Het recept tegen de verhufterde wereld op internet

Facebook moordt niet. Ouders en hulpverleners moeten mee met de tijd!

Joop opiniemaker Jeroen Mirck roept op de verhuftering in de samenleving aan te pakken. Dat doet hij naar aanleiding van ‘De Facebookmoord’. In zijn artikel benadrukt hij dat niet social media, maar de verhufterde samenleving de oorzaak van het geweld is. Asociaal geweld moeten we daarom hard aanpakken, vindt hij. Het is een uitspraak die een beetje voelt als de Fred Teeven-uitslag die op mijn huid komt opzetten als deze staatssecretaris roept om nog meer repressiemaatregelen tegen onze losgeslagen jeugd.

Beide heren zoeken het in de totaal verkeerde richting. We hebben geen nieuw sanctiebeleid nodig. We moeten ouders, docenten en hulpverleners zover krijgen dat ze met de tijd meegaan. Zij moeten gaan inzien welke impact social media hebben op kinderen en leren hoe ze escalatie kunnen voorkomen.

In het geval van de Facebookmoord hebben we met twee zaken te maken: 1. Puberende kinderen die de gevolgen van hun acties niet overzien en 2. Een ontoerekeningsvatbaar kind dat al nauwelijks in staat is überhaupt een inschatting te maken.

Deze problemen zijn van alle tijden, maar social media werken drempel verlagend, bieden een platform voor het ophopen van emoties en versnellen het proces van het maken van de emo-bom die dan uiteindelijk barst. Dat hebben we gezien bij de zaak van Winsie. De rechtszitting heeft om die reden een maatschappelijk belang. Ik vind het een groot teken dat rechters de privacybescherming van de dadertjes opzij zet om de zitting in het openbaar te houden. Zo’n beslissing neemt een rechter niet zomaar. Het trieste is zelfs dat hij dit pas doet nadat er slachtoffers zijn gevallen.

Het frappante is dat mensen nu denken dat de rechters de schuld ook deels bij Facebook leggen.

Ook vraagt men zich af of criminaliteit als gevolg van pesterijtjes op Facebook of Twitter nu vaker voorkomen. Want als dat niet zo is, waar maken we ons dan eigenlijk druk over? De cijfers van jeugdcriminaliteit laten een dalende trend zien terwijl krantenkoppen over geëscaleerde cyberpesterijtjes, twitterzelfmoorden en cybercrime iedere week voorbij komen. Is dat niet alarmerend genoeg? Volgens mij is het zo dat cijfers iets zeggen over geschiedenis. Wat kranten schrijven gaat over actualiteit.

De discussie over de gevaren en risico’s van social media voor kinderen wordt nu gelukkig gevoerd. Toch blijven mensen in het geval van Winsie doorbakkeleien over de schuldvraag. We zouden het juist moeten hebben over het feit hoe we samen als volwassenen leren hoe we onze kinderen in dit digitale tijdperk bewust maken van hun acties. Dat gesprek gaat over opvoeding en vergt een inhoudelijke discussie tussen ouders, docenten en hulpverleners. Zij zijn de experts van het opvoeden en zouden tips & tricks kunnen delen en elkaar wegwijs moeten maken in de wereld van social media.

Onze normen en waarden krijgen we van huis uit mee, maar in de praktijk zie ik die opvoedtaak steeds vaker sneuvelen. Ouders hebben het druk met hun carrière en sociale verplichtingen. Onze maatschappij vraagt nogal wat van ze. De betekenis van werk moet voldoen aan economische criteria. En als dat niet zo is, dan werken we niet hard genoeg en wordt onze inzet minder gerespecteerd. Zingeving en welzijn hebben het verloren van economische belangen. Zo komt het dat veel ouders druk ervaren om te werken voor hun baas en de opvoeding van de kinderen er bij in schiet.

Op de lange termijn kunnen we zo niet doorgaan. Het is tegenwoordig diep triest gesteld met de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Het is zelfs zo beschamend dat scholen in paniek dure managers aanstellen om ouders meer bij hun schoolgaande kinderen te betrekken. Werkelijk een hondenbaan en het is ook eigenlijk te zot voor woorden. Om even een voorbeeld te geven. Als mijn stichting het ‘Bewust Online’ project op een school heeft afgerond en de ouders van deze kinderen wil uitnodigen voor een interactieve lesavond over social media staan docenten te springen. Alleen dan komt de ‘maar’. ‘Hoe krijgen we in godsnaam die ouders hier naartoe?’ Er zijn scholen waar het goed gaat, maar juist de scholen die het zo nodig hebben, daar komen de ouders niet.

Jeroen Mirck gebruikt het cliché ‘De maatschappij ben je zelf’ met de illusie hiermee asocialen tot brave burgers om te toveren. Een beetje naïef vind ik dat wel. Ik heb zelf geen kinderen, maar als mijn vader me tot de orde roept door te zeggen: ‘Lieverd, onthoudt een ding goed! De maatschappij ben je zelf’, dan pis ik denk ik in mijn broek van het lachen. Met zo’n lege huls red je geen kinderlevens. Laat staan met Mirck’s tweede tactiek; asocialen harder aanpakken. Volgens mij hebben talloze onderzoeken aangetoond dat geen mens beter wordt van de isoleer.

De gevaren en risico’s van social media zijn een bewustwordingsproces. Wij van Stichting Wolf proberen het debat hierover te stimuleren. Laten we daar dan nu gelijk mee beginnen voordat de volgende column verschijnt van iemand die het nodig vindt te roepen dat de maatschappij is verhard en zijn medeburgers beticht van hufterigheid. Doe er dan wat aan!

Lees hier het artikel van Jeroen Mirck: Hoezo Facebook-moord?

Margaux Tjoeng is naast haar redacteurschap projectmanager bij Stichting Wolf. Een organisatie bestaande uit jonge twintigers die jongeren meer bewust wil maken van maatschappelijke thema’s. Momenteel geeft zij voorlichtingsworkshops over social media aan zowel jongeren, ouders en docenten.

Volg Margaux ook op Twitter

De ongelofelijke reis van onze hockey beauty’s

Greatness, dat was het wat onze hockeyvrouwen lieten zien. Opmerkelijk dat viezeriken op Twitter het alleen over geile paardenstaartjes hebben

Gisteren kroop ik bijna in mijn televisie van de spanning. Onze hockeydames waren bezig de ‘black sticks’ uit Nieuw-Zeeland te verslaan. Dat ging niet makkelijk. Het was een heftig potje hockey van het hoogste niveau met beslissende shoot-outs aan het eind. Dat zijn geen lullige strafballen zoals ze bij voetbal kennen, maar een manier waarop zowel de keeper als de shooter zijn hersenen moet gebruiken. De hoofdrol ging uiteindelijk naar de Nederlandse keepster Joyce Sombroek die het hoofd koel hield en Nederland naar de finale bokste. Chapeau!

Hockey behoort tot mijn meest favoriete Olympische sporten omdat teamsporten in mijn ogen het meest compleet zijn. Ik heb zelf geen hockeyachtergrond, maar voor mij laten onze Nederlandse chicks met sticks zien waar ‘sport’ over gaat. Het is flink presteren, beheersing en controle, strategie en visie, vuil werk opknappen, iets heel erg graag willen en lol hebben. En dat allemaal met elkaar.

Het mooie van een teamsport vind ik ook dat het bijna een soort van verlicht spelletje. Om te winnen is er geen plaats voor ego’s. Wel voor karakters. Die laten zich ook vooral zien wanneer zich onredelijkheid op het veld voordoet. Onze vrouwen staan dan hun vrouwtje en onze hockeydames doen dat nog charmant ook. En nog een reden waarom het zo leuk is. Daar raakt de twitterende wereld niet over uitgesproken. Die gespierde bovenarmen, korte rokjes, zwiepende paardenstaartjes en brutale snoetjes. Het is inderdaad een feestje om te zien.

Verwonderlijk vond ik het dan ook niet dat hockey binnen een paar minuten trending werd op Twitter. Maar waar had men het over? Even kijken. Naast alle schattige liefdesverklaringen en huwelijksaanzoeken had men het voornamelijk over Ellen Hoog. Zij is het meest ‘geile exemplaar’ als je Twitter moet geloven. Het incident waarbij ze inhakte op de schedel van tegenstandster Katie Glynn wordt haar door haar kwijlende fans snel vergeven. Want, ‘She’s lovely’, twittert nota bene de Nieuw-Zeelandse sportreporter James McOnie.

Dan verschijnen op Twitter links naar foto’s van het hockeymeisje. Die zijn inderdaad niet onaardig. Hoog wordt afgerekend op een modellenshoot in lingerie voor FHM waar ze zich als levendige tiener met lef eens aan waagde. Ene Ralph hoopt dat ze haar prijzengeld gebruikt om te investeren in een setje siliconenborsten. Er zijn kennelijk mensen die tijdens een potje hockey met andere ballen bezig zijn. En dan zijn er nog allerlei andere fantasten die hopen op oranje paardenstaartjes in de Playboy.

Twitter kookt van de Nederlandse geile hockeydames. Bah! Is het werkelijk nodig op het moment dat deze gevreesde hockey internationals Nederland naar de finale schieten? Het is een smet op een grootse prestatie en bovendien doet het geen recht aan de wijze les die ze ons leren. Namelijk hoe je als team samenwerkt, een crisis oplost en de overwinning binnensleept. Daar kan iedereen wat van leren. Dan mag je niet aankomen met excuses dat je even niet hebt opgelet omdat je was afgeleid door meisjes in korte rokjes.

“Als de wereld maar niet denkt dat we er allemaal zo heerlijk uitzien”, zei een Nederlandse fan gisteren. Het is een leuk compliment voor de hockeydames, maar mist de kern van dit verhaal. Lucia Rijker, de godmother van het vrouwenboksen en de vrouwensport in het algemeen, legt gisteravond nog even uit hoe alle vrouwen van deze Olympische Spelen de geschiedenis moeten ingaan.

“Vrouwen kunnen vechten”, zei ze gisteren in Londen Late Night tegen Mart Smeets. En dat kunnen ze volgens haar omdat het hen niet alleen om medailles gaat. “Ze hebben een persoonlijkheid die ze willen laten zien. Als je niets wint, heb je nog je eigen eer en die is belangrijker dan wat dan ook.” Ongeacht wat de dames buiten het veld doen. Gisteren ging het erom wat ze binnen het veld deden. En daar kun je ze alleen om prijzen.

Aan het begin van de Spelen waren het al de vrouwen die de vlaggen droegen, daarna waren zij het die de meeste medailles binnen haalden en nu blijken ze ook nog de meeste wijsheid in pacht te hebben. Laat die geile mannen dan maar met hun Playboy fantasieën. Blijven ze lekker dom van.

Vrouwen die op asfalt surfen

VIDEO – Skatende chicks zijn niet langer ‘stoertjes’, maar vrouwen met een missie

Endless Roads 4 – Costa da Morte from Juan Rayos on Vimeo.

In de skatewereld is de afgelopen twee jaar iets opmerkelijks gebeurd. Het skateboard verliest terrein aan zijn langere broer. Of moet ik zus zeggen? De mannen zijn uit, de vrouwen zijn in. Het nonchalante skatejochie dat met zijn broek op de enkels een ollie inzet, heeft de interesse van het publiek verloren aan een groepje Spaanse chica’s. Deze stoere mooie dames zoeven op hun longboard met 60 km per uur downhill door het Spaanse binnenland en lijken daarbij geen angst te hebben. Een slide kan soms een beetje verkeerd aflopen, maar dat is geen reden om je helemaal van top tot teen in te pakken. Sterker nog: Een skate-avontuur zonder een schrammetje oplopen lijken deze ‘stoertjes’ eerder een must te vinden. Het Peter Pan-syndroom, altijd kind willen blijven, is van de jongens overgeslagen op deze longboardchicks. In één ding zijn deze vrouwelijke Peter Pan’s wel volwassen geworden: Ze laten de skatesport niet langer meer domineren door jongens.

Ongeveer een jaar geleden dook er op YouTube een filmpje op van een groepje Spaanse longboardchicks. Casual gekleed liepen ze ergens in Spanje een berg op, maar anders dan de kijkers misschien verwachtten waren ze daar niet voor hun zondagse ‘high-tea picknick’. Op hun lange gevaartes en wat schaarse bescherming over hun luchtige zomerkleding raceten ze naar beneden. Er werd een stevig eindje gerockt op het asfalt en als er iemand op zijn bek ging, was dat een mooi moment om grappen te maken over de vorm en kleur van bloederige schaafwonden.

Deze dromerige beelden van sportieve jonge meiden die hun grenzen opzoeken, hunkerend naar vrijheid, gingen de wereld over en hadden een aanstekelijke werking. De Longboard Girls Crew (LGC) groeide uit tot een fenomeen. Via social media bouwde het netwerk van longboardende chicks zich binnen twee jaar uit tot een internationale community. Op Facebook heeft de LGC inmiddels al bijna 107.000 likes.

Ook in Nederland viert het longboardvirus hoogtij. De jongens en meiden van Sickboards in Scheveningen, één van de bekendste verkopers in de Benelux, barstten binnen een jaar uit hun zolderkamertje. Wie nu de winkel binnenstapt stoot zich aan dozen van net binnengekomen waren die alweer op het punt staan de deur te verlaten. Nederlandse chicks, gothic’s, mannen in pak, huisvrouwen en kinderen. Allemaal zijn ze verknocht geraakt aan het longboarden. Van cruisen over de boulevard tot het behalen van grote snelheden op de weg. In Europa worden inmiddels door meerdere lokale longboardverenigingen events georganiseerd. De autovrije zondag krijgt daarmee een nieuw en vooral ook een frequenter gezicht. Wegen worden afgezet, boeren leggen strobalen in de bochten en busjes rijden van beneden naar boven. Waarom nog surfen op het water terwijl er over de wereld miljoenen kilometers aan asfalt ligt?

Sinds 1960 zijn vrouwen op professioneel niveau actief in de skatewereld. Ze bleven echter altijd een niche en hadden het imago van stoere meiden die ook een beetje trucjes konden, maar net niet zo goed als mannen. Op YouTube en Vimeo zijn het echter de chicks op hun longboards die het winnen van de mannen. De imposante beelden geven een bevrijdend en blij gevoel. De longboardchicks laten daarmee zien in staat te zijn leiding te geven aan een nieuwe tak van de skatesport. Ze zijn niet alleen stoer, maar inspireren vooral meiden om hun grenzen op te zoeken en misschien ook eens op een longboard te stappen.

Skaten is een sport waar meisjes meestal van jongens leren, maar door de online longboardcommunity’s is dat helemaal over en verenigen meiden zichzelf. Ze motiveren elkaar om hun grenzen te verleggen, delen tips & tricks en organiseren hun eigen avonturen. Die meidentripjes zijn inmiddels zo populair dat jongens zich ook graag aansluiten. Zo ook het vriendje van professioneel longboardster Valeria Kechichian. Juan Rayos nam zijn camera mee toen hij met de meiden van LGC in een VW-busje op toer mocht door Spanje. De 416 GB aan ruw materiaal dat hij schoot, leverde uiteindelijk de adembenemende vierdelige korte documentaire Endless Roads op. Het succes van de Spaanse longboardchicks is misschien ook wel te danken aan de creatieve blik van deze jonge filmmaker.

De zeven Spaanse en Amerikaanse rijdsters legden in 15 dagen 4.300 kilometer af. Een avontuur met hoge snelheden, bevende lijfjes, tranen van angst, maar vooral veel lol. De meiden trekken onderweg veel bekijks. Toeristen blijven als ‘tour-de-france fans’ kamperen langs de weg om een glimp van ze op te vangen. Valeria krijgt oude plattelandsdametjes zelfs zo ver om op haar longboard te stappen. Concurrentie binnen het team bestaat niet, bevestigen alle dames. Iedereen heeft zijn eigen discipline en specialisme. De meiden inspireren elkaar om beter te worden in hun stijl of maken hun eigen unieke combinatie. Het is fascinerend om te zien hoe dat gaat bij deze chicks. Ze maken elkaar beter zonder de moordende masculiene concurrentie. Spanje, het land dat financieel aan de grond zit, heeft slimme vrouwen met ballen in huis. Vrouwen met cojones in het land van de macho’s. Dat blijft vast niet beperkt tot longboards.

Facebook, het zou verboden moeten worden

Het wordt tijd om social media verslaving serieus te nemen. We sturen af op een emotie drijvende samenleving

Leven op Facebook en andere social media. Je wordt er zo ‘high’ van dat het verboden zou moeten worden. Internet en social media werken versimpeling in de hand, zegt massapsycholoog Jaap van Ginneken in zijn boek ‘Het enthousiasme virus’. Vooral posts en video’s die een emotie oproepen blijven als kleverige drop achter je kiezen plakken en tasten daarmee alle andere smaken aan die we binnen krijgen. Kortom, iemand die veel tijd doorbrengt op Facebook weet niet meer wat hij proeft. Is dat erg? Ja, de verslaving aan ‘emo-drop’ en ‘vind-ik-leuk’ is een venijnige met grote gevolgen: Een op emotie drijvende samenleving.

‘Facebook is zo lekker, het zou verboden moeten worden.’ Deze zin formuleer ik expres naar de leuze van een Nederlandse dropjesfabrikant die knipogend waarschuwt voor de verslavende werking van hun ‘rijdende’ snoepjes. Verkopers weten als geen ander hoe verslaving het leven van mensen gaat beheersen. Niets voelt sterker dan een emotie die de overhand neemt en dat begreep Facebookoprichter Mark Zuckerberg als geen ander. Van die ‘emodrop’ maakte hij zijn core-business en wist het zo te implementeren dat het nog verslavend werkt ook.

De Facebookformule is zo in elkaar gezet dat iedere consument zijn eigen emodropjes maakt en verspreidt en zo anderen ook verslaafd maakt. De grootste succesnummers op Facebook zijn immers foto’s en video’s die een emotie oproepen. De likes en reacties daarop zijn ook weer verslavend want het geeft ons het gevoel dat we er toe doen. ‘Als je baas een dag niet naar je omkijkt, heb je godzijdank Facebook nog.’

Massapsycholoog Jaap van Ginneken heeft het over ‘de jacht op het gevoel’ dat door de media is geopend. Communicatie en informatie is zo belangrijk geworden dat het niet meer zo makkelijk is om jezelf aan de hand van je kwaliteiten en vaardigheden van anderen te onderscheiden. Je persoonlijke imago wordt daarom steeds belangrijker en dat imago bouw je op door je netwerk ‘intiem kapitaal’ te voeren. Social media zijn daar bij uitstek geschikt voor. Moderne filosoof Stine Jensen legt in haar boek ‘Echte vrienden’ uit hoe dat werkt. Als Femke Halsema haar publiek persoonlijke informatie geeft via Twitter, bijvoorbeeld over haar kinderen, zou het zomaar kunnen dat meer ouders sympathie voor haar gaan opbrengen en dus op haar zullen stemmen.

Niet alleen politici, media en bedrijven zetten hun ‘intiem kapitaal’ in om meer winst te maken. Consumenten van social media gebruiken het om hun dagelijkse ‘shot’ te krijgen. We zijn verslaafd geworden aan de aandacht van ‘likes’, aan foto’s en video’s die ons in het hart raken of die ons juist aan het lachen maken. We willen weten waar onze vrienden zijn en wat ze doen, anders missen we misschien de boot. De angst om er niet meer toe te doen wordt door social media versterkt. Wie eenmaal gevangen is in het web van Facebook komt er moeilijk uit.

Echte social media verslaafden zijn inmiddels heuse communicatie-experts geworden. Ze zijn behendig geworden om in hun eigen verslaving te voorzien en weten dat ze hun boodschap moeten verpakken met een pakkende tekst, een nieuwe woordformule en populistisch taalgebruik zodat het bericht blijft hangen bij de ontvanger. Het beste kleefmiddel daarvoor is emotie en zo is het gemaakte emo-dropje weer voer geworden voor andere social media verslaafden.

De verslaving aan social media werkt vervlakking in de hand. Exemplarisch voor Zuckerberg’s emodrop is de kracht en invloed die Kony 2012 had. De korte documentaire liet binnen mum van tijd miljoenen mensen over de hele wereld kennismaken met de gruwelijke kinderhandelaar Josep Kony. De viral had een boodschap die verpakt zat onder een behoorlijke laag emotie die werd aangezet door afschuwelijke beelden en het zoontje van documentairemaker Russell die probeert te begrijpen wat er in Oeganda gebeurt.

Russell kreeg veel kritiek op het feit dat hij emotie gebruikte om zijn boodschap over te brengen. Zijn tactiek wordt door velen geoorloofd omdat hij strijdt voor een goede zaak. Een mening die ik deel, maar daarbij plaats ik de kanttekening dat de lancering van emoberichten discutabeler wordt in een steeds meer informatieverslavende samenleving. In het geval van Kony2012 heeft de ‘verpakking’ van het bericht de traanklieren van je ogen al geactiveerd voordat de werkelijke feiten en argumenten tot je hersenen zijn doorgedrongen. De combinatie van emotie, de hoeveelheid aan informatie – naast het bericht van Kony2012 hebben onze ogen 20 andere berichten in Facebook gescand –  en de versimpeling ervan doet veel mensen afhaken om aan eigen waarheidsvinding te doen. Want wat gaat nog dieper dan het gevoel dat je al hebt ervaren? Daar lijkt geen boek tegenop te kunnen. Velen gaan na hun emo-uurtje op Facebook weer verder met de orde van de dag. De feiten en de werkelijk boodschap, lachen, zingen en huilen we weer weg.

Geert Wilders is bij uitstek een voorbeeld van de creator van emodrop met zijn populistische taalgebruik. Het zijn niet zijn inhoudelijke partijpunten die bij zijn stemmers blijven hangen, maar zijn brutale uitlatingen. Het ‘Doe eens normaal man’, hebben we allemaal wel onthouden, maar welke PVV-wetsvoorstellen de Eerste Kamer hebben bereikt zouden we niet zo snel kunnen noemen. Wilders creëert daarnaast een soort van ‘Robin Hood’ imago. Met zijn grote mond strijdt hij tegen de ‘gevestigde orde’ en daarmee weet hij mensen te raken. Hij scoort er meer punten mee dan met zijn inhoudelijke partijpunten. “De massa houdt niet van ingewikkelde problemen”, herhaalt Van Ginneken nog maar eens. En dat weet Wilders dondersgoed.

De verslaving aan social media maakt ons ook gewend aan populistisch taalgebruik. Niet alleen Wilders gebruikt het, maar wij zelf ook omdat we trachten zo veel mogelijk likes op Facebook te krijgen. Alles om maar het gevoel te krijgen er toe te doen. Zolang we niet inzien hoe social media verslaving onze wereld vervlakt en bevuilt, het een taboe is om over onze social media verslaving te praten en het niet te erkennen, vind ik het een zorgwekkende ontwikkeling.

Waar ik me ook erg zorgen over maak is de opkomst van de smartphone op de basisschool. Het apparaat dat ouders inzetten om hun kind altijd te kunnen bereiken (sommigen installeren zelfs een app waardoor ze de hele dag kunnen zien waar hun kind uithangt), is de belangrijkste life-line geworden van hun kind. Groep-achters willen allemaal een smartphone. Niet alleen omdat het een hippe gadget is, maar omdat het apparaat hen in staat stelt 24/7 in contact te zijn met hun vrienden. ‘Echte vrienden’ zijn anno 2012 immers continu voor elkaar bereikbaar. Foto’s en video’s worden over en weer gepingt en je kunt online spelletjes met elkaar spelen. Voor twee derde van de 12-jarigen is de smartphone zelfs belangrijk genoeg om er ‘illegaal’ voor te werken door bijvoorbeeld de krantenwijk van je oudere broer te lopen. Ouders vinden dat prima, zolang het kind zijn verantwoordelijkheid neemt. Maar waarvoor neemt dit kind zijn verantwoording? Misschien wel voor zijn eigen verslaving.

Sinds een tijdje maak ik kinderen op scholen bewust van onder andere de emodrop, de risico’s van social media en de verslaving daaraan. Jongeren hebben daarnaast ook moeite om ratio en gevoel van elkaar te onderscheiden. Een lastig iets op die leeftijd en middenin de puberteit. Ze leren met vallen en opstaan. Zelfvertrouwen waar lang aan getimmerd is, zie ik soms na één lullige tweet als sneeuw voor de zon verdwijnen. Online is de drempel laag, dus de docent Frans een ‘hoer’ noemen op Twitter is dan best makkelijk. Tekst is eigenlijk nog niet eens de grote boosdoener. Foto’s en video’s hebben de meeste kracht en invloed en worden door pesters veelvuldig ingezet. Soms alleen als chantagemiddel, maar impulsieve acties waarbij persoonlijke content van iemand zomaar het internet op wordt geslingerd gebeurt vaker dan we denken. Ik heb het idee dat krantenkoppen niet het topje van de ijsberg zijn. Op iedere school waar we komen is er wel wat aan de hand met die kinderen en hun smartphones. En wie is daar verantwoordelijk voor? Ouders wijzen naar school, docenten wijzen naar de ouders.

Zien dat zelfs kinderen verslaafd zijn aan social media en hun smartphone vind ik erg verontrustend. Kinderen leren ratio van gevoel te onderscheiden is altijd al onderdeel geweest van de opvoeding op die leeftijd, maar hen van een verslaving afhelpen is nieuw en vereist een geheel andere aanpak. Meer iets voor een gedragstherapeut eigenlijk. Voor die @#-cursus zouden overigens ook veel volwassenen zich moeten aanmelden.

Praten over social media verslaving is een taboe, ook bij volwassenen. ‘Ach, we lijden er allemaal wel eens aan’, hoor ik vrienden zeggen. Of, ‘Ja, ik zit ook in die fase’, zijn bekende kreten van echte verslaafden. Alsof je af en toe een sigaretje neemt en het heus wel onder controle hebt. Social media verslaving is venijniger dan we denken. Als het bijvoorbeeld om drugs of alcohol gaat, worden de verslaafden door mensen uit hun omgeving wakker geschud. Bij social media verslaving zijn die klokkenluiders er niet, want ach, we zijn toch allemaal een beetje verslaafd. We denken dat we Facebook beheersen, maar het is eerder andersom.

Margaux Tjoeng is naast haar redacteurschap voor Joop.nl projectmanager bij Stichting Wolf. Een organisatie die wordt gerund door jonge twintigers die maatschappelijke thema’s bij jongeren onder de aandacht brengt. Momenteel geeft zij voorlichtingsworkshops over social media voor zowel jongeren, ouders en docenten.  

 

Decemberhormonen – Ciao

‘Hoe overleef ik de kerst?’ Deel IV: Bestemming onbekend

Ieder jaar kan niemand om de kerstdagen heen. 25 en 26 december staan hoe dan ook voor de deur. Of je het nu wil of niet. De Joop redactie vroeg een aantal opiniemakers hoe zij de kerst doorkomen. Zet je schrap voor een uitzinnige kerst en volg de rubriek: ‘Hoe overleef ik de kerst’. Deel IV: Joop redacteur Margaux Tjoeng kiest ieder jaar met de kerst een nieuw geboorteland.

In december denk ik vaak terug aan die ene dag voordat ik werd geboren. Ik zweefde in een grote luchtbel rond de aarde en observeerde de landen waar ik een mogelijke toekomst zag liggen. Daar zou ik vervolgens een stel leuke ouders uitkiezen en mijn nieuwe leven beginnen, maar er ging iets mis. Voordat ik een keuze had gemaakt, vielen we allemaal uit die luchtbel naar beneden en belandden in een enorme waterglijbaan. Het is een geluk bij een ongeluk dat ik veilig in mijn moeders armen terecht kwam. Eén van de bizarste en gelukkigste momenten in mijn leven.

Het ging allemaal prima tot de winter van 1992. Sinterklaas bleek niet echt en zijn vervanger, de Kerstman, kon de onbevangen kinderjaren niet meer teruggeven. Ieder jaar dat december op de kalender verscheen, werd er niet beter op. Kerst is nooit echt mijn ding geweest. Ik ben ook niet gelovig opgevoed, heb allergie tegen overconsumptie en zie er het nut niet van in om voor een feestgelegenheid bomen uit de grond te rukken. Het zijn allemaal excuses, maar ik heb ook gemerkt over één belangrijk element echt niet te beschikken: decemberhormonen. Commando-feestneuzen passen mij niet.

Zoals een door de bank genomen gezin met kerst de zomercamping uit de folder bestelt, start ik begin maart Google Earth op. Vink vervolgens alle extra’s aan en de wereld verschijnt op mijn beeldscherm. Met alvast een kopje lentethee om in de stemming te komen, zoek ik een nieuwe kerstbestemming uit. Tip, kijk ook eens wat er via Brussel vertrekt. Dat bleek dit jaar nogal een uitkomst als je richting Midden- en Latijns Amerika vliegt. Daarnaast op te letten in welk seizoen je naar een land reist en welk klimaat ze daar hebben. De mentaliteit ‘elk seizoen heeft zo zijn charmes’, leeft bij mij in ieder geval niet, dus bezorg jezelf geen plenspartij of koortsachtige hitte als je daar niet van houdt. Wees eerlijk met jezelf.

Ik vond het geen gek idee: ieder jaar opnieuw geboren worden in een ander land. En zo ver van huis vergeet je de kerst eigenlijk ook. Zo was ik een keer in India en liep, toevallig rond de kerstdagen, een voedselvergiftiging op. Mijn toenmalige vriend en ik deelden geen viergangendiner, maar een emmertje dat tussen onze bedden in stond. Ik heb nog nooit zo’n intieme kerst gehad. Incredible India zal ik nooit vergeten. Deze reis kan ik oprecht één van de fantastische ervaringen in mijn leven noemen omdat het land en de mensen laten zien dat we in het westen totaal zijn doorgeslagen. Ons leven moet leuk zijn, vooral met de kerst. Het is een opgelegde norm die onder andere stelselmatig wordt ingefluisterd door onze Klaas Faak Mark Rutte. Hij zingt het liefst elke dag slaapliedjes.

Dit jaar staan de decemberhormonen nog verder onder druk vanwege de crisis. Ik ken mensen die zich de afgelopen weekenden bewust in huis hebben opgesloten om niet verleid te worden door overdressede winkelcentrums. Je zou namelijk maar ineens onder sociale druk het oppasgeld voor 2012 er doorheen jassen aan kerstcadeautjes. Een onlangs verschenen onderzoek bevestigde het ook. Steeds meer mensen zijn liever weg met de kerst om onder ‘sociale verplichtingen’ uit te komen. Die zin moest ik toen even twee keer lezen. De crisis slaat in en ineens willen we niet meer sociaal doen? Of weten we niet meer hoe dat moet?

Ik heb maar één kerstwens voor Nederland: Een socialere Klaas Faak voor 2012. Rutte vindt dat we allemaal lekker ‘normaal’ moeten doen. Er is niets aan de hand. Armoede in Nederland bestaat volgens hem niet, punt. Ik vertel niets nieuws. We hebben een ‘asociale’ regering gekregen. Eentje die het sociaal zijn een bittere nasmaak heeft gegeven en doet alsof een sociale samenleving niet kan bestaan tijdens een crisis. Juist tijdens een crisis, meneer Rutte. Wat is er nog leuk aan het leven als we het geven en nemen afschaffen?

Lieve mensen. Kerst oftewel het leven draait niet om cadeautjes, hippe dinertjes en feestjes waar je met je Prada-jurk en Gucci-bag moet komen opdraven. Iedere dag komen we wel mensen tegen die iets extra’s kunnen gebruiken. Soms in de vorm van een euro of een aai over het bolletje en vergeet het extra bordje eten niet. We kiezen niet in welk land we worden geboren, welke familieleden of regering we hebben. Wel kiezen we er iedere dag voor om het feest van het leven en de liefde te vieren. Dan maakt het niet uit of het kerst is.

Pauw & Witteman: The old boys network

Een vrouw die komt praten over vrouwenemancipatie bij Pauw & Witteman is al snel ‘dat ene wijf’

De redactie van Pauw & Witteman zette de presentatoren gisteravond weer eens voor het blok. Er was een pittige vrouw uitgenodigd. VN-vrouwenvertegenwoordiger Kirstin van der Hul zat aan tafel om te praten over haar werk als belangenbehartiger. Van der Hul is een powervrouw, een buitenkansje voor Pauw & Witteman om af te rekenen met hun vrouwonvriendelijke imago. Ze lieten deze kans echter geheel aan hun neus voorbij gaan. Interessante vragen bleven uit. Vrouwen interviewen. Ze kunnen het niet, ze snappen vrouwen niet en ik vraag me af of ze hen wel willen snappen.

Power-feminist Heleen Mees merkte eens op dat Pauw & Witteman niet met vrouwen om kunnen gaan. Er zitten opvallend weinig vrouwen aan tafel en als ze er zijn is dat vaak vanwege onbenullig onderwerpen. Zo geeft Pauw ook later toe in een interview. Maar over het algemeen vinden ze de kritiek ‘gezeur’ over vooroordelen. ‘Vooral van vrouwen’, zegt Pauw er nog achteraan.

Nu anno 2011. Het nieuwe winterseizoen is net gestart en ze moesten woensdag toch behoorlijk in hun nopjes zijn geweest dat de redactie eindelijk weer een powervrouw had gevonden. Want die topvrouwen waren volgens Pauw zo lastig te vinden.

Van der Hul presenteerde maar eens de feiten over vrouwenemancipatie in Nederland. Al zestig jaar wordt er gepraat over de problemen, maar Nederland lijkt alleen maar achter de feiten aan te hobbelen. Waar we voorgaande jaren nog in de top tien stonden van de Global Gender Gap van het World Economic Forum staan we nu op de 17de plek achter landen als Lesotho, Filipijnen (waar vrouwen pro-actief benoemd worden) en Sri Lanka. Volgens Van der Hul komt dat doordat het in Nederland slechter gaat en opkomende economieën het een stuk beter doen wat betreft vrouwenemancipatie. Ze vindt het vooral zorgelijk dat er in Nederland maar rond de 10 procent vrouwelijke hoogleraren zijn terwijl er al sinds de jaren negentig meer meisjes afstuderen dan jongens.

Na haar betoog bleef het even stil waarna Pauw vroeg of dat nu ligt aan de maatschappij of aan vrouwen zelf. “Het is beide”, legt van der Hul uit. “Je hebt nog steeds de old boys networks die mensen benoemen vanuit hun oude kring. Vrouwen zijn nog steeds niet genoeg in beeld.” Aan de andere kant merkt ze op dat Nederlandse vrouwen onvoldoende bewust zijn van hun economische onafhankelijkheid. “Dat de keuze vrij is, vind ik goed”, zegt ze, maar toch is het volgens haar zorgelijk dat de helft van de vrouwen in Nederland economisch afhankelijk is van haar man.

Wederom blijft het stil aan tafel. De heren die tot voor kort een levendig debat hadden over de huizenmarkt die op slot zit, keken een beetje bevreemd om zich heen, wachtend op het volgende onderwerp. Op Twitter verschijnen reacties van mannen over ‘dat ene wijf’. Femke Halsema tweet: ‘Aiaiai, na dit she-volution-viva-momentje gaan de mannen het weer over de echte zaken hebben’.

Mannen die discussiëren over vrouwenemancipatie dat is niet vaak een succes, moet ook de redactie van te voren hebben zien aankomen. Een paar plaatjes dan. Van der Hul moet aan de hand van foto’s van bekende vrouwen beginnen met haar uitleg. Jeroen kiest Patricia Paay als onderwerp uit, waarna de discussie zich verplaatst naar ‘cougar-vrouwen’: oudere vrouwen als Paay die een relatie hebben met een veel jongere vent. Er wordt gegniffeld aan tafel, eindelijk gaat het weer over de vrouw als non-onderwerp. Gasten Paul Scheffer, Rob Mulder en Boele Staal lijken ineens wel mee te willen praten.

Maar Van de Hul maakt daar weer snel een eind aan. Ze merkt op dat het opvallend is dat door mannen vaak wel gepraat wordt over cougar vrouwen, maar als het om een man gaat met een veel jongere vriendin, dan is dat geen issue. Tjaa, ook daar lijken de mannen niet verder op in te willen gaan, wat Van der Hul’s bevinding als waarheid onderstreept.

Ik kan maar één heldere conclusie verbinden aan deze uitzending. De verschijning van een powervrouw als Van der Hul bewees het maar weer eens. Pauw & Witteman is een old boys network. Vrouwen, ze zien ze gewoon niet en ik vraag me af of ze ook echt geïnteresseerd zijn in wat ze te melden hebben.

Eén waarheid is geen waarheid

Een tiendaagse journalistenreis door Israel – Een soort van Wie is de mol voor gevorderden

Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik met het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) op studiereis ging naar Israel. Doel: Meer leren over het conflict. Na wat goede reviews van journalisten die het voorgaande jaar dezelfde reis hadden gemaakt, leek het mij een uitgelezen kans om Israel met zo’n gezelschap te beleven. De Zwitserse filosoof Alain de Botton meent dat je altijd jezelf meeneemt op reis en daardoor eigenlijk nooit onbevangen de nieuwe wereld kan aanschouwen. Het leek me daardoor een fijn idee dat een gemêleerd clubje van links en rechts politiek georiënteerde journalisten met me mee ging. Zo konden we elkaar een beetje bij de les houden ongeacht wat we van het CIDI voorgeschoteld zouden krijgen.

Zet twintig jonge journalisten in een vliegtuig naar Israel en het eigenwijze bloed kruipt waar het gaan kan. Het voelde ook wel een beetje als een schoolreisje. In sneltreinvaart werden we opgeslokt door het intensieve en interessante programma: Een gesprek met RTL-correspondent Roel Geeraedts. Het verhaal van de eigenaar van een homo-ontmoetingscentrum in Tel Aviv waar een jaar geleden een gek lukraak op jongeren schoot. Interviews met Israëlische en Palestijnse journalisten en publicisten. De muur. Progressieve en conservatieve Rabbijnen. Yad Vashem. Op visite bij een verzoeningssjeik in Hebron. Turen over het hek bij de grens met Gaza. Een bezoek aan een Hoge School waar Israëlische journalisten worden opgeleid. De Knesset inclusief een gesprek met Netanyahu’s woordvoeder Marc Regev. Twee keer een interview met een IDF-official en ontmoetingen met kolonisten van de softste soort tot de meeste hardnekkige met imposante pistolen in hun onderbroek.

Op de tweede dag kon schrijver en publicist Yossi Klein Halevi het conflict al aardig voor ons samenvatten.

“Dit conflict gaat over nationaliteit, psychologische gevoelens, traumaverwerking en geschiedenis. Het vertrouwen is kapot gemaakt. Iedereen is moe en wil eigenlijk gewoon naar huis. Daar gaat het om, maar geen enkele maatregel die tot nu toe is aangedragen zorgt er voor dat deze mensen naar huis kunnen.”

Beide volken hebben elkaar recentelijk zo veel aangedaan en doen dat nog steeds dat het stukje land voorgoed is veranderd in een gescheiden samenleving. Alleen een bemiddelaar die beide partijen accepteert en respecteert zal in de toekomst succes boeken, maar daarvoor moet eerst een traumaverwerker aan de slag om de wonden te dichten en oud zeer te verzachten.

Van journalisten wordt verwacht dat ze de waarheid vertellen, maar in een land met misschien wel de meest sterkste pr-machine ter wereld en duizenden waarheden is dat een bijna onmogelijke opgave. Israel is een gecompliceerd land met mensen van verschillende nationaliteiten en geloven en ieder heeft zijn eigen culturele gebruiken en regels. Of je nu gaat backpacken, met een georganiseerde studiereis mee gaat of vrienden gaat opzoeken. Je zal nooit dezelfde reis beleven en de sterkste indrukken die je opdoet zullen de kleur van je reis bepalen. Omdat je een Europeaan bent zal een Israëliër altijd naar je mening vragen over het conflict. En als je geluk hebt benadert hij je met de kleinste dosis vooroordelen. Vervolgens word je overspoeld met verhalen inclusief de details die je inderdaad nog nooit eerder heb gehoord. Je weet weer iets meer, maar snapt er steeds minder van. Iets waarvoor Halevi ons ook al met een grinnik op voorbereidde: “The more confused you get, the more you get to the truth.” Op dat moment kruiste ik mijn vingers onder de tafel. ‘Laten we hopen dat deze man gelijk heeft.’

De eerste drie dagen had ik overdag geen half uurtje tijd om een artikeltje online te zetten dat ik al in het vliegtuig had geschreven. Ik besloot dan ook maar alles over me heen te laten komen, zoveel mogelijk aantekeningen te maken en later te analyseren, maar de rollercoaster racete door. Waar ik zo waakzaam voor was, gebeurde al binnen mum van tijd. De pro-Israelisatie had zijn werk gedaan en een paar slogans goed achter mijn oren geplakt.

“Wij hebben het recht om te leven waar onze voorouders zijn opgegroeid. Met Hamas valt niet te praten. Ze gooien alleen maar bommen. Jullie Europeanen pushen de Palestijnen in een slachtofferrol. Wat zou jij er van vinden als België iedere week een bom in je achtertuin gooit?.”

Indrukwekkend was de ontmoeting met kinderarts Liesbeth Luurs in Sderot. Ze woont en werkt vlakbij de grens met Gaza en heeft jaren lang raketten op haar afgevuurd gekregen. Jong en oud heeft een Post Traumatische Stress Syndroom opgelopen door het alarm, vertelt ze. In haar kliniek doorstaan we een proef. We moeten binnen een halve minuut als de wiedeweerga naar de schuilkelder rennen om te voelen hoe het is als zo’n alarm af gaat. Liesbeth doet ondertussen na hoe hard dat alarm klikt. De manier waarop ze vertelt is aangrijpend, maar voelt ook een beetje ongemakkelijk. Ik denk dat niemand van ons zich kan identificeren met deze vrouw die het conflict iedere dag in alle hevigheid beleeft. Het is ongelofelijk hoeveel strijdlust ze heeft om kinderen en vrouwen te blijven helpen en niet weg te rennen uit dit met raketten bestookte gebied. Omdat ze zelf een kind met het Syndroom van Down heeft, zette ze in Gaza een centrum voor deze kindjes op, maar kan er nu niet meer heen. Voorheen hielp ze ook Palestijnse kindertjes uit Gaza, maar ook dat is nu over. Waarom? De papa van één van haar jonge patiëntjes was doodgeschoten omdat hij zijn kindje door een Joodse arts liet helpen. “De Hamas kent geen genade.”

Na zes dagen keek ik heel erg uit naar het ‘andere’ verhaal. Twee dagen Westbank stonden op het programma. We arriveerden ’s ochtend vroeg in Ramallah waar we een verrassende preek kregen. De Palestijnse dame die daar het programma had geregeld was blij met onze komst maar vond ons programma niet helemaal in balans tegenover acht dagen Israel.

“Jullie komen hier om meer te weten te komen over het conflict, maar een beetje jammer is het wel dat jullie maar een dagje komen. Maar goed, ik vind het belangrijk dat jullie alles meekrijgen, dus daarom heb ik toch alle stof in één programma gestopt. Zet je schrap!”

En daar gingen we dan. Een Palestijnse econoom toonde ons aan de hand van cijfers dat de economische groei in de bezette gebieden aanzienlijk wordt belemmerd door de Israëlische blokkade. We spraken een Palestijnse jongen die de holocaust ontkent en een meisje dat de terroristische aanslagen van Hamas niet veroordeelt: “Het lichaam, dat is nog het enige dat we hebben. We mogen niets zelfs beslissen. Zelfs als we een extra buslijn naar school willen laten rijden, geeft Israel niet thuis.”

De groep wilde na deze onthutsende dag eigenlijk wel wat langer in het levendige Ramallah blijven, maar het CIDI programma waar we voor getekend hadden stoomde door. Aan het eind van de dag zaten we compleet verbouwereerd terug in de bus. Wie spreekt er nou eigenlijk de waarheid en waar hebben we ons in godsnaam mee in laten slepen, dacht ik. Terwijl Mahmoud zijn bus naar de Israëlische grens manoeuvreerde kreeg ik op die vraag enigszins een antwoord. De Westbank kom je zo in, maar eruit is een ander verhaal. De file is moordend. Helemaal op de vooravond van de shabbat. Auto’s wurmen zich in iedere vierkante centimeter om een stukje verder op te schuiven richting ‘het hek’. Opeens horen we op de achtergrond een sirene loeien. Palestijnse mannen die zich eerst onder het genot van een kopje thee kostelijk vermaakten met het autogeschuivel zijn nu van hun steen gesprongen om de ambulance doorgang te bieden. Het duurt even voordat het geluid dichterbij komt en het duurt ook weer even voordat de zwaailichten uit ons gezichtsveld zijn verdwenen. ‘Je moeder zal er maar ik liggen’, dacht ik.

Vlak daarna gebeurt er nog iets. Een jongetje komt onze stilstaande bus inrennen. De automatische vergrendeling van ons voertuig is defect waardoor hij de deur aan de buitenkant heeft weten te openen. Het jongetje is gekomen om ons van vers water te voorzien. Zijn plastic flesjes die duidelijk eerst een aantal dagen door het stof hebben gerold, houdt hij stevig onder zijn arm geklemd. Ineens valt ook op dat het jongetje zich al een aantal dagen niet gewassen heeft en dat zijn schoenen een paar maten te groot zijn. Eén van mijn reisgenoten is inmiddels uit zijn stoel gekomen om het jochie te verwijderen, maar hij heeft niet veel succes. Het jongetje weet weer terug de bus in te rennen, maar wordt opnieuw bij de kladden gegrepen, maar weer lukt het niet. Net voor de uitgang weet hij zich vast te klampen aan een leuning. De tranen staan in zijn ogen terwijl hij in een voor ons onverstaanbare taal de boel bij elkaar schreeuwt. Een flesje water kopen dan maar? Maar nee. Eentje is niet genoeg. Uiteindelijk komt een Palestijn de bus in. Grijpt het jochie bij zijn nekvel en neemt hem mee naar buiten waar hij onder ons toeziend oog nog een pak slaag toe krijgt.

Het wordt stil in de bus. Misschien door het indrukwekkende landschap dat aan ons voorbij schiet. Vermoeidheid. Of is het het besef dat de Palestijnen toch echt in bezet gebied leven? De zandbak waarin ze wonen is een gevangenis. Waar we in Nederland vanachter onze bureautjes over lezen en schrijven, wordt voor onze ogen ineens werkelijkheid en voelt als een opkomende hoofdpijn die niet meer weggaat.

Een paar uur later zijn we weer op bekend grondgebied. Mahmoud steurt zijn bus de oprijlaan van een keurig aangeharkt vakantiepark. We zijn weer terug in Israel en dit keer overnachten we in een kibboets. Eentje die het best prima voor elkaar heeft overigens. De barbecuegeur hang nog in de lucht en het 25-meter zwembad ligt er vredig bij. We besluiten de dag van ons af te zetten in de plaatselijke kroeg met wat Goldstar.

De volgende ochtend ben ik samen met twee vrienden vroeg opgestaan voor de zonsopgang. We kijken toe hoe een vliegtuigje de gewassen van de kibboets besproeid, maar zien niets van die rijkelijke ‘Goldstar’ terug die we de avond daarvoor hebben genuttigd. De lucht is troebel waardoor de zon er niet doorheen komt. Een rondleiding over de kibboets is binnen een uurtje afgehandeld en we gaan weer op weg. Er is eindelijk tijd voor wat ontspanning bij het Meer van Galilea, maar na een uurtje zitten we weer snel in de bus want politiek en militair analist Elliot Chodoff wacht op ons. Deze Joodse Amerikaan heeft de IDF in het verleden meerdere malen geadviseerd. Hij is gespecialiseerd in het Midden Oosten conflict en de ‘global war on terrorists’. Terwijl Mahmoud ons behendig door het mooiste stuk van Israel rijdt en de grenzen aantikt, krijgen we een vier uur durende lezing over Israël’s geavanceerde bommen en granaten. Ik probeer er in het begin nog wat van op te steken, maar de bochtige rit maakt mij al snel misselijk waardoor mijn gedachten afdwalen naar Ramallah, het jongetje met zijn flesjes water en die gekke kolonisten die het bloed onder mijn nagels vandaan haalden. Ik vind het wel even genoeg en het interesseert me eigenlijk niet zo met welke soorten wapens Israël zijn tegenstanders heeft uitgeschakeld. Ik ben ziek van het conflict.

Het hotel in Haifa voelt als een verademing. We springen de zee in en spoelen de vermoeidheid en heftige indrukken van ons af. De volgende dag is er een halve dag geen CIDI programma wat me de gelegenheid biedt ergens een surfboardje op de kop te tikken en me aan te sluiten bij de surflocals van Haifa. Het blauwe water is bezaaid met mensen die met z’n allen zo uit de Benneton reclame lijken te komen. Deze dag begint voor de verandering eens niet met een conflict, maar met een gezamenlijke passie: Golven pakken, kansen grijpen, ritjes maken, vallen en opstaan, maar vooral leven.

De studiereis werd na deze surfmiddag weer opgepikt. We worden op de zaterdagavond uitgenodigd voor een shabbatdiner in de synagoge van een progressieve Rabbijn. In ruil daarvoor moeten we wel eerst even een liedje met hem zingen en met aangereikte sambaballen schudden. “Als je niet wil, het hoeft echt niet!”, werd ons van te voren gezegd, maar toen het puntje bij paaltje kwam, werden we min of meer van onze stoelen getrokken. Na afloop van het lied fluisterde de Rabbijn ons toe: “So, now you can eat.” Ongelukkig was het en vast niet zo bedoeld zoals het bij ons overkwam, maar echt prettig voelde ik me er niet bij. Het CIDI was ook boos en niet blij met deze gang van zaken. Er was zelfs een foto van ‘de zingende Nederlandse journalisten’ via Twitter de wereld in geslingerd. De CIDI-reisleidster stond er op dat deze werd verwijderd, maar wij als journalisten weten dat wie op internet verschijnt, vereeuwigd wordt. En zo was het ook. Wij waren daar op dat tijdstip, in die synagoge in Haifa met het CIDI.

Israel heeft me veranderd. Ik heb gesproken met interessante, geestige en intelligente mensen. Of het nu Joden, christenen, Joods-orthodoxen of Palestijnen waren. Ik heb in geen van de gevallen getwijfeld aan hun intenties. Deze waren puur en kwamen uit de grond van hun hart. De pijn in hun harten kon ik soms zelfs een beetje voelen, maar hoe het echt voelt zal ik nooit weten. Ik ben niet getraumatiseerd. Ik geloof niet in een god of een voorbestemd land. Ik ben in vrijheid opgegroeid en heb geleerd in mezelf te geloven.

Met wie ik me wel mee kon identificeren waren de surfjongeren. Wie zich vrij voelt kan zich los worstelen van de gevestigde orde en neemt de emoties die daarbij horen voor lief. Dat soort lef heb ik gezien in de ogen van deze jongeren. Ze zijn in staat om over grenzen heen te kijken. Ze dobberen daar in de Middellandse Zee wachtende op die ene kans en als die komt, dan zullen ze die met beide handen aangrijpen.

Who can we trust?

Met het CIDI naar Israel; een soort van Wie is de mol

Israel….Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik met het CIDI op studiereis ging naar Israel. Doel: Meer leren over het conflict…Na vier dagen ge-proIsraeliseerd te zijn…”Met de Hamas valt niet te praten, ze gooien alleen maar bommen. Kijk eens wat ze hebben gedaan”, kwamen we aan in de Westbank. Ramallah…Eerst een preek van de Palestijnse dame die daar het programma had geregeld. “Jullie komen hier om meer te weten te komen over het conflict…beetje jammer dat jullie maar een dagje komen, maar ik heb geprobeerd alle stof in één programma te stoppen. So, get ready!” Maar voordat we alles goed en wel naar binnen geslurpt hadden, reed Mahmoud onze bus weer richting de Israelische grens…

Mijn helikopterview van mijn Israelreis is gister weer aangegaan, dus ik zal jullie binnenkort helemaal bijpraten, maar voordat ik mijn hele verhaal uit de doeken doe, eerst een ongepubliceerd stuk dat al weken staat te wachten. Dat heeft te maken met wat vertraging. Opgehouden door meisjes met grote pistolen, een bomvol CIDI-programma, liefde, surftrips met locals, maar vooral verwarring….

We hebben wekenlang lezingen en discussies over het Israel-Palestina conflict achter de rug. Ik sta met 19 andere jonge journalisten op Schiphol te wachten op onze gids van het CIDI. Het Centrum voor Israëlische Documentatie en Informatie nodigt ieder jaar jonge journalisten uit voor een studiereis naar ‘het beloofde land’. Na drie interessante lezingen, georganiseerd door het CIDI en het doornemen van door mijzelf uitgezochte lectuur, ben ik er klaar voor. El Al brengt ons zometeen eerst ‘naar boven’, wat de naam van deze Israëlische vlieger in het Hebreeuws ook letterlijk betekent. Ik hoop dat ik dat ‘naar boven’ niet te letterlijk moet nemen, maar wat verlichting en inspiratie is altijd zeer welkom.

In de trein naar Schiphol fluisterde Fink mij al wat spannende woorden toe. ‘Who can we trust’, wat erin resulteerde dat aangekomen op Schiphol ik mij al waande in een soort van Wie is de Mol spel. De soldaten van de IDF stonden al op ons te wachten. Helemaal aan het eind van vertrekhal 3 bij incheckbalie 32 is een hoekje ingericht vanwaar El Al haar passagiers incheckt. Ze hebben iets meer ‘privacy’ nodig om iedereen grondig te observeren en te ondervragen. De grondstewardess sprak met mij de reisbestemming door terwijl ik de ogen van een IDF-soldaat in mijn rug voel prikken. “Do you have any friends there, are you going to Palestine territory?” Ik leg uit dat mij een groot verrassingsprogramma wacht waar ik veel van zal leren en dat ik hopelijk veel vrienden zal maken. Deze uitnodiging tot een praatje interesseert haar niet zo merk ik. De volgende uit het hoofd geleerde vragen worden als een kanon op mij afgevuurd terwijl ik in haar tussenpauzes met ‘ja’ of ‘nee’ antwoord. De sticker hangt lekker vlot aan mijn tas.

Met journalisten op reis is een mooi avontuur. Je hebt automatisch wel een soort klik met elkaar vanwege dezelfde interesse voor maatschappelijke onderwerpen, maar daarentegen heeft ieder zijn achtergrond met de daarbij behorende agenda. Wanneer we bij de gate zitten, heeft niemand van ons nog zichtbare geheimen voor de IDF. Onze tassen zijn meerdere malen doorgezocht en onze body’s gecheckt. Boeken komen uit de tassen, laptops worden open geslagen en statusupdates ververst. Verhalen gaan al de ronde dat in ieder El-Al vliegtuig IDF inspecteurs in burger zitten om verhalen af te luisteren. Gaan we met z’n allen al in een hoax trappen of zit er misschien toch een kern van waarheid in dit verhaal? De één slaakt een kir, de ander haalt zijn schouders op.

“Het eerste wat sneuvelt zodra je Israel binnenkomt is de waarheid”, hoorde ik van velen met wie ik over mijn studiereis sprak. Dat schopt al gelijk tegen één van de grondbeginselen van je vak. Van journalisten wordt verwacht dat ze de waarheid vertellen, maar in een land met misschien wel de meest sterke pr-machine ter wereld zal dat een extra zware opgave worden. Jonge journalisten worden gezien als de baby’s in het vak. Onze enige wapens zijn vragen en als daar dan nog een logisch antwoord op komt neigen we misschien wel eerder daarmee genoegen te nemen dan een ervaren zeer gerespecteerde Conny Mus. Toch is ons journalistencollectief misschien een nog sterker wapen dan één buitenlandcorrespondent. Als we het voor elkaar zien te krijgen om onze gezamenlijke kennis, analyserende vermogens en visies te bundelen ontfutselen we misschien wel iets van die waarheid, tenzij iemand zit te mollen natuurlijk.

Dolfinarium zet Joopredacteur buiten de poort

Hoe ik voor een dag van journalist in activist veranderde en het Dolfinarium koos voor de verkeerde uitzetkandidaat

De situatie van orka Morgan gaat mij zo erg aan het hart dat ik besloot om voor het eerst in mijn leven over mijn persoonlijke en journalistieke grens heen te gaan. In het hol van de leeuw deelde ik pamfletten uit met de feiten waar veel media en het Dolfinarium tot voor kort zo schuw voor waren. Het Dolfinarium koos voor de sanctie ‘uitzetting’, maar helaas niet voor Morgan, maar voor een ‘lullige’ Joopredacteur. Het Dolfinarium laat daarmee zien dat ze een pijnlijk verleden niet onder ogen durft te komen. Voor politiek Den Haag betekent het dat er nog veel werk aan de winkel is. Hoe lang blijven we dolfinaria, die symbool staan voor de vermenselijking van de natuur, in stand houden?

Ik was dinsdag undercover in het Dolfinarium om de laatste beelden van Morgan vast te leggen en bewustwording te creeren bij de orkabezoekers. Bij de actie was haast geboden omdat Morgan deze week al op het vliegtuig richting Tenerife gezet kan worden. Daarom trok ik samen met camjo’er Robert Kersbergen, gewapend met een digitale spiegelreflexcamera, onopvallend het park in. Orka Morgan wacht daar al meer dan een jaar op haar uitzetting, maar dreigt haar vrijheid voor eeuwig te verliezen als de rechter vandaag beslist dat ze naar Loro Parque in Tenerife mag.

De waarheid achter de gevangenname van orka Morgan wordt met de dag vreemder en vreemder. Het Dolfinarium kan zich zonder gene de eigendomsrechten van Morgan toe eigenen terwijl ze daarvoor nog nooit van iemand is geweest. Ik zou bijna zeggen dat het een natuurwonder is, maar dat is in dit geval nogal ironisch. Wie een orka opvist mag beslissen wat er met het dier gebeurt zonder dat de natuur daar enige inspraak op heeft. Het is ook nog eens merkwaardig omdat met eigendomsrecht handel wordt gecreëerd en dat is in het geval met orka’s verboden bij wet. Hoe kan het dan in godsnaam dat deze orka naar Tenerife gestuurd mag worden waar ze de rest van haar leven zal slijten als circusdier?

’s Werelds bekendste orkadeskundige Ingrid Visser pleit in haar rapport dat Morgan een ‘prime candidate’ is voor uitzetting naar zee. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het zoogdier uit een hele sociale familie komt waardoor opname bij een pleeggezin een grote kans van slagen heeft. Het Dolfinarium meent dat deze kans echter is uitgesloten en dat ze bij andere orka’s moet zijn. Ook dat punt is discutabel omdat sommige orka’s vrijwillig hun groep verlaten om een tijdje op zichzelf te zijn en toch overleven. Anderen weten in leven te blijven door gezelschap te zoeken bij andere walvisachtige.

Het Dolfinarium lijkt ieder succes op Morgan’s echte vrijlating te saboteren. Ze negeerde een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren om Morgan’s DNA naar alle orka-experts over de wereld te sturen. Dat is nodig om haar familie of een geschikt pleeggezin te vinden. Het afgelopen jaar werden meerdere keren orkagroepen gespot in de Noordzee maar de boten van het Dolfinarium bleven aan wal. En toen was er ineens die handtekening van staatssecretaris Bleker onder een vergunning om Morgan naar Tenerife te brengen.

Loro Parque is één van de slechtste zeedierenparken ter wereld. ‘Orca Ocean’ is bedacht door Sea World, de masterminds op het gebied van zeedierenparken die in de jaren zeventig begonnen met het vangen van orka’s en er een miljoenenindustrie mee opbouwden. Een aantal onderzoekers die het Dolfinarium adviseerde om Morgan naar Tenerife te brengen blijkt ook nog eens banden te hebben met Sea World. Voor mij de genadeklap om het advies van het Dolfinarium te negeren. Staatssecretaris Bleker had bovendien onafhankelijk advies moeten inwinnen voordat hij zijn handtekening zette, maar zoals wel vaker stond zijn pet die dag de andere kant op. Hopelijk is de rechter vandaag goed gemutst en krijgt Morgan die ene ‘natuurlijke’ kans waar ze recht op heeft.

Meer lezen over Morgan? Lees: ‘De handel is orka’s is nog levensecht‘ en het pamflet: ‘Morgan moet uit haar vissenkom en terug naar de Noorse zee

De handel in orka’s is nog levensecht

Het gelanterfant van staatssecretaris Bleker kost een orkaleven

Orka Morgan vertrekt naar het zonnige Tenerife! Nederland heeft de zomer in zijn bol waardoor de alarmbellen niet gaan rinkelen als blijkt dat een ooit wild gevangen dier naar haar eindstation, het dierencircus, wordt gebracht. De uitzetting van Morgan naar Loro Parque is totaal geen zonnig avontuur. Vele wetenschappers, politieke partijen en dierenactivisten weten dat ze beter af is in het regenachtige Nederland. Hun voorkeur gaat uit naar natuurreservaat Neeltje Jans waar ze klaargestoomd kan worden voor het echte leven in de wereld waar ze hoort: de Noorse Zee.

Vorig jaar werd een zeer verzwakte orka gespot in de Waddenzee. Van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij mocht het Dolfinarium haar uit het water halen mits het zoogdier na aansterking weer terug werd gezet in zee. De jonge orka was binnen een maand aangesterkt en kreeg al snel bezoek in het Harderwijkse zeedierenpark. De commerciële instelling zocht wetenschappers uit die naar haar familie moesten speuren en een advies schrijven over wat met haar te doen. Nu, een jaar later, komt het Dolfinarium met een eindconclusie. Morgan moet naar een dierenpark op het Spaanse eiland Tenerife. Daar zou ze beter af zijn dan in haar kleine tank in Harderwijk. De ingehuurde wetenschappers van het Dolfinarium hebben geen geschikte ‘foster parents’ voor haar kunnen vinden. En omdat ze niet in haar eentje zou overleven is de beste optie ‘Loro Parque’ waar ze samen met andere orka’s kan leven. Met vriendelijke groet, het wetenschapsteam van het Dolfinarium.

Dit is het verhaal dat we het afgelopen jaar hebben gehoord. Voor een leek klinkt het misschien best aannemelijk, maar een zeedierenpark moet je niet op zijn helder blauwe ogen geloven. De Orka Coalitie die opkomt voor de belangen van Morgan bewees met een onderzoek van onafhankelijke wetenschappers dat Morgan juist een uitstekende kandidaat is voor terugkeer naar de natuur. Maar zoals vaak gebeurt worden dierenactivisten in de underdog positie geduwd en met daarbij een onoplettende staatssecretaris als Bleker stond er ineens binnen mum van tijd een handtekening onder de vergunningaanvraag van het Dolfinarium om Morgan naar Loro Parque te vliegen. De Orka Coalitie daagt het ministerie komende week voor de rechter. Bleker heeft namelijk geen onafhankelijk advies ingewonnen voordat hij zijn krabbel zette en daarmee schendt hij internationale verdragen.

De wereldwijd bekende orkadeskundige Ingrid Visser schreef vrijwillig een rapport voor de Orka Coalitie om aan te tonen dat Morgan terug kan naar zee. ‘Morgan, the orca can and should be rehabilitated’ bevat schokkende ontdekkingen. Morgan zit als orka in de kleinste tank ter wereld en verkeert daardoor in een slechte fysieke conditie. Ze is eenzaam en laat inmiddels stereotype gedrag zien dat dieren in gevangenschap vertonen wanneer ze verveeld raken. Ze zoekt contact met nabij gelegen dolfijnen, maar raakt gefrustreerd door het onderwaterrooster dat haar scheidt van haar ‘enige vrienden’. Ze duwt met haar neus regelmatig agressief tegen het rooster waardoor ze zichzelf inmiddels lelijk verwond heeft. Uitzetten naar een grotere ruimte acht Visser noodzakelijk want in een Dolfinarium zou ze een verschrikkelijke dood sterven.

                              

(Foto 1) Morgan zoekt contact met naastgelegen dolfijnen – (Foto 2) De wond op Morgan’s neus (juni 2011)

Visser heeft meerdere succesvolle uitzettingen van orka’s op haar naam staan. Haar conclusie is dat de jonge orka een uitstekende kandidaat is voor uitzetting, maar dat die wordt bemoeilijkt door het Dolfinarium die enorme ‘commerciële’ belangen heeft om Morgan binnen de cirkel van zeezoogdierenparken te houden.

Visser’s rapport verschilt op cruciale punten met het rapport van de ‘Free Morgan Expert  Board’, de wetenschappers die in dienst waren van het Dolfinarium. Deze zeebiologen menen dat Morgan niet terug kan naar zee omdat haar familie niet te vinden is. Visser toont aan dat in het verleden meerdere orka’s succesvol zijn teruggezet bij ‘foster parents’. Morgan, afkomstig uit een Noorse orkagroep, blijkt ook nog eens uit een zogenaamde ‘zeer sociale’ groep te komen die zich makkelijk bij anderen aansluit. Een ander punt dat het Dolfinarium opvoert is dat Morgan in haar eentje niet zal overleven. Uit onderzoek blijkt juist dat sommige orka’s zich om onbekende reden afzonderen van hun groep en zich daarna weer aansluiten. Ook leven sommige orka’s samen met andere walvisachtige en overleven op die manier. Zo gaat het argument niet meer op om haar naar Loro Parque te brengen zodat ze met andere orka’s in contact is.

Morgan is op korte termijn het beste af in een grote ruimte waar ze een volwaardige fysieke training krijgt en klaargestoomd wordt voor het wilde leven in de oceaan. Visser pleit daarom voor overplaatsing naar natuurreservaat Neeltje Jans. Omdat Morgan nog niet lang gevangen heeft gezeten en een jonge orka is, heeft de wetenschapper goede hoop op een succesvolle vrijlating.

Visser: “Als Morgan wordt vrijgelaten, kan ze in ieder geval haar eigen keus maken: Waar wil ik zijn en met wie? Het is ook niet duidelijk of Morgan zelf haar groep heeft verlaten, is verdwaald en zo haar familie uit het oog is verloren of dat ze is verstoten. Misschien was het wel een eigen keuze die haar uiteindelijk noodlottig was geweest.”

In de tijd die Visser doorbracht in Harderwijk vertelde een anonieme bron haar dat het bezoekersaantal sinds de komst van Morgan met 20.000 omhoog is gegaan. Bij zeeparkdirecteuren staan orka’s bekend als ‘blood diamonds’. Ze zorgen voor de meeste bezoekersaantallen en dus voor het geld. De werkzaamheden van Sea World, het zeedierenpark in Amerika dat als eerste begon met het vangen van orka’s, zijn om die reden gebouwd op hun orkashows. “Ze leveren honderden miljoenen op voor het bedrijf”, zei Dennis Speigel, directeur van het Internationale Theme Park Services in de VS in een interview met de North Country Times. Dit is de enige keer dat duidelijk werd hoeveel parken ongeveer verdienen aan hun orka’s. Sea World, de grootste orkahouder ter wereld, heeft nooit willen zeggen hoeveel winst hun orka’s opbrengen.

Orka’s vangen is verboden, net als de handel in de dieren. De enige manier waarop parken hun orka populatie in stand kunnen houden is door ze te ruilen aan de hand van broedprogramma’s. De ‘leverancier’ van de orka heeft zo recht op de eerste nakomeling van de moederorka. In die zin heeft het Dolfinarium een perfecte ruil gedaan waar ze later nog flink aan kan verdienen, zo bleek ook al eerder in de geschiedenis.

In 1987 had het Dolfinarium vrouwtjesorka Gudrun. In de jaren tachtig was het park een doorvoerhaven van orka’s uit IJsland die gevangen werden voor Sea World. Omdat de VS al een verbod had op het vangen van orka’s, waren de IJslandse orka’s Sea World’s enige kans omdat daar nog geen verbod was op het vangen van orka’s voor dolfinariums. Harderwijk had zich op een gegeven moment Gudrun toegeëigend. Sea World wilde haar graag hebben omdat ze nieuw genmateriaal had en voor vele nakomelingen kon zorgen. Dolfinarium directeur Mr. F.B. den Herder stemde echter niet zomaar in met die ruil. “Het wegvallen van Gudrun zou een verlies van inkomsten zijn”, zei hij letterlijk. Om die reden eiste hij twee dolfijnen terug die hij ook kreeg. Een ruil die achteraf nog vrij dubieus was omdat de twee pseudoracas, een bepaald soort dolfijnen, indertijd alleen werden gevangen bij verboden ‘drive fisheries’ in Japan. Dat is een manier van dolfijnen vangen die eindigt in een slachtpartij waarbij vele dolfijnen en walvissen omkomen. Een bekend voorbeeld hiervan wordt vertoond in de geroemde documentaire The Cove die op het IDFA in 2009 de publieksprijs kreeg. Sea World heeft de aantijging altijd ontkend en het Dolfinarium hield zijn mond dicht. Het is een voorbeeld waaruit blijkt dat het zeepark niet echt handelt in belang van haar dieren. ‘Als het maar zwemt en kunstjes kan’ lijkt eerder het motto.

Sinds het wereldwijde verbod op het vangen van orka’s voor dolfinariums heeft de handel van walvisachtige ‘in natura’ een opmars gemaakt. Zo komen we aan bij Loro Parque, een nieuwe orka kweekvijver, bedacht door de masterminds van Sea World. Sinds 2006 vervoerde Sea World meerdere orka’s richting dit park. Ze kwamen onder ander van parken uit Texas en Florida. ‘Orca Ocean’ moest ‘het’ gaan doen in Europa schrijft orkajournalist Tim Zimmermann. Hij boog zich over de vraag waarom Sea World haar orka’s naar de andere kant van de oceaan vliegt in plaats van ze in Amerika te houden. Uit zijn research blijkt dat het Spaanse eiland een vrij soepel belastingsysteem heeft om veel buitenlandse ondernemers aan te trekken. Om die reden zijn de Canarische eilanden populair geworden bij veel Europese investeerders. Het is niet weg te denken dat Sea World er om die reden voor kiest om bijzonder ‘genmateriaal’ richting Tenerife te sturen. Misschien wel met het idee nog even goed te cashen voordat de Amerikaanse overheid de zeeparkenindustrie aan banden legt?

De kritiek op zeezoogdierenparken groeit. Loro Parque kwam het afgelopen jaar expliciet in het nieuws. In 2006 kwamen de eerste zes orka’s aan op Tenerife, maar de omstandigheden waarin de dieren leefden verslechterde zo snel dat al het meegevlogen Sea World personeel, waaronder trainers en dierenartsen, ontslag nam. De situatie is daarna alleen nog maar verergerd wat ertoe leidde dat in 2010 orkatrainer Martinez om het leven kwam toen hij het water in werd gesleurd door een orka. Zijn familieleden menen dat het park de veiligheidsmaatregelen van de trainers niet in acht nam. In Amerika heeft Sea World hiervoor al eens een boete van 75.000 euro gekregen. Aanleiding voor deze zaak was de dood van ervaren trainer Brancheau die ook door een orka was gegrepen.

Het gaat gruwelijk en aan alle kanten mis in de dolfinariums over de wereld. Orka’s worden agressief omdat ze de omstandigheden in gevangenschap niet meer aankunnen, zo blijkt uit meerdere onderzoeken. De trainers zijn niet meer in staat de dieren te handhaven en het park neemt geen veiligheidsmaatregelen. Toch blijven de shows doorgaan omdat Sea World iedere keer weer mensen vindt wiens droom in werkelijkheid wordt gebracht door te mogen werken met orka’s.

Het is opmerkelijk dat Morgan naar Loro Parque wordt gestuurd. Niet alleen vanwege de geschiedenis met Sea World maar het is ook één van de slechtste zeezoogdierenparken ter wereld. Waarom het Dolfinarium nu juist dit park ziet als een walhalla voor Morgan is merkwaardig. Erger nog is het feit dat staatssecretaris Bleker de gevoerde informatie van het Dolfinarium als zoete koek naar binnen heeft gewerkt. Hij heeft een controlerende taak, maar wint geen onafhankelijk advies in terwijl deze hem op een presenteerblaadje werd aangereikt door de Orka Coalitie. De twee rapporten die ik voor het schrijven van dit artikel tot me heb genomen, kostten me enkele uurtjes.

Er zijn talloze internationale verdragen die Nederland heeft getekend voor de bescherming van walvisachtige en orka’s. Een opvallend verschijnsel is dat in geen van de verdragen duidelijk wordt gesproken over de rechten van een orka die voor ‘tijdelijke opvang’ wordt opgenomen in een zeedierenpark. Arie Trouwborst, professor in de milieurechten aan de Universiteit van Tilburg meent dat de makers van het Walvisvaartverdrag hier ‘waarschijnlijk’ niet over na hebben gedacht omdat de dieren te groot zijn voor dolfinariums. Een maas in de wet. Het is wel duidelijk dat alle verdragen uiteindelijk pleiten voor vrijlating indien dat mogelijk is. De lokale overheid dient haar verantwoordelijkheid hier in te nemen en moet zich baseren op onafhankelijk onderzoek van zeebiologen.

De advocaat van de Orka Coalitie zal aanstaande woensdag in de rechtbank bepleiten dat met het houden van Morgan in gevangenschap de Flora- en faunawet wordt overtreden. Daarin staat dat ‘orka’s, of welke walvisachtige’ niet gehouden mogen worden. Wietse van de Werf, oprichter van de Orka Coalitie zal daarbij ook een aantal andere opmerkelijke bevindingen in zijn betoog meenemen. Een aantal wetenschappers die het Dolfinarium aanstelde voor hun rapport heeft banden met het beruchte Sea World. Naar eigen onderzoek van Van der Werf blijkt ook nog eens dat maar één van deze betaalde onderzoekers Morgan daadwerkelijk heeft gezien. De rest heeft op basis van de gegevens die het Dolfinarium hen stuurde bijgedragen aan het rapport. Ook heeft het Dolfinarium het DNA van Morgan nog steeds niet vrijgegeven. Dat is nodig om haar orkagroep of een juiste ‘foster parents’ familie te vinden. Kortgeleden werd een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die het Dolfinarium verplichtte om Morgan’s DNA naar ieder instituut over de wereld te verspreiden, maar ze heeft dit nog steeds niet gedaan. Opmerkelijk is dat het CDA, de partij van Bleker, de motie niet steunde net als coalitiepartner VVD.

Ook zijn het afgelopen jaar orka’s gespot in de Noordzee maar het Dolfinarium deed geen enkele moeite om met een bootje de zee op te gaan om DNA bij deze dieren af te nemen. Misschien hadden ze dan wel een ‘golden match’ gevonden. Het Dolfinarium was er als de kippen bij om Morgan uit het water te halen, maar met de terugzetting van het dier in de natuur zijn ze zo traag als een schildpad. Toeval? Ik denk het niet. Ze hebben er geen enkel belang bij om Morgan terug te zetten in de natuur.

De visie van Visser en Trouwborst is in de publieke opinie continu getoetst aan het ‘officiële’ besluit van door het Dolfinarium aangewezen wetenschappers, maar eigenlijk zou het andersom moeten zijn. Waarom? Omdat we eigenlijk al lang weten dat dolfinariums voortkomen uit de illegale vangst van walvisachtigen. Het is een commerciële business die in stand wordt gehouden door slapende overheden die hun controletaak niet uitvoeren en internationale verdragen die zo lek zijn als een mandje. Dolfinariums die hun gevangen dieren kunstjes laten doen, zijn bovendien geen voorbeeldfunctie meer in een tijd van ‘groene’ bewustwording. Een orka hoort thuis in de oceaan en niet in een vissenkom.