus niet door een grote industriële vloot. Bevroren vis of vis in blik komt over het algemeen van grote industriële vissers. Duurzame vis is volgens de Britse oceaanjournalist Frank Pope als lang een illusie. Wereldwijd zijn er slechts 107 vissers die écht duurzaam vis vangen en samen vangen zij zo’n 8 procent van de vis die wij eten.

Op theworldoceanproject.org kun je meer informatie vinden hoe je onze oceanen kunt steunen. Om persoonlijke redenen steun ik vandaag een meer lokaal project. The Black Fish, een Nederlandse zeebeschermingsorgansitatie met Amsterdamse roots inspecteert momenteel vissersvloten in de Middellandse Zee. Dat doen ze niet alleen met boten, maar ook met drones. Het is werk dat hard nodig is omdat nog veel Zuid-Europese vissers verboden netten gebruiken of toch op de beschermde blauwvintonijn jagen. Lidstaten en de Europese Unie zeggen dat ze te weinig geld hebben voor mankracht om schepen te inspecten, dus moeten we dat zelf gaan doen. Op hun blog vind je meer informatie over de werkzaamheden van The Black Fish in de Middellandse Zee.