Decemberhormonen – Ciao

‘Hoe overleef ik de kerst?’ Deel IV: Bestemming onbekend

Ieder jaar kan niemand om de kerstdagen heen. 25 en 26 december staan hoe dan ook voor de deur. Of je het nu wil of niet. De Joop redactie vroeg een aantal opiniemakers hoe zij de kerst doorkomen. Zet je schrap voor een uitzinnige kerst en volg de rubriek: ‘Hoe overleef ik de kerst’. Deel IV: Joop redacteur Margaux Tjoeng kiest ieder jaar met de kerst een nieuw geboorteland.

In december denk ik vaak terug aan die ene dag voordat ik werd geboren. Ik zweefde in een grote luchtbel rond de aarde en observeerde de landen waar ik een mogelijke toekomst zag liggen. Daar zou ik vervolgens een stel leuke ouders uitkiezen en mijn nieuwe leven beginnen, maar er ging iets mis. Voordat ik een keuze had gemaakt, vielen we allemaal uit die luchtbel naar beneden en belandden in een enorme waterglijbaan. Het is een geluk bij een ongeluk dat ik veilig in mijn moeders armen terecht kwam. Eén van de bizarste en gelukkigste momenten in mijn leven.

Het ging allemaal prima tot de winter van 1992. Sinterklaas bleek niet echt en zijn vervanger, de Kerstman, kon de onbevangen kinderjaren niet meer teruggeven. Ieder jaar dat december op de kalender verscheen, werd er niet beter op. Kerst is nooit echt mijn ding geweest. Ik ben ook niet gelovig opgevoed, heb allergie tegen overconsumptie en zie er het nut niet van in om voor een feestgelegenheid bomen uit de grond te rukken. Het zijn allemaal excuses, maar ik heb ook gemerkt over één belangrijk element echt niet te beschikken: decemberhormonen. Commando-feestneuzen passen mij niet.

Zoals een door de bank genomen gezin met kerst de zomercamping uit de folder bestelt, start ik begin maart Google Earth op. Vink vervolgens alle extra’s aan en de wereld verschijnt op mijn beeldscherm. Met alvast een kopje lentethee om in de stemming te komen, zoek ik een nieuwe kerstbestemming uit. Tip, kijk ook eens wat er via Brussel vertrekt. Dat bleek dit jaar nogal een uitkomst als je richting Midden- en Latijns Amerika vliegt. Daarnaast op te letten in welk seizoen je naar een land reist en welk klimaat ze daar hebben. De mentaliteit ‘elk seizoen heeft zo zijn charmes’, leeft bij mij in ieder geval niet, dus bezorg jezelf geen plenspartij of koortsachtige hitte als je daar niet van houdt. Wees eerlijk met jezelf.

Ik vond het geen gek idee: ieder jaar opnieuw geboren worden in een ander land. En zo ver van huis vergeet je de kerst eigenlijk ook. Zo was ik een keer in India en liep, toevallig rond de kerstdagen, een voedselvergiftiging op. Mijn toenmalige vriend en ik deelden geen viergangendiner, maar een emmertje dat tussen onze bedden in stond. Ik heb nog nooit zo’n intieme kerst gehad. Incredible India zal ik nooit vergeten. Deze reis kan ik oprecht één van de fantastische ervaringen in mijn leven noemen omdat het land en de mensen laten zien dat we in het westen totaal zijn doorgeslagen. Ons leven moet leuk zijn, vooral met de kerst. Het is een opgelegde norm die onder andere stelselmatig wordt ingefluisterd door onze Klaas Faak Mark Rutte. Hij zingt het liefst elke dag slaapliedjes.

Dit jaar staan de decemberhormonen nog verder onder druk vanwege de crisis. Ik ken mensen die zich de afgelopen weekenden bewust in huis hebben opgesloten om niet verleid te worden door overdressede winkelcentrums. Je zou namelijk maar ineens onder sociale druk het oppasgeld voor 2012 er doorheen jassen aan kerstcadeautjes. Een onlangs verschenen onderzoek bevestigde het ook. Steeds meer mensen zijn liever weg met de kerst om onder ‘sociale verplichtingen’ uit te komen. Die zin moest ik toen even twee keer lezen. De crisis slaat in en ineens willen we niet meer sociaal doen? Of weten we niet meer hoe dat moet?

Ik heb maar één kerstwens voor Nederland: Een socialere Klaas Faak voor 2012. Rutte vindt dat we allemaal lekker ‘normaal’ moeten doen. Er is niets aan de hand. Armoede in Nederland bestaat volgens hem niet, punt. Ik vertel niets nieuws. We hebben een ‘asociale’ regering gekregen. Eentje die het sociaal zijn een bittere nasmaak heeft gegeven en doet alsof een sociale samenleving niet kan bestaan tijdens een crisis. Juist tijdens een crisis, meneer Rutte. Wat is er nog leuk aan het leven als we het geven en nemen afschaffen?

Lieve mensen. Kerst oftewel het leven draait niet om cadeautjes, hippe dinertjes en feestjes waar je met je Prada-jurk en Gucci-bag moet komen opdraven. Iedere dag komen we wel mensen tegen die iets extra’s kunnen gebruiken. Soms in de vorm van een euro of een aai over het bolletje en vergeet het extra bordje eten niet. We kiezen niet in welk land we worden geboren, welke familieleden of regering we hebben. Wel kiezen we er iedere dag voor om het feest van het leven en de liefde te vieren. Dan maakt het niet uit of het kerst is.

Advertenties

Pauw & Witteman: The old boys network

Een vrouw die komt praten over vrouwenemancipatie bij Pauw & Witteman is al snel ‘dat ene wijf’

De redactie van Pauw & Witteman zette de presentatoren gisteravond weer eens voor het blok. Er was een pittige vrouw uitgenodigd. VN-vrouwenvertegenwoordiger Kirstin van der Hul zat aan tafel om te praten over haar werk als belangenbehartiger. Van der Hul is een powervrouw, een buitenkansje voor Pauw & Witteman om af te rekenen met hun vrouwonvriendelijke imago. Ze lieten deze kans echter geheel aan hun neus voorbij gaan. Interessante vragen bleven uit. Vrouwen interviewen. Ze kunnen het niet, ze snappen vrouwen niet en ik vraag me af of ze hen wel willen snappen.

Power-feminist Heleen Mees merkte eens op dat Pauw & Witteman niet met vrouwen om kunnen gaan. Er zitten opvallend weinig vrouwen aan tafel en als ze er zijn is dat vaak vanwege onbenullig onderwerpen. Zo geeft Pauw ook later toe in een interview. Maar over het algemeen vinden ze de kritiek ‘gezeur’ over vooroordelen. ‘Vooral van vrouwen’, zegt Pauw er nog achteraan.

Nu anno 2011. Het nieuwe winterseizoen is net gestart en ze moesten woensdag toch behoorlijk in hun nopjes zijn geweest dat de redactie eindelijk weer een powervrouw had gevonden. Want die topvrouwen waren volgens Pauw zo lastig te vinden.

Van der Hul presenteerde maar eens de feiten over vrouwenemancipatie in Nederland. Al zestig jaar wordt er gepraat over de problemen, maar Nederland lijkt alleen maar achter de feiten aan te hobbelen. Waar we voorgaande jaren nog in de top tien stonden van de Global Gender Gap van het World Economic Forum staan we nu op de 17de plek achter landen als Lesotho, Filipijnen (waar vrouwen pro-actief benoemd worden) en Sri Lanka. Volgens Van der Hul komt dat doordat het in Nederland slechter gaat en opkomende economieën het een stuk beter doen wat betreft vrouwenemancipatie. Ze vindt het vooral zorgelijk dat er in Nederland maar rond de 10 procent vrouwelijke hoogleraren zijn terwijl er al sinds de jaren negentig meer meisjes afstuderen dan jongens.

Na haar betoog bleef het even stil waarna Pauw vroeg of dat nu ligt aan de maatschappij of aan vrouwen zelf. “Het is beide”, legt van der Hul uit. “Je hebt nog steeds de old boys networks die mensen benoemen vanuit hun oude kring. Vrouwen zijn nog steeds niet genoeg in beeld.” Aan de andere kant merkt ze op dat Nederlandse vrouwen onvoldoende bewust zijn van hun economische onafhankelijkheid. “Dat de keuze vrij is, vind ik goed”, zegt ze, maar toch is het volgens haar zorgelijk dat de helft van de vrouwen in Nederland economisch afhankelijk is van haar man.

Wederom blijft het stil aan tafel. De heren die tot voor kort een levendig debat hadden over de huizenmarkt die op slot zit, keken een beetje bevreemd om zich heen, wachtend op het volgende onderwerp. Op Twitter verschijnen reacties van mannen over ‘dat ene wijf’. Femke Halsema tweet: ‘Aiaiai, na dit she-volution-viva-momentje gaan de mannen het weer over de echte zaken hebben’.

Mannen die discussiëren over vrouwenemancipatie dat is niet vaak een succes, moet ook de redactie van te voren hebben zien aankomen. Een paar plaatjes dan. Van der Hul moet aan de hand van foto’s van bekende vrouwen beginnen met haar uitleg. Jeroen kiest Patricia Paay als onderwerp uit, waarna de discussie zich verplaatst naar ‘cougar-vrouwen’: oudere vrouwen als Paay die een relatie hebben met een veel jongere vent. Er wordt gegniffeld aan tafel, eindelijk gaat het weer over de vrouw als non-onderwerp. Gasten Paul Scheffer, Rob Mulder en Boele Staal lijken ineens wel mee te willen praten.

Maar Van de Hul maakt daar weer snel een eind aan. Ze merkt op dat het opvallend is dat door mannen vaak wel gepraat wordt over cougar vrouwen, maar als het om een man gaat met een veel jongere vriendin, dan is dat geen issue. Tjaa, ook daar lijken de mannen niet verder op in te willen gaan, wat Van der Hul’s bevinding als waarheid onderstreept.

Ik kan maar één heldere conclusie verbinden aan deze uitzending. De verschijning van een powervrouw als Van der Hul bewees het maar weer eens. Pauw & Witteman is een old boys network. Vrouwen, ze zien ze gewoon niet en ik vraag me af of ze ook echt geïnteresseerd zijn in wat ze te melden hebben.

Eén waarheid is geen waarheid

Een tiendaagse journalistenreis door Israel – Een soort van Wie is de mol voor gevorderden

Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik met het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) op studiereis ging naar Israel. Doel: Meer leren over het conflict. Na wat goede reviews van journalisten die het voorgaande jaar dezelfde reis hadden gemaakt, leek het mij een uitgelezen kans om Israel met zo’n gezelschap te beleven. De Zwitserse filosoof Alain de Botton meent dat je altijd jezelf meeneemt op reis en daardoor eigenlijk nooit onbevangen de nieuwe wereld kan aanschouwen. Het leek me daardoor een fijn idee dat een gemêleerd clubje van links en rechts politiek georiënteerde journalisten met me mee ging. Zo konden we elkaar een beetje bij de les houden ongeacht wat we van het CIDI voorgeschoteld zouden krijgen.

Zet twintig jonge journalisten in een vliegtuig naar Israel en het eigenwijze bloed kruipt waar het gaan kan. Het voelde ook wel een beetje als een schoolreisje. In sneltreinvaart werden we opgeslokt door het intensieve en interessante programma: Een gesprek met RTL-correspondent Roel Geeraedts. Het verhaal van de eigenaar van een homo-ontmoetingscentrum in Tel Aviv waar een jaar geleden een gek lukraak op jongeren schoot. Interviews met Israëlische en Palestijnse journalisten en publicisten. De muur. Progressieve en conservatieve Rabbijnen. Yad Vashem. Op visite bij een verzoeningssjeik in Hebron. Turen over het hek bij de grens met Gaza. Een bezoek aan een Hoge School waar Israëlische journalisten worden opgeleid. De Knesset inclusief een gesprek met Netanyahu’s woordvoeder Marc Regev. Twee keer een interview met een IDF-official en ontmoetingen met kolonisten van de softste soort tot de meeste hardnekkige met imposante pistolen in hun onderbroek.

Op de tweede dag kon schrijver en publicist Yossi Klein Halevi het conflict al aardig voor ons samenvatten.

“Dit conflict gaat over nationaliteit, psychologische gevoelens, traumaverwerking en geschiedenis. Het vertrouwen is kapot gemaakt. Iedereen is moe en wil eigenlijk gewoon naar huis. Daar gaat het om, maar geen enkele maatregel die tot nu toe is aangedragen zorgt er voor dat deze mensen naar huis kunnen.”

Beide volken hebben elkaar recentelijk zo veel aangedaan en doen dat nog steeds dat het stukje land voorgoed is veranderd in een gescheiden samenleving. Alleen een bemiddelaar die beide partijen accepteert en respecteert zal in de toekomst succes boeken, maar daarvoor moet eerst een traumaverwerker aan de slag om de wonden te dichten en oud zeer te verzachten.

Van journalisten wordt verwacht dat ze de waarheid vertellen, maar in een land met misschien wel de meest sterkste pr-machine ter wereld en duizenden waarheden is dat een bijna onmogelijke opgave. Israel is een gecompliceerd land met mensen van verschillende nationaliteiten en geloven en ieder heeft zijn eigen culturele gebruiken en regels. Of je nu gaat backpacken, met een georganiseerde studiereis mee gaat of vrienden gaat opzoeken. Je zal nooit dezelfde reis beleven en de sterkste indrukken die je opdoet zullen de kleur van je reis bepalen. Omdat je een Europeaan bent zal een Israëliër altijd naar je mening vragen over het conflict. En als je geluk hebt benadert hij je met de kleinste dosis vooroordelen. Vervolgens word je overspoeld met verhalen inclusief de details die je inderdaad nog nooit eerder heb gehoord. Je weet weer iets meer, maar snapt er steeds minder van. Iets waarvoor Halevi ons ook al met een grinnik op voorbereidde: “The more confused you get, the more you get to the truth.” Op dat moment kruiste ik mijn vingers onder de tafel. ‘Laten we hopen dat deze man gelijk heeft.’

De eerste drie dagen had ik overdag geen half uurtje tijd om een artikeltje online te zetten dat ik al in het vliegtuig had geschreven. Ik besloot dan ook maar alles over me heen te laten komen, zoveel mogelijk aantekeningen te maken en later te analyseren, maar de rollercoaster racete door. Waar ik zo waakzaam voor was, gebeurde al binnen mum van tijd. De pro-Israelisatie had zijn werk gedaan en een paar slogans goed achter mijn oren geplakt.

“Wij hebben het recht om te leven waar onze voorouders zijn opgegroeid. Met Hamas valt niet te praten. Ze gooien alleen maar bommen. Jullie Europeanen pushen de Palestijnen in een slachtofferrol. Wat zou jij er van vinden als België iedere week een bom in je achtertuin gooit?.”

Indrukwekkend was de ontmoeting met kinderarts Liesbeth Luurs in Sderot. Ze woont en werkt vlakbij de grens met Gaza en heeft jaren lang raketten op haar afgevuurd gekregen. Jong en oud heeft een Post Traumatische Stress Syndroom opgelopen door het alarm, vertelt ze. In haar kliniek doorstaan we een proef. We moeten binnen een halve minuut als de wiedeweerga naar de schuilkelder rennen om te voelen hoe het is als zo’n alarm af gaat. Liesbeth doet ondertussen na hoe hard dat alarm klikt. De manier waarop ze vertelt is aangrijpend, maar voelt ook een beetje ongemakkelijk. Ik denk dat niemand van ons zich kan identificeren met deze vrouw die het conflict iedere dag in alle hevigheid beleeft. Het is ongelofelijk hoeveel strijdlust ze heeft om kinderen en vrouwen te blijven helpen en niet weg te rennen uit dit met raketten bestookte gebied. Omdat ze zelf een kind met het Syndroom van Down heeft, zette ze in Gaza een centrum voor deze kindjes op, maar kan er nu niet meer heen. Voorheen hielp ze ook Palestijnse kindertjes uit Gaza, maar ook dat is nu over. Waarom? De papa van één van haar jonge patiëntjes was doodgeschoten omdat hij zijn kindje door een Joodse arts liet helpen. “De Hamas kent geen genade.”

Na zes dagen keek ik heel erg uit naar het ‘andere’ verhaal. Twee dagen Westbank stonden op het programma. We arriveerden ’s ochtend vroeg in Ramallah waar we een verrassende preek kregen. De Palestijnse dame die daar het programma had geregeld was blij met onze komst maar vond ons programma niet helemaal in balans tegenover acht dagen Israel.

“Jullie komen hier om meer te weten te komen over het conflict, maar een beetje jammer is het wel dat jullie maar een dagje komen. Maar goed, ik vind het belangrijk dat jullie alles meekrijgen, dus daarom heb ik toch alle stof in één programma gestopt. Zet je schrap!”

En daar gingen we dan. Een Palestijnse econoom toonde ons aan de hand van cijfers dat de economische groei in de bezette gebieden aanzienlijk wordt belemmerd door de Israëlische blokkade. We spraken een Palestijnse jongen die de holocaust ontkent en een meisje dat de terroristische aanslagen van Hamas niet veroordeelt: “Het lichaam, dat is nog het enige dat we hebben. We mogen niets zelfs beslissen. Zelfs als we een extra buslijn naar school willen laten rijden, geeft Israel niet thuis.”

De groep wilde na deze onthutsende dag eigenlijk wel wat langer in het levendige Ramallah blijven, maar het CIDI programma waar we voor getekend hadden stoomde door. Aan het eind van de dag zaten we compleet verbouwereerd terug in de bus. Wie spreekt er nou eigenlijk de waarheid en waar hebben we ons in godsnaam mee in laten slepen, dacht ik. Terwijl Mahmoud zijn bus naar de Israëlische grens manoeuvreerde kreeg ik op die vraag enigszins een antwoord. De Westbank kom je zo in, maar eruit is een ander verhaal. De file is moordend. Helemaal op de vooravond van de shabbat. Auto’s wurmen zich in iedere vierkante centimeter om een stukje verder op te schuiven richting ‘het hek’. Opeens horen we op de achtergrond een sirene loeien. Palestijnse mannen die zich eerst onder het genot van een kopje thee kostelijk vermaakten met het autogeschuivel zijn nu van hun steen gesprongen om de ambulance doorgang te bieden. Het duurt even voordat het geluid dichterbij komt en het duurt ook weer even voordat de zwaailichten uit ons gezichtsveld zijn verdwenen. ‘Je moeder zal er maar ik liggen’, dacht ik.

Vlak daarna gebeurt er nog iets. Een jongetje komt onze stilstaande bus inrennen. De automatische vergrendeling van ons voertuig is defect waardoor hij de deur aan de buitenkant heeft weten te openen. Het jongetje is gekomen om ons van vers water te voorzien. Zijn plastic flesjes die duidelijk eerst een aantal dagen door het stof hebben gerold, houdt hij stevig onder zijn arm geklemd. Ineens valt ook op dat het jongetje zich al een aantal dagen niet gewassen heeft en dat zijn schoenen een paar maten te groot zijn. Eén van mijn reisgenoten is inmiddels uit zijn stoel gekomen om het jochie te verwijderen, maar hij heeft niet veel succes. Het jongetje weet weer terug de bus in te rennen, maar wordt opnieuw bij de kladden gegrepen, maar weer lukt het niet. Net voor de uitgang weet hij zich vast te klampen aan een leuning. De tranen staan in zijn ogen terwijl hij in een voor ons onverstaanbare taal de boel bij elkaar schreeuwt. Een flesje water kopen dan maar? Maar nee. Eentje is niet genoeg. Uiteindelijk komt een Palestijn de bus in. Grijpt het jochie bij zijn nekvel en neemt hem mee naar buiten waar hij onder ons toeziend oog nog een pak slaag toe krijgt.

Het wordt stil in de bus. Misschien door het indrukwekkende landschap dat aan ons voorbij schiet. Vermoeidheid. Of is het het besef dat de Palestijnen toch echt in bezet gebied leven? De zandbak waarin ze wonen is een gevangenis. Waar we in Nederland vanachter onze bureautjes over lezen en schrijven, wordt voor onze ogen ineens werkelijkheid en voelt als een opkomende hoofdpijn die niet meer weggaat.

Een paar uur later zijn we weer op bekend grondgebied. Mahmoud steurt zijn bus de oprijlaan van een keurig aangeharkt vakantiepark. We zijn weer terug in Israel en dit keer overnachten we in een kibboets. Eentje die het best prima voor elkaar heeft overigens. De barbecuegeur hang nog in de lucht en het 25-meter zwembad ligt er vredig bij. We besluiten de dag van ons af te zetten in de plaatselijke kroeg met wat Goldstar.

De volgende ochtend ben ik samen met twee vrienden vroeg opgestaan voor de zonsopgang. We kijken toe hoe een vliegtuigje de gewassen van de kibboets besproeid, maar zien niets van die rijkelijke ‘Goldstar’ terug die we de avond daarvoor hebben genuttigd. De lucht is troebel waardoor de zon er niet doorheen komt. Een rondleiding over de kibboets is binnen een uurtje afgehandeld en we gaan weer op weg. Er is eindelijk tijd voor wat ontspanning bij het Meer van Galilea, maar na een uurtje zitten we weer snel in de bus want politiek en militair analist Elliot Chodoff wacht op ons. Deze Joodse Amerikaan heeft de IDF in het verleden meerdere malen geadviseerd. Hij is gespecialiseerd in het Midden Oosten conflict en de ‘global war on terrorists’. Terwijl Mahmoud ons behendig door het mooiste stuk van Israel rijdt en de grenzen aantikt, krijgen we een vier uur durende lezing over Israël’s geavanceerde bommen en granaten. Ik probeer er in het begin nog wat van op te steken, maar de bochtige rit maakt mij al snel misselijk waardoor mijn gedachten afdwalen naar Ramallah, het jongetje met zijn flesjes water en die gekke kolonisten die het bloed onder mijn nagels vandaan haalden. Ik vind het wel even genoeg en het interesseert me eigenlijk niet zo met welke soorten wapens Israël zijn tegenstanders heeft uitgeschakeld. Ik ben ziek van het conflict.

Het hotel in Haifa voelt als een verademing. We springen de zee in en spoelen de vermoeidheid en heftige indrukken van ons af. De volgende dag is er een halve dag geen CIDI programma wat me de gelegenheid biedt ergens een surfboardje op de kop te tikken en me aan te sluiten bij de surflocals van Haifa. Het blauwe water is bezaaid met mensen die met z’n allen zo uit de Benneton reclame lijken te komen. Deze dag begint voor de verandering eens niet met een conflict, maar met een gezamenlijke passie: Golven pakken, kansen grijpen, ritjes maken, vallen en opstaan, maar vooral leven.

De studiereis werd na deze surfmiddag weer opgepikt. We worden op de zaterdagavond uitgenodigd voor een shabbatdiner in de synagoge van een progressieve Rabbijn. In ruil daarvoor moeten we wel eerst even een liedje met hem zingen en met aangereikte sambaballen schudden. “Als je niet wil, het hoeft echt niet!”, werd ons van te voren gezegd, maar toen het puntje bij paaltje kwam, werden we min of meer van onze stoelen getrokken. Na afloop van het lied fluisterde de Rabbijn ons toe: “So, now you can eat.” Ongelukkig was het en vast niet zo bedoeld zoals het bij ons overkwam, maar echt prettig voelde ik me er niet bij. Het CIDI was ook boos en niet blij met deze gang van zaken. Er was zelfs een foto van ‘de zingende Nederlandse journalisten’ via Twitter de wereld in geslingerd. De CIDI-reisleidster stond er op dat deze werd verwijderd, maar wij als journalisten weten dat wie op internet verschijnt, vereeuwigd wordt. En zo was het ook. Wij waren daar op dat tijdstip, in die synagoge in Haifa met het CIDI.

Israel heeft me veranderd. Ik heb gesproken met interessante, geestige en intelligente mensen. Of het nu Joden, christenen, Joods-orthodoxen of Palestijnen waren. Ik heb in geen van de gevallen getwijfeld aan hun intenties. Deze waren puur en kwamen uit de grond van hun hart. De pijn in hun harten kon ik soms zelfs een beetje voelen, maar hoe het echt voelt zal ik nooit weten. Ik ben niet getraumatiseerd. Ik geloof niet in een god of een voorbestemd land. Ik ben in vrijheid opgegroeid en heb geleerd in mezelf te geloven.

Met wie ik me wel mee kon identificeren waren de surfjongeren. Wie zich vrij voelt kan zich los worstelen van de gevestigde orde en neemt de emoties die daarbij horen voor lief. Dat soort lef heb ik gezien in de ogen van deze jongeren. Ze zijn in staat om over grenzen heen te kijken. Ze dobberen daar in de Middellandse Zee wachtende op die ene kans en als die komt, dan zullen ze die met beide handen aangrijpen.

Who can we trust?

Met het CIDI naar Israel; een soort van Wie is de mol

Israel….Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik met het CIDI op studiereis ging naar Israel. Doel: Meer leren over het conflict…Na vier dagen ge-proIsraeliseerd te zijn…”Met de Hamas valt niet te praten, ze gooien alleen maar bommen. Kijk eens wat ze hebben gedaan”, kwamen we aan in de Westbank. Ramallah…Eerst een preek van de Palestijnse dame die daar het programma had geregeld. “Jullie komen hier om meer te weten te komen over het conflict…beetje jammer dat jullie maar een dagje komen, maar ik heb geprobeerd alle stof in één programma te stoppen. So, get ready!” Maar voordat we alles goed en wel naar binnen geslurpt hadden, reed Mahmoud onze bus weer richting de Israelische grens…

Mijn helikopterview van mijn Israelreis is gister weer aangegaan, dus ik zal jullie binnenkort helemaal bijpraten, maar voordat ik mijn hele verhaal uit de doeken doe, eerst een ongepubliceerd stuk dat al weken staat te wachten. Dat heeft te maken met wat vertraging. Opgehouden door meisjes met grote pistolen, een bomvol CIDI-programma, liefde, surftrips met locals, maar vooral verwarring….

We hebben wekenlang lezingen en discussies over het Israel-Palestina conflict achter de rug. Ik sta met 19 andere jonge journalisten op Schiphol te wachten op onze gids van het CIDI. Het Centrum voor Israëlische Documentatie en Informatie nodigt ieder jaar jonge journalisten uit voor een studiereis naar ‘het beloofde land’. Na drie interessante lezingen, georganiseerd door het CIDI en het doornemen van door mijzelf uitgezochte lectuur, ben ik er klaar voor. El Al brengt ons zometeen eerst ‘naar boven’, wat de naam van deze Israëlische vlieger in het Hebreeuws ook letterlijk betekent. Ik hoop dat ik dat ‘naar boven’ niet te letterlijk moet nemen, maar wat verlichting en inspiratie is altijd zeer welkom.

In de trein naar Schiphol fluisterde Fink mij al wat spannende woorden toe. ‘Who can we trust’, wat erin resulteerde dat aangekomen op Schiphol ik mij al waande in een soort van Wie is de Mol spel. De soldaten van de IDF stonden al op ons te wachten. Helemaal aan het eind van vertrekhal 3 bij incheckbalie 32 is een hoekje ingericht vanwaar El Al haar passagiers incheckt. Ze hebben iets meer ‘privacy’ nodig om iedereen grondig te observeren en te ondervragen. De grondstewardess sprak met mij de reisbestemming door terwijl ik de ogen van een IDF-soldaat in mijn rug voel prikken. “Do you have any friends there, are you going to Palestine territory?” Ik leg uit dat mij een groot verrassingsprogramma wacht waar ik veel van zal leren en dat ik hopelijk veel vrienden zal maken. Deze uitnodiging tot een praatje interesseert haar niet zo merk ik. De volgende uit het hoofd geleerde vragen worden als een kanon op mij afgevuurd terwijl ik in haar tussenpauzes met ‘ja’ of ‘nee’ antwoord. De sticker hangt lekker vlot aan mijn tas.

Met journalisten op reis is een mooi avontuur. Je hebt automatisch wel een soort klik met elkaar vanwege dezelfde interesse voor maatschappelijke onderwerpen, maar daarentegen heeft ieder zijn achtergrond met de daarbij behorende agenda. Wanneer we bij de gate zitten, heeft niemand van ons nog zichtbare geheimen voor de IDF. Onze tassen zijn meerdere malen doorgezocht en onze body’s gecheckt. Boeken komen uit de tassen, laptops worden open geslagen en statusupdates ververst. Verhalen gaan al de ronde dat in ieder El-Al vliegtuig IDF inspecteurs in burger zitten om verhalen af te luisteren. Gaan we met z’n allen al in een hoax trappen of zit er misschien toch een kern van waarheid in dit verhaal? De één slaakt een kir, de ander haalt zijn schouders op.

“Het eerste wat sneuvelt zodra je Israel binnenkomt is de waarheid”, hoorde ik van velen met wie ik over mijn studiereis sprak. Dat schopt al gelijk tegen één van de grondbeginselen van je vak. Van journalisten wordt verwacht dat ze de waarheid vertellen, maar in een land met misschien wel de meest sterke pr-machine ter wereld zal dat een extra zware opgave worden. Jonge journalisten worden gezien als de baby’s in het vak. Onze enige wapens zijn vragen en als daar dan nog een logisch antwoord op komt neigen we misschien wel eerder daarmee genoegen te nemen dan een ervaren zeer gerespecteerde Conny Mus. Toch is ons journalistencollectief misschien een nog sterker wapen dan één buitenlandcorrespondent. Als we het voor elkaar zien te krijgen om onze gezamenlijke kennis, analyserende vermogens en visies te bundelen ontfutselen we misschien wel iets van die waarheid, tenzij iemand zit te mollen natuurlijk.

Dolfinarium zet Joopredacteur buiten de poort

Hoe ik voor een dag van journalist in activist veranderde en het Dolfinarium koos voor de verkeerde uitzetkandidaat

De situatie van orka Morgan gaat mij zo erg aan het hart dat ik besloot om voor het eerst in mijn leven over mijn persoonlijke en journalistieke grens heen te gaan. In het hol van de leeuw deelde ik pamfletten uit met de feiten waar veel media en het Dolfinarium tot voor kort zo schuw voor waren. Het Dolfinarium koos voor de sanctie ‘uitzetting’, maar helaas niet voor Morgan, maar voor een ‘lullige’ Joopredacteur. Het Dolfinarium laat daarmee zien dat ze een pijnlijk verleden niet onder ogen durft te komen. Voor politiek Den Haag betekent het dat er nog veel werk aan de winkel is. Hoe lang blijven we dolfinaria, die symbool staan voor de vermenselijking van de natuur, in stand houden?

Ik was dinsdag undercover in het Dolfinarium om de laatste beelden van Morgan vast te leggen en bewustwording te creeren bij de orkabezoekers. Bij de actie was haast geboden omdat Morgan deze week al op het vliegtuig richting Tenerife gezet kan worden. Daarom trok ik samen met camjo’er Robert Kersbergen, gewapend met een digitale spiegelreflexcamera, onopvallend het park in. Orka Morgan wacht daar al meer dan een jaar op haar uitzetting, maar dreigt haar vrijheid voor eeuwig te verliezen als de rechter vandaag beslist dat ze naar Loro Parque in Tenerife mag.

De waarheid achter de gevangenname van orka Morgan wordt met de dag vreemder en vreemder. Het Dolfinarium kan zich zonder gene de eigendomsrechten van Morgan toe eigenen terwijl ze daarvoor nog nooit van iemand is geweest. Ik zou bijna zeggen dat het een natuurwonder is, maar dat is in dit geval nogal ironisch. Wie een orka opvist mag beslissen wat er met het dier gebeurt zonder dat de natuur daar enige inspraak op heeft. Het is ook nog eens merkwaardig omdat met eigendomsrecht handel wordt gecreëerd en dat is in het geval met orka’s verboden bij wet. Hoe kan het dan in godsnaam dat deze orka naar Tenerife gestuurd mag worden waar ze de rest van haar leven zal slijten als circusdier?

’s Werelds bekendste orkadeskundige Ingrid Visser pleit in haar rapport dat Morgan een ‘prime candidate’ is voor uitzetting naar zee. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het zoogdier uit een hele sociale familie komt waardoor opname bij een pleeggezin een grote kans van slagen heeft. Het Dolfinarium meent dat deze kans echter is uitgesloten en dat ze bij andere orka’s moet zijn. Ook dat punt is discutabel omdat sommige orka’s vrijwillig hun groep verlaten om een tijdje op zichzelf te zijn en toch overleven. Anderen weten in leven te blijven door gezelschap te zoeken bij andere walvisachtige.

Het Dolfinarium lijkt ieder succes op Morgan’s echte vrijlating te saboteren. Ze negeerde een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren om Morgan’s DNA naar alle orka-experts over de wereld te sturen. Dat is nodig om haar familie of een geschikt pleeggezin te vinden. Het afgelopen jaar werden meerdere keren orkagroepen gespot in de Noordzee maar de boten van het Dolfinarium bleven aan wal. En toen was er ineens die handtekening van staatssecretaris Bleker onder een vergunning om Morgan naar Tenerife te brengen.

Loro Parque is één van de slechtste zeedierenparken ter wereld. ‘Orca Ocean’ is bedacht door Sea World, de masterminds op het gebied van zeedierenparken die in de jaren zeventig begonnen met het vangen van orka’s en er een miljoenenindustrie mee opbouwden. Een aantal onderzoekers die het Dolfinarium adviseerde om Morgan naar Tenerife te brengen blijkt ook nog eens banden te hebben met Sea World. Voor mij de genadeklap om het advies van het Dolfinarium te negeren. Staatssecretaris Bleker had bovendien onafhankelijk advies moeten inwinnen voordat hij zijn handtekening zette, maar zoals wel vaker stond zijn pet die dag de andere kant op. Hopelijk is de rechter vandaag goed gemutst en krijgt Morgan die ene ‘natuurlijke’ kans waar ze recht op heeft.

Meer lezen over Morgan? Lees: ‘De handel is orka’s is nog levensecht‘ en het pamflet: ‘Morgan moet uit haar vissenkom en terug naar de Noorse zee

De handel in orka’s is nog levensecht

Het gelanterfant van staatssecretaris Bleker kost een orkaleven

Orka Morgan vertrekt naar het zonnige Tenerife! Nederland heeft de zomer in zijn bol waardoor de alarmbellen niet gaan rinkelen als blijkt dat een ooit wild gevangen dier naar haar eindstation, het dierencircus, wordt gebracht. De uitzetting van Morgan naar Loro Parque is totaal geen zonnig avontuur. Vele wetenschappers, politieke partijen en dierenactivisten weten dat ze beter af is in het regenachtige Nederland. Hun voorkeur gaat uit naar natuurreservaat Neeltje Jans waar ze klaargestoomd kan worden voor het echte leven in de wereld waar ze hoort: de Noorse Zee.

Vorig jaar werd een zeer verzwakte orka gespot in de Waddenzee. Van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij mocht het Dolfinarium haar uit het water halen mits het zoogdier na aansterking weer terug werd gezet in zee. De jonge orka was binnen een maand aangesterkt en kreeg al snel bezoek in het Harderwijkse zeedierenpark. De commerciële instelling zocht wetenschappers uit die naar haar familie moesten speuren en een advies schrijven over wat met haar te doen. Nu, een jaar later, komt het Dolfinarium met een eindconclusie. Morgan moet naar een dierenpark op het Spaanse eiland Tenerife. Daar zou ze beter af zijn dan in haar kleine tank in Harderwijk. De ingehuurde wetenschappers van het Dolfinarium hebben geen geschikte ‘foster parents’ voor haar kunnen vinden. En omdat ze niet in haar eentje zou overleven is de beste optie ‘Loro Parque’ waar ze samen met andere orka’s kan leven. Met vriendelijke groet, het wetenschapsteam van het Dolfinarium.

Dit is het verhaal dat we het afgelopen jaar hebben gehoord. Voor een leek klinkt het misschien best aannemelijk, maar een zeedierenpark moet je niet op zijn helder blauwe ogen geloven. De Orka Coalitie die opkomt voor de belangen van Morgan bewees met een onderzoek van onafhankelijke wetenschappers dat Morgan juist een uitstekende kandidaat is voor terugkeer naar de natuur. Maar zoals vaak gebeurt worden dierenactivisten in de underdog positie geduwd en met daarbij een onoplettende staatssecretaris als Bleker stond er ineens binnen mum van tijd een handtekening onder de vergunningaanvraag van het Dolfinarium om Morgan naar Loro Parque te vliegen. De Orka Coalitie daagt het ministerie komende week voor de rechter. Bleker heeft namelijk geen onafhankelijk advies ingewonnen voordat hij zijn krabbel zette en daarmee schendt hij internationale verdragen.

De wereldwijd bekende orkadeskundige Ingrid Visser schreef vrijwillig een rapport voor de Orka Coalitie om aan te tonen dat Morgan terug kan naar zee. ‘Morgan, the orca can and should be rehabilitated’ bevat schokkende ontdekkingen. Morgan zit als orka in de kleinste tank ter wereld en verkeert daardoor in een slechte fysieke conditie. Ze is eenzaam en laat inmiddels stereotype gedrag zien dat dieren in gevangenschap vertonen wanneer ze verveeld raken. Ze zoekt contact met nabij gelegen dolfijnen, maar raakt gefrustreerd door het onderwaterrooster dat haar scheidt van haar ‘enige vrienden’. Ze duwt met haar neus regelmatig agressief tegen het rooster waardoor ze zichzelf inmiddels lelijk verwond heeft. Uitzetten naar een grotere ruimte acht Visser noodzakelijk want in een Dolfinarium zou ze een verschrikkelijke dood sterven.

                              

(Foto 1) Morgan zoekt contact met naastgelegen dolfijnen – (Foto 2) De wond op Morgan’s neus (juni 2011)

Visser heeft meerdere succesvolle uitzettingen van orka’s op haar naam staan. Haar conclusie is dat de jonge orka een uitstekende kandidaat is voor uitzetting, maar dat die wordt bemoeilijkt door het Dolfinarium die enorme ‘commerciële’ belangen heeft om Morgan binnen de cirkel van zeezoogdierenparken te houden.

Visser’s rapport verschilt op cruciale punten met het rapport van de ‘Free Morgan Expert  Board’, de wetenschappers die in dienst waren van het Dolfinarium. Deze zeebiologen menen dat Morgan niet terug kan naar zee omdat haar familie niet te vinden is. Visser toont aan dat in het verleden meerdere orka’s succesvol zijn teruggezet bij ‘foster parents’. Morgan, afkomstig uit een Noorse orkagroep, blijkt ook nog eens uit een zogenaamde ‘zeer sociale’ groep te komen die zich makkelijk bij anderen aansluit. Een ander punt dat het Dolfinarium opvoert is dat Morgan in haar eentje niet zal overleven. Uit onderzoek blijkt juist dat sommige orka’s zich om onbekende reden afzonderen van hun groep en zich daarna weer aansluiten. Ook leven sommige orka’s samen met andere walvisachtige en overleven op die manier. Zo gaat het argument niet meer op om haar naar Loro Parque te brengen zodat ze met andere orka’s in contact is.

Morgan is op korte termijn het beste af in een grote ruimte waar ze een volwaardige fysieke training krijgt en klaargestoomd wordt voor het wilde leven in de oceaan. Visser pleit daarom voor overplaatsing naar natuurreservaat Neeltje Jans. Omdat Morgan nog niet lang gevangen heeft gezeten en een jonge orka is, heeft de wetenschapper goede hoop op een succesvolle vrijlating.

Visser: “Als Morgan wordt vrijgelaten, kan ze in ieder geval haar eigen keus maken: Waar wil ik zijn en met wie? Het is ook niet duidelijk of Morgan zelf haar groep heeft verlaten, is verdwaald en zo haar familie uit het oog is verloren of dat ze is verstoten. Misschien was het wel een eigen keuze die haar uiteindelijk noodlottig was geweest.”

In de tijd die Visser doorbracht in Harderwijk vertelde een anonieme bron haar dat het bezoekersaantal sinds de komst van Morgan met 20.000 omhoog is gegaan. Bij zeeparkdirecteuren staan orka’s bekend als ‘blood diamonds’. Ze zorgen voor de meeste bezoekersaantallen en dus voor het geld. De werkzaamheden van Sea World, het zeedierenpark in Amerika dat als eerste begon met het vangen van orka’s, zijn om die reden gebouwd op hun orkashows. “Ze leveren honderden miljoenen op voor het bedrijf”, zei Dennis Speigel, directeur van het Internationale Theme Park Services in de VS in een interview met de North Country Times. Dit is de enige keer dat duidelijk werd hoeveel parken ongeveer verdienen aan hun orka’s. Sea World, de grootste orkahouder ter wereld, heeft nooit willen zeggen hoeveel winst hun orka’s opbrengen.

Orka’s vangen is verboden, net als de handel in de dieren. De enige manier waarop parken hun orka populatie in stand kunnen houden is door ze te ruilen aan de hand van broedprogramma’s. De ‘leverancier’ van de orka heeft zo recht op de eerste nakomeling van de moederorka. In die zin heeft het Dolfinarium een perfecte ruil gedaan waar ze later nog flink aan kan verdienen, zo bleek ook al eerder in de geschiedenis.

In 1987 had het Dolfinarium vrouwtjesorka Gudrun. In de jaren tachtig was het park een doorvoerhaven van orka’s uit IJsland die gevangen werden voor Sea World. Omdat de VS al een verbod had op het vangen van orka’s, waren de IJslandse orka’s Sea World’s enige kans omdat daar nog geen verbod was op het vangen van orka’s voor dolfinariums. Harderwijk had zich op een gegeven moment Gudrun toegeëigend. Sea World wilde haar graag hebben omdat ze nieuw genmateriaal had en voor vele nakomelingen kon zorgen. Dolfinarium directeur Mr. F.B. den Herder stemde echter niet zomaar in met die ruil. “Het wegvallen van Gudrun zou een verlies van inkomsten zijn”, zei hij letterlijk. Om die reden eiste hij twee dolfijnen terug die hij ook kreeg. Een ruil die achteraf nog vrij dubieus was omdat de twee pseudoracas, een bepaald soort dolfijnen, indertijd alleen werden gevangen bij verboden ‘drive fisheries’ in Japan. Dat is een manier van dolfijnen vangen die eindigt in een slachtpartij waarbij vele dolfijnen en walvissen omkomen. Een bekend voorbeeld hiervan wordt vertoond in de geroemde documentaire The Cove die op het IDFA in 2009 de publieksprijs kreeg. Sea World heeft de aantijging altijd ontkend en het Dolfinarium hield zijn mond dicht. Het is een voorbeeld waaruit blijkt dat het zeepark niet echt handelt in belang van haar dieren. ‘Als het maar zwemt en kunstjes kan’ lijkt eerder het motto.

Sinds het wereldwijde verbod op het vangen van orka’s voor dolfinariums heeft de handel van walvisachtige ‘in natura’ een opmars gemaakt. Zo komen we aan bij Loro Parque, een nieuwe orka kweekvijver, bedacht door de masterminds van Sea World. Sinds 2006 vervoerde Sea World meerdere orka’s richting dit park. Ze kwamen onder ander van parken uit Texas en Florida. ‘Orca Ocean’ moest ‘het’ gaan doen in Europa schrijft orkajournalist Tim Zimmermann. Hij boog zich over de vraag waarom Sea World haar orka’s naar de andere kant van de oceaan vliegt in plaats van ze in Amerika te houden. Uit zijn research blijkt dat het Spaanse eiland een vrij soepel belastingsysteem heeft om veel buitenlandse ondernemers aan te trekken. Om die reden zijn de Canarische eilanden populair geworden bij veel Europese investeerders. Het is niet weg te denken dat Sea World er om die reden voor kiest om bijzonder ‘genmateriaal’ richting Tenerife te sturen. Misschien wel met het idee nog even goed te cashen voordat de Amerikaanse overheid de zeeparkenindustrie aan banden legt?

De kritiek op zeezoogdierenparken groeit. Loro Parque kwam het afgelopen jaar expliciet in het nieuws. In 2006 kwamen de eerste zes orka’s aan op Tenerife, maar de omstandigheden waarin de dieren leefden verslechterde zo snel dat al het meegevlogen Sea World personeel, waaronder trainers en dierenartsen, ontslag nam. De situatie is daarna alleen nog maar verergerd wat ertoe leidde dat in 2010 orkatrainer Martinez om het leven kwam toen hij het water in werd gesleurd door een orka. Zijn familieleden menen dat het park de veiligheidsmaatregelen van de trainers niet in acht nam. In Amerika heeft Sea World hiervoor al eens een boete van 75.000 euro gekregen. Aanleiding voor deze zaak was de dood van ervaren trainer Brancheau die ook door een orka was gegrepen.

Het gaat gruwelijk en aan alle kanten mis in de dolfinariums over de wereld. Orka’s worden agressief omdat ze de omstandigheden in gevangenschap niet meer aankunnen, zo blijkt uit meerdere onderzoeken. De trainers zijn niet meer in staat de dieren te handhaven en het park neemt geen veiligheidsmaatregelen. Toch blijven de shows doorgaan omdat Sea World iedere keer weer mensen vindt wiens droom in werkelijkheid wordt gebracht door te mogen werken met orka’s.

Het is opmerkelijk dat Morgan naar Loro Parque wordt gestuurd. Niet alleen vanwege de geschiedenis met Sea World maar het is ook één van de slechtste zeezoogdierenparken ter wereld. Waarom het Dolfinarium nu juist dit park ziet als een walhalla voor Morgan is merkwaardig. Erger nog is het feit dat staatssecretaris Bleker de gevoerde informatie van het Dolfinarium als zoete koek naar binnen heeft gewerkt. Hij heeft een controlerende taak, maar wint geen onafhankelijk advies in terwijl deze hem op een presenteerblaadje werd aangereikt door de Orka Coalitie. De twee rapporten die ik voor het schrijven van dit artikel tot me heb genomen, kostten me enkele uurtjes.

Er zijn talloze internationale verdragen die Nederland heeft getekend voor de bescherming van walvisachtige en orka’s. Een opvallend verschijnsel is dat in geen van de verdragen duidelijk wordt gesproken over de rechten van een orka die voor ‘tijdelijke opvang’ wordt opgenomen in een zeedierenpark. Arie Trouwborst, professor in de milieurechten aan de Universiteit van Tilburg meent dat de makers van het Walvisvaartverdrag hier ‘waarschijnlijk’ niet over na hebben gedacht omdat de dieren te groot zijn voor dolfinariums. Een maas in de wet. Het is wel duidelijk dat alle verdragen uiteindelijk pleiten voor vrijlating indien dat mogelijk is. De lokale overheid dient haar verantwoordelijkheid hier in te nemen en moet zich baseren op onafhankelijk onderzoek van zeebiologen.

De advocaat van de Orka Coalitie zal aanstaande woensdag in de rechtbank bepleiten dat met het houden van Morgan in gevangenschap de Flora- en faunawet wordt overtreden. Daarin staat dat ‘orka’s, of welke walvisachtige’ niet gehouden mogen worden. Wietse van de Werf, oprichter van de Orka Coalitie zal daarbij ook een aantal andere opmerkelijke bevindingen in zijn betoog meenemen. Een aantal wetenschappers die het Dolfinarium aanstelde voor hun rapport heeft banden met het beruchte Sea World. Naar eigen onderzoek van Van der Werf blijkt ook nog eens dat maar één van deze betaalde onderzoekers Morgan daadwerkelijk heeft gezien. De rest heeft op basis van de gegevens die het Dolfinarium hen stuurde bijgedragen aan het rapport. Ook heeft het Dolfinarium het DNA van Morgan nog steeds niet vrijgegeven. Dat is nodig om haar orkagroep of een juiste ‘foster parents’ familie te vinden. Kortgeleden werd een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die het Dolfinarium verplichtte om Morgan’s DNA naar ieder instituut over de wereld te verspreiden, maar ze heeft dit nog steeds niet gedaan. Opmerkelijk is dat het CDA, de partij van Bleker, de motie niet steunde net als coalitiepartner VVD.

Ook zijn het afgelopen jaar orka’s gespot in de Noordzee maar het Dolfinarium deed geen enkele moeite om met een bootje de zee op te gaan om DNA bij deze dieren af te nemen. Misschien hadden ze dan wel een ‘golden match’ gevonden. Het Dolfinarium was er als de kippen bij om Morgan uit het water te halen, maar met de terugzetting van het dier in de natuur zijn ze zo traag als een schildpad. Toeval? Ik denk het niet. Ze hebben er geen enkel belang bij om Morgan terug te zetten in de natuur.

De visie van Visser en Trouwborst is in de publieke opinie continu getoetst aan het ‘officiële’ besluit van door het Dolfinarium aangewezen wetenschappers, maar eigenlijk zou het andersom moeten zijn. Waarom? Omdat we eigenlijk al lang weten dat dolfinariums voortkomen uit de illegale vangst van walvisachtigen. Het is een commerciële business die in stand wordt gehouden door slapende overheden die hun controletaak niet uitvoeren en internationale verdragen die zo lek zijn als een mandje. Dolfinariums die hun gevangen dieren kunstjes laten doen, zijn bovendien geen voorbeeldfunctie meer in een tijd van ‘groene’ bewustwording. Een orka hoort thuis in de oceaan en niet in een vissenkom.

Allochtonen kunnen zich opmaken voor een feestje

Wanneer mijn kinderen gaan studeren heeft de PVV van autochtone Nederlanders een minderheid gemaakt

Terug uit het beloofde land werd ik woensdagochtend wakker met heugelijk nieuws. De PVV wil dat mijn toekomstige kinderen ook tot allochtonen gerekend gaan worden. Nou moest ik in eerste instantie een beetje kotsen van dat idee, maar toen gebeurde er iets wat er altijd gebeurt wanneer het woord allochtoon door mijn hoofd schalt. ‘Wilders, we are gonna get ya, it’s a matter of time.’

Officieel ben ik een allochtoon omdat mijn vader uit Indonesië komt. Zijn moeder is een lieve Indische vrouw en zijn vader een levenslustige Chinees. Klinkt vrij positief vind je niet? Wilders vindt van niet. Het woord allochtoon vindt hij vies en nu wil hij het nog viezer maken door de toelatingseis voor het allochtoon zijn te verruimen. Ik heb het bewust over een ‘toelatingseis’ omdat ik trots ben op mijn culturele bagage. Bovendien behoor ik liever tot de groep van de underdogs dan tot de gevestigde orde. Ik zie het dus als een mazzeltje, dat allochtoon zijn.

PVV’er Joram van Klaveren en ik hebben blijkbaar een andere beleving bij het woord allochtoon. Zijn definitie is een klassieke misvatting: allochtonen zijn exotische mensen met de neiging tot agressiviteit die zelfs zo hardnekkig is dat die tot in het DNA van de kleinkinderen doordringt. Die definitie is niet alleen volslagen onnozel, maar ook nog eens achterhaald. Tweede generatie allochtonen zijn over het algemeen verre van exotisch. Om nog maar te zwijgen over de criminaliteitscijfers van allochtonen. Ene hoogleraar criminologie Frank Bovenkerk toonde eens schokkende cijfers over de criminaliteit onder de Marokkaanse jeugd. Daarna stond de wereld even op zijn kop. Een duidelijke link tussen etniciteit en criminaliteit zou zijn aangetoond. Onderzoekers die al jaren roepen dat de sociaal-economische positie van jongeren met een andere etnische culturele achtergrond van sterke invloed is voor crimineel gedrag werden genegeerd. Nog nooit is er een causaal verband aangetoond tussen etniciteit en criminaliteit. Onder andere omdat etnische registratie verboden is. En dat is maar goed ook, want etnische registratie is staatswantrouwen en wekt polarisatie in de hand.

De PVV wil de derde generatie laten meetellen omdat niet-westerse allochtonen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. Van Klaveren vreest dat dit cijfer omlaag gaat als de derde generatie niet meer meegeteld mag worden. Vanuit PVV oogpunt is dat een begrijpelijke stuiptrekking bij het naderen van de verdrinkingsdood. Want wat moet de PVV nog als ze allochtonen straks niet meer kan beschuldigen van het bederven van de Nederlandse staat? Wie moeten ze dan de schuld geven? Als de PVV werkelijk criminaliteit wil bestrijden zou het een slimme zet zijn om een groot wetenschappelijk onderzoek te laten uitvoeren naar het ontstaan van criminaliteit, maar in deze ‘stoffige’ taal durft deze populistische partij niet te spreken.

Tofik Dibi houdt het wat mij betreft nog netjes met ‘symbolische prietpraat’. Maxima zou met de woorden ‘een beetje dom’ een gevoeligere snaar raken. De kinderen die haar prinsesjes krijgen zullen naar PVV-voorstel ook allochtoon zijn. En bij die gedachte komt de knipoog van Maxima. De vieze bijsmaak van het woord allochtoon zal over veertig jaar verdwenen zijn omdat steeds meer mensen zich allochtoon mogen noemen. De PVV moet nog oppassen dat de autochtone Nederlanders geen minderheid worden.

Nee, ik loop niet te ver op de zaken vooruit. De allochtone groep Nederlanders is volgens de cijfers van het CBS in tien jaar met ruim een half miljoen gegroeid. Ze voorspelt dat één op de vijf Nederlanders in 2050 een niet-westerse allochtoon is. Daarnaast is binnen de tweede generatie een omslag gaande. We zijn immuun geworden voor de bijsmaak van het woord allochtoon en zijn door populisten als Wilders niet meer in een hokje te duwen. Aan allochtonen die er over peinzen om Nederland te verlaten vanwege het ‘bevuilde’ maatschappelijke politieke klimaat heb ik maar één boodschap. Blijf!

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl