Een hondenbaan in de oceaan

Een succesweek voor de walvissen. Nu de rest nog

Bijna iedere dag ben ik wel bezig met een verhaal over onze oceanen. Overbevissing, vervuiling en klimaatverandering zijn de leidende thema’s en stemmen vaak niet vrolijk. Toch levert deze hondenbaan me meer op dan ik ooit had gedacht en vandaag in het bijzonder.

Walvissen en dolfijnen zijn altijd al de boegbeelden van de oceanen geweest en deze week staan ze extra in de spotlights. Rotterdam heeft besloten de doorvoer van walvisvlees te stoppen. Hurray! In Den Haag staat de Japanse overheid voor het gerecht vanwege hun walvisjacht. Dat werd tijd! En morgen wordt overal op de wereld geprotesteerd tegen de gevangenschap van dolfijnen, walvissen en orka’s. Dolfinariumbazen mogen ook best eens voelen hoe stressvol het leven tussen twee muren is.

De groten uit de oceanen krijgen niet alleen vanwege hun omvang de meeste aandacht. Ook vanwege hun emotionele intelligentie voelen we ons met ze verbonden. Zoals een dolfijn de orders van zijn trainer opvolgt, zo goed luistert een gesocialiseerde hond thuis ook naar zijn baas. We denken ze wel een beetje te begrijpen die dolfijnen, maar toch is het een wereld van verschil; een autoritje naar een dolfinarium of 200 mijlen ver de zee opvaren en daar tot de conclusie komen dat je kotsmisselijk bent en de zee niet jouw wereld is.

Toch hoef je geen waterrat te zijn om het onderwaterleven te leren begrijpen. Afgelopen week leerde ik de Portugese onderwaterfotograaf en documentairemaker Gonçalo Gomes kennen. Gonçalo is de ‘inspector gadget’ van de zee. Jarenlang was hij gefascineerd door de grote zeezoogdieren. Hij bracht maanden op zee door, alleen nog maar om hun gedrag te bestuderen zodat hij ze goed op film kreeg. Nu is hij teruggekeerd naar zijn thuishonk op Madeira. Het Garajau marine reservaat is de plek waar hij opgroeide, leerde duiken en waar hij een speciale band opbouwde met de mero. Gonçalo noemt de beschermde tandbaarsen ook wel de honden in zijn achtertuin. Als hij me meeneemt naar een diepte van 15 meter snap ik waarom.

DSC00212Als we afdalen komen we al snel de 40 kilo zware Pints tegen. Hij is één van de oudste mannetjes in het reservaat. Zoals een hond zijn baasje begroet, zo opgewonden is Pints. Hij zwemt rondjes om Gonçalo en laat zich onder zijn kin kietelen. We besluiten een zee-egel voor hem open te maken en terwijl Pints driftig rondzwemt om alle andere kleine vissen weg te jagen, doet zijn vriendinnetje haar intrede. De vorige dag zijn ze samen kussend en vrijend in een hoekje gespot. Een bijzondere gebeurtenis want nog niet eerder vonden duikers aanwijzingen dat de mero waarvan er nog maar vijf in het reservaat leven, zich voortplant. Bovendien is de mero hermafrodiet en blijft hun voortplanting één groot mysterie.

Als we weer bovenkomen vraagt Gonçalo of ik nu begrijp waarom hij zijn handen in het vuur steekt voor het behoud van het reservaat. Onder de naam ‘Gogo image’ vecht hij tegen de achteruitgang van de oceanen. Hij legt niet alleen de schoonheid van het onderwaterleven vast, maar springt er ook in om de mate van vervuiling te registreren. Zijn films hebben in Portugal maar ook in het buitenland prijzen gewonnen en zijn visie op het oceaanleven is net zo imponerend. ‘”Als iedereen de mogelijkheid had om het onderwaterleven zelf te aanschouwen, dan zal de zee er heel anders uitzien.”

Met het Garajau reservaat en de mero’s gaat het redelijk goed, maar toch maakt Gonçalo zich zorgen. Niet vanwege de illegale jacht op zijn vis, maar de oceaanvervuiling. Meerdere malen nodigde hij politici van zijn eiland uit voor een duikavontuur, maar zelfs met een snorkeltripje kreeg hij ze niet het water in. Hij vreest dat de grote mannen meer worstelen met belangen dan dat ze het gevecht met hun eigen emoties aandurven. Negatief gestemd is hij echter niet zolang hij zijn films kan blijven maken. “Als iemand je slaat, moet je hem je andere wang tonen. Zo is het.”

Advertenties

Goud geld verdienen met onderwater dino’s

Een klassiek verhaal over het bizarre rechtssysteem in de visserij, de machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet

IMG_0895Vanochtend stond ik om 04.30 uur naast mijn bed om de dinosaurusachtige ‘espada’ te zien. Helaas niet levend, want deze diepzeevis leeft minimaal een halve kilometer onder water dus kun je hem alleen zien als hij al gevangen is. De ‘Black Scabbard’, in Nederland ook wel de zwarte haarstaartvis is één van Portugal’s oogappeltjes. Een knapperd is het echter niet. Met zijn lange dikke zwarte lijf, uitpuilende doffe ogen en scherpe tandjes lijkt hij meer op een dinosaurus voor wie je hard zou wegzwemmen als je hem levend tegenkomt. Het verhaal over dit lelijke onderwater eendje is echter ironisch. Het is een klassiek voorbeeld van het bizarre rechtssysteem dat geldt voor de visserij, de smerige en machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet.

Aangekomen in de haven liggen sommige vishandelaren nog achter hun stuur een tukkie te doen. De vangst van de dag is nog niet binnen, maar dan ineens verplaatst iedereen zich razendsnel van de voordeur naar de achterkant van het gebouw. Kratten vol met espada, sardines, lapas en ander zeebanket worden vanuit boten naar binnen gesleept. Vishandelaren verzamelen zich op de tribune en wanneer het theater van het bieden voorbij is, verdwijnt de vis achterin bestelauto’s richting de markt.

Een lokale visser komt naar ons toegelopen. Hij is verrast dat twee meisjes vroeg zijn opgestaan om de vers binnengekomen espada te bekijken. “Weinig vangst vandaag”, zegt hij terwijl hij friemelt aan het vloeitje dat hij zojuist heeft gevuld met tabak. “Als je gisteren was gekomen had je meer espada gezien.” De ogen van de visser die zich inmiddels heeft voorgesteld als Antonio beginnen te glimmen. Omdat hij van Madeira is weet hij als geen ander te vertellen over ‘zijn vis’. Madeira ligt middenin de diepe Atlantische Oceaan, een situatie die lokale vissers al vroeg dwong een creatieve oplossing te vinden om van grote diepte vis naar boven te halen. Daarmee waren Maderiaanse vissers in de jaren tachtig het meest deskundig op het gebied van longlining.

Portugal leerde het longline vissen van Madeira en de rest van de wereld leerde het longline vissen weer van Portugal. Inmiddels wordt espada en andere diepzeevis met behulp van sleepnetten uit het water gehaald. Na jaren van overbevissing schakelden trawlers over op het diepzeevissen om andere vissoorten te vinden. De Portugese espada dook ineens ook op in andere zeeën en om de angstaanjagende vis populair te maken veranderden de Fransen zelfs zijn naam.

Zo’n 60 van de 285 diepzeetrawlers varen onder Spaanse vlag. Een andere grote Europese speler is Intermarché, vernoemd naar de gelijkname Franse supermarktketen. De vloten van Intermarché kregen tussen 2006 en 2010 bijna 10 miljoen euro subsidie om hun vangst te ‘verduurzamen’. Inmiddels roepen organisaties als Greenpeace en Bloom Association op te stoppen met diepzeetrawling. Omdat er nog weinig diepzeevis over is, maar ook omdat de pelagische ecosystemen de meest kwestbaren op aarde zijn. Diepzeevissen kunnen heel oud worden, maar het duurt ook heel lang voordat er weer genoeg diepzeevissen zijn omdat ze een laag metabolisme hebben. In Brussel is er veel kritiek op diepzeetrawling, maar Frankrijk en Spanje blijven een moratorium boycotten. In deze landen is de espada de meest gegeten diepzeevis. Intermarché heeft zelfs een machine laten ontwerpen om in een handomdraai filets uit de espada te drukken.

Hoewel ik geen Portugees spreek en mijn fotografe de vertaling doet, kan ik Antonio goed volgen. Gepassioneerd vertelt hij over hoe haaien soms de lijnen vernielen en vervolgens de gevangen espada oppeuzelen. “Vissen zijn slimmer dan wij! En je moet oppassen, want ze kunnen jou ook opeten!” Over zijn toekomst maakt hij zich niet al te druk. Dat de espada overbevist wordt is niet zijn probleem. “Die Spanjaarden met hun grote boten”, zegt hij op geïrriteerde toon. Een aantal keer heeft hij mot gehad met een Spaanse trawler omdat die zijn netten had uitgegooid op de plek waar Antonio zijn longlines had uitgelegd. “Moderne piraterij was het gevolg”, zegt Antionio die er nu om kan lachen. “Maar die netten van hun zijn niet goed”, legt hij uit. “Niet alleen vanwege de bijvangst, maar ze vernielen ook de vis. De huid van de espada scheurt open en dan loopt alles eruit.” Volgens hem is de Portugese espada nog steeds het beste omdat die met longlines wordt gevangen. “Daarmee is ook de bijvangst minimaal en als we toch een walvis of schildpad vangen brengen we die naar het marine instituut.”

Ana Marta, mijn Portugese fotografe, vertelt me later dat Antonio 55 is en zijn hele leven in de visserij heeft gewerkt. “Hij kan niet lezen en schrijven. Moeder jong overleden”, is haar korte uitleg. Antonio is een man die op zee heeft geleerd hoe het leven in elkaar zit. Als ik hem vraag of het wat uitmaakt dat het zeegebied rondom Madeira beschermd wordt voor lokale vissers schudt hij zijn hoofd. “Ik kom net van de Azoren, hier is geen vis meer.”

Samen kijken we naar een krat die half gevuld is met espada. Het is duidelijk te zien hoe ze aan het eind van hun leven zijn gekomen. De haken van de longlines hebben hun mondhoeken doorboord. Sommigen liggen met opengesperde bek naar boven te staren terwijl het bloed uit de gaten wegloopt. Antonio aait met zijn hand over de buik van een dode espada, een beetje zoals een boer geruststellende op de billen van zijn koe klopt. Liever zou hij zien dat er een moratorium wordt afgekondigd en zijn overheid hem betaalt om niet te vissen.

Baarsachtigen als espada worden sterk overbevist in de Atlantische Oceaan, vooral door trawlers lees ik later thuis in een onderzoek van Greenpeace. In 2009 riepen zeebiologen Europese supermarkten op om geen diepzeevissen meer in te kopen. De contracten tussen trawlers en supermarkten zijn al opgesteld voordat de vis gevangen is. Daarmee is de prijs van de espada al bepaald voordat vissers als Antonio die uit het water halen. Voor Madeira is de vangst voor lokale doeleinden en om die reden wordt de vis hier nog wel op de ouderwetse manier verhandeld. Op het vaste land wordt de inkoop en verkoop geregeld door één bedrijf die de espada aan grote supermarkten verkoopt.

Onderzoekers proberen momenteel met meer bewijzen aan te tonen dat de vangst op diepzeevissen als de espada moet stoppen. Het is echter haast onmogelijk om de dieren te monitoren. Ze leven op dieptes tussen de 600 en 1700 meter. Het is daar uiterst donker en geen duiker die er kan komen. Het is bizar dat onderzoekers bewijzen moeten leveren om de diepzeetrawlers aan land te houden terwijl de visindustrie hun netten mocht uitgooien zonder te bewijzen dan hun manier van vissen geen schade zou aanrichten.

Als Ana Marta en ik terug de heuvels van Funchal oplopen passeren we diverse restaurants waar we espada kunnen eten: gegrilde espada met olijfolie en knoflook, espada met banaan of espada met passievrucht. Voor een toerist lijkt het stukje witvis op kabeljauw met een tropisch tintje. Eerlijk, ja, ik heb hem zelf ook gegeten en ja, hij is lekker, maar ik weet nu ook waar deze zwarte en interessante dinosaurus vandaan komt. Hij mag dan wel een dikke huid hebben, maar wij als consumenten moeten hem beschermen tegen de machtige visindustrie.

Happy world ocean day!

Ocean

Wat geef jij de oceaan terug in ruil voor zuurstof?

De oceaan is ons grootste ecosysteem op Aarde. Onze planeet bestaat voor tweederde uit water en daar komt zo’n 70 procent van onze zuurstof vandaan. Dit mooie ecosysteem wordt echter in rap tempo afgebroken door onze manier van leven. Zo’n 50 tot 60 procent van onze visvoorraad wordt overbevist, 90 procent van onze roofvissen is verdwenen en de opwarming van de aarde maakt het ecosysteem aan alle kanten kapot.  Onderzoekers menen zelfs dat over 30 jaar de zee is leeggevist. Vandaag is het ‘World Ocean Day’. Een dag waarop ik er bij stil sta hoe we de achteruitgang van onze oceanen stoppen. Wat geef jij de oceaan terug in ruil voor zuurstof?

De meeste mensen zullen dit mooie weekend naar de Noordzee trekken. Deze zee was lang geleden nog helder, maar inmiddels is het één grote modderige plomp geworden. In Wijk aan Zee waaien ook nog eens de toxines van TATA Steel door je haren en wie het waagt een duik in het water te nemen zal het ijzer proeven. In de Middellandse Zee waar de meeste Nederlandse gezinnen deze zomer naartoe gaan is de situatie net zo dreigend. Het water ziet er misschien nog schoon uit, maar vis zul je er niet vinden, 80 procent van de Middellandse Zee wordt overbevist en jaarlijks raken 100.000 walvisachtigen en schildpadden verstrikt in netten.

Omdat ik bezig ben met een groot research project naar de overbevissing in onze oceanen heb ik afgelopen week een aantal cijfers op een rijtje gezet. Al mijn ontdekkingen waren even schokkend, maar één cijfer in het bijzonder is deze keer goed blijven hangen. Slechts 1 procent van onze oceanen is beschermd natuurgebied. Dat terwijl op ons aardoppervlak, waar onze planeet maar voor één derde deel uit bestaat, 10 tot 15 procent beschermd wordt. Dit is wellicht logisch te verklaren omdat de mens op het land leeft, maar we vergeten echter hoe beestachtig we te werk gaan in onze oceanen en hoeveel die ons eigenlijk teruggeven.

Een andere schokkende ontdekking vind ik nog altijd dat zo’n 30 tot 40 procent van de wereldwijde visvangst wordt gebruikt om varkens, kippen, huisdieren en kweekvis te voeren. Onze duurzame kweekzalm bijvoorbeeld wordt gevoed door miljoenen sardientjes. In Europa geldt dat we geen dieren mogen voeden met andere dieren. Er is echter één uitzondering. Als het om vis gaat is het wel ok. Wie ziet hier een duurzame logica anders dan een economische?

Van alle bedrijfstakken was de visserij de afgelopen eeuw de meest verborgen industrie waar miljarden in om gaan. Wie ZEMBLA heeft gezien weet dat het niet gaat om ‘vissers’ die zich netjes aan de regels houden. Het zijn business mannetjes. Er wordt gesjoemeld met logboeken waarin de visvangst genoteerd wordt en goede vis wordt weer overboord gegooid omdat ze het niet kunnen verkopen. In ruil daarvoor hebben wij een goedkoop visje op ons bord terwijl een aantal heren in pak heel erg rijk worden.

Nederlanders zijn geen grote viseters, maar dat betekent niet dat we geen invloed hebben. In de 16de en 17de eeuw hebben Nederlandse vloten goud geld verdiend met de haringvisserij. We speelden een rol in de walvisindustrie en tegenwoordig legen grote trawlers met Nederlandse vlag elders de oceanen. De Portugese zeebioloog Thomas Dellinger vertelde me afgelopen week dat Portugal zit te azen op extra zeewater. Niet alleen voor de eigen visindustrie, maar vooral voor de verkoop. Het land dat gebukt gaat onder de trojka moet ergens zijn centjes vandaan halen…Nederlandse vloten zijn vast geïnteresseerd.

Je kunt je afvragen of je nog wel vis moet eten of welke vis? Ik heb deze vraag de afgelopen week gesteld aan een aantal zeebiologen. De meesten eten het nog wel, maar zeer beperkt. “Te veel toxines”, is het antwoord. Toproofdieren zoals paling, tonijn en zwaardvis zitten vol met kwik, dus die kan je sowieso beter niet te veel eten. Daarnaast vertelde Dellinger een andere goede tip. Als je vis wil eten, eet dan alleen verse vis. Die is lokaal gevangen, dus niet door een grote industriële vloot. Bevroren vis of vis in blik komt over het algemeen van grote industriële vissers. Duurzame vis is volgens de Britse oceaanjournalist Frank Pope als lang een illusie. Wereldwijd zijn er slechts 107 vissers die écht duurzaam vis vangen en samen vangen zij zo’n 8 procent van de vis die wij eten.

Op theworldoceanproject.org kun je meer informatie vinden hoe je onze oceanen kunt steunen. Om persoonlijke redenen steun ik vandaag een meer lokaal project. The Black Fish, een Nederlandse zeebeschermingsorgansitatie met Amsterdamse roots inspecteert momenteel vissersvloten in de Middellandse Zee. Dat doen ze niet alleen met boten, maar ook met drones. Het is werk dat hard nodig is omdat nog veel Zuid-Europese vissers verboden netten gebruiken of toch op de beschermde blauwvintonijn jagen. Lidstaten en de Europese Unie zeggen dat ze te weinig geld hebben voor mankracht om schepen te inspecten, dus moeten we dat zelf gaan doen. Op hun blog vind je meer informatie over de werkzaamheden van The Black Fish in de Middellandse Zee.

Lokale vis nog altijd onfris

Drijfnetten in de Middellandse Zee vermoorden meer walvissen dan de internationale walvisjacht bij elkaar

Een week geleden heb ik in Marokko leren duckdiven. Dat is een techniek uit de surfsport waarbij je met surfboard en al onder een golf door duikt. Deze techniek pas je toe om massa’s hoge golven te ontwijken om achter de golven te komen zodat je ze kan pakken. Duckdiven geeft een bevrijdend gevoel. Voor heel even ben je een dolfijn die vanuit de diepe zee richting de opkomende zon opstijgt om adem te halen. Het is een verrijking van mijn leven geworden. Maar wat als je niet meer boven kan komen? Wat als een net je heeft gevangen en je bewust een verdrinkingsdood sterft?

In Marokko eten ze alles met tonijn ontdekte ik. Pasta met tonijn, sandwiches avec du thon, thon et couscous. Allemaal gepresenteerd als ‘poissons locaux’, maar waarschijnlijk komen ze allemaal uit dezelfde blikjes mediterranée. Bij thuiskomst ontdekte ik dat onze onstilbare trek in dit visje er voor zorgt dat jaarlijks 100.000 walvisachtigen sterven als bijvangst in onze Europese achtervijver. In tegenspraak met de Europese regelgeving gebruiken nog zeker 500 Middellandse Zee vissers illegale drijfnetten. Voornamelijk om tonijn en zwaardvis te vangen.

Drijfnetten
In de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zwemmen toch nauwelijks tonijnen en walvissen? Klopt. Voor het toeristische oog zijn ze moeilijk te spotten, maar vissers ver op zee zien met regelmaat potvissen, vinvissen, bruinvissen, gewone en gestreepte dolfijnen. Het worden er alleen steeds minder, blijkt uit onderzoek van Oceana, de grootste internationale actiegroep die strijd voor het behoud van oceanen. De walvissen raken in de illegale drijfnetten verstrikt en sterven uiteindelijk omdat ze niet naar boven kunnen zwemmen om adem te halen.

Ik herhaal het nog eens. Oceana schat dat jaarlijks 100.000 walvisachtigen omkomen door de bijvangst in de Middellandse Zee. Wereldwijd staat de teller jaarlijks op 300.000. De aantallen uit de onderzoeken zijn schrikbarend. Het laatste rapport ‘Conserving whales, dolphines and porpoises in the Mediterranean and Black Seas’ (2010) is zeer sceptisch:

‘De dag dat drijfnetten volledig verdwenen zullen zijn in deze regio is nog nergens in zicht.’

Wat eigenlijk nog harder binnenkomt is het besef dat het allemaal niet hoeft te gebeuren. De VN en de Europese Unie verbieden drijfnetten al sinds 1992 (VN) en 2002 (EU). Deze vorm van illegale visserij doodt jaarlijks zelfs meer walvisachtigen dan de hele internationale walvisjacht van Japan, Noorwegen, IJsland en de Farao-eilanden bij elkaar.

Terwijl het Europa nog niet is gelukt deze brute vorm van visserij te verbannen, hebben drijfnetvissers een veilige haven gevonden in Marokko. Na invoering van het verbod op drijfnetten subsidieerde de Europese Unie Italiaanse vissers om duurzamere vismethodes te gebruiken. Maar wat gebeurde er? De Italiaanse vissers investeerden in andere soorten netten of kochten zelfs grotere en vertrokken richting Marokko. De export van Marokkaanse zwaardvis naar Italië steeg binnen één jaar naar 80 procent. En de Italiaanse vissers, die konden na een koude douche gewoon weer verder vissen.

Illegale visserij is geen ver-van-je-bed show. Het gebeurt in de zeeën van landen waar wij op vakantie gaan. En wat doet Europa? Die zwaait met wetten en regels, papiertjes die niets waard zijn. Dreigen met nog meer sancties terwijl die arme Italiaanse en Griekse vissers geen droog brood meer te knagen hebben en een dokter niet kunnen betalen. Het is eigenlijk heel simpel. Allemaal een beetje minderen. En die megatrawlers kunnen wat mij betreft naar de bodem zinken. Dit idee zou best goed passen in een economische recessie niet? Maar wie de macht heeft, bepaalt de regels en heeft met die regels de controle over wat goed en fout is. En zolang we profiteren van die regels, piept er geen muis.

Geen vlees, maar af en toe vis blijkt tegenwoordig de nieuwe mode. Handig ook, die voorverpakte tonijnsalade in de supermarkten. Maar nee, echt gemakkelijker wordt het niet. Lokale vis is niet per se goed. Duurzame vis is niet zo duurzaam. Uiteindelijk is het niet de overdaad en de luxe waar we gelukkig van worden. Less in more.

Volg Margaux Tjoeng ook op Twitter: @MargauxTjoeng

Dolfinarium zet Joopredacteur buiten de poort

Hoe ik voor een dag van journalist in activist veranderde en het Dolfinarium koos voor de verkeerde uitzetkandidaat

De situatie van orka Morgan gaat mij zo erg aan het hart dat ik besloot om voor het eerst in mijn leven over mijn persoonlijke en journalistieke grens heen te gaan. In het hol van de leeuw deelde ik pamfletten uit met de feiten waar veel media en het Dolfinarium tot voor kort zo schuw voor waren. Het Dolfinarium koos voor de sanctie ‘uitzetting’, maar helaas niet voor Morgan, maar voor een ‘lullige’ Joopredacteur. Het Dolfinarium laat daarmee zien dat ze een pijnlijk verleden niet onder ogen durft te komen. Voor politiek Den Haag betekent het dat er nog veel werk aan de winkel is. Hoe lang blijven we dolfinaria, die symbool staan voor de vermenselijking van de natuur, in stand houden?

Ik was dinsdag undercover in het Dolfinarium om de laatste beelden van Morgan vast te leggen en bewustwording te creeren bij de orkabezoekers. Bij de actie was haast geboden omdat Morgan deze week al op het vliegtuig richting Tenerife gezet kan worden. Daarom trok ik samen met camjo’er Robert Kersbergen, gewapend met een digitale spiegelreflexcamera, onopvallend het park in. Orka Morgan wacht daar al meer dan een jaar op haar uitzetting, maar dreigt haar vrijheid voor eeuwig te verliezen als de rechter vandaag beslist dat ze naar Loro Parque in Tenerife mag.

De waarheid achter de gevangenname van orka Morgan wordt met de dag vreemder en vreemder. Het Dolfinarium kan zich zonder gene de eigendomsrechten van Morgan toe eigenen terwijl ze daarvoor nog nooit van iemand is geweest. Ik zou bijna zeggen dat het een natuurwonder is, maar dat is in dit geval nogal ironisch. Wie een orka opvist mag beslissen wat er met het dier gebeurt zonder dat de natuur daar enige inspraak op heeft. Het is ook nog eens merkwaardig omdat met eigendomsrecht handel wordt gecreëerd en dat is in het geval met orka’s verboden bij wet. Hoe kan het dan in godsnaam dat deze orka naar Tenerife gestuurd mag worden waar ze de rest van haar leven zal slijten als circusdier?

’s Werelds bekendste orkadeskundige Ingrid Visser pleit in haar rapport dat Morgan een ‘prime candidate’ is voor uitzetting naar zee. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het zoogdier uit een hele sociale familie komt waardoor opname bij een pleeggezin een grote kans van slagen heeft. Het Dolfinarium meent dat deze kans echter is uitgesloten en dat ze bij andere orka’s moet zijn. Ook dat punt is discutabel omdat sommige orka’s vrijwillig hun groep verlaten om een tijdje op zichzelf te zijn en toch overleven. Anderen weten in leven te blijven door gezelschap te zoeken bij andere walvisachtige.

Het Dolfinarium lijkt ieder succes op Morgan’s echte vrijlating te saboteren. Ze negeerde een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren om Morgan’s DNA naar alle orka-experts over de wereld te sturen. Dat is nodig om haar familie of een geschikt pleeggezin te vinden. Het afgelopen jaar werden meerdere keren orkagroepen gespot in de Noordzee maar de boten van het Dolfinarium bleven aan wal. En toen was er ineens die handtekening van staatssecretaris Bleker onder een vergunning om Morgan naar Tenerife te brengen.

Loro Parque is één van de slechtste zeedierenparken ter wereld. ‘Orca Ocean’ is bedacht door Sea World, de masterminds op het gebied van zeedierenparken die in de jaren zeventig begonnen met het vangen van orka’s en er een miljoenenindustrie mee opbouwden. Een aantal onderzoekers die het Dolfinarium adviseerde om Morgan naar Tenerife te brengen blijkt ook nog eens banden te hebben met Sea World. Voor mij de genadeklap om het advies van het Dolfinarium te negeren. Staatssecretaris Bleker had bovendien onafhankelijk advies moeten inwinnen voordat hij zijn handtekening zette, maar zoals wel vaker stond zijn pet die dag de andere kant op. Hopelijk is de rechter vandaag goed gemutst en krijgt Morgan die ene ‘natuurlijke’ kans waar ze recht op heeft.

Meer lezen over Morgan? Lees: ‘De handel is orka’s is nog levensecht‘ en het pamflet: ‘Morgan moet uit haar vissenkom en terug naar de Noorse zee

De handel in orka’s is nog levensecht

Het gelanterfant van staatssecretaris Bleker kost een orkaleven

Orka Morgan vertrekt naar het zonnige Tenerife! Nederland heeft de zomer in zijn bol waardoor de alarmbellen niet gaan rinkelen als blijkt dat een ooit wild gevangen dier naar haar eindstation, het dierencircus, wordt gebracht. De uitzetting van Morgan naar Loro Parque is totaal geen zonnig avontuur. Vele wetenschappers, politieke partijen en dierenactivisten weten dat ze beter af is in het regenachtige Nederland. Hun voorkeur gaat uit naar natuurreservaat Neeltje Jans waar ze klaargestoomd kan worden voor het echte leven in de wereld waar ze hoort: de Noorse Zee.

Vorig jaar werd een zeer verzwakte orka gespot in de Waddenzee. Van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij mocht het Dolfinarium haar uit het water halen mits het zoogdier na aansterking weer terug werd gezet in zee. De jonge orka was binnen een maand aangesterkt en kreeg al snel bezoek in het Harderwijkse zeedierenpark. De commerciële instelling zocht wetenschappers uit die naar haar familie moesten speuren en een advies schrijven over wat met haar te doen. Nu, een jaar later, komt het Dolfinarium met een eindconclusie. Morgan moet naar een dierenpark op het Spaanse eiland Tenerife. Daar zou ze beter af zijn dan in haar kleine tank in Harderwijk. De ingehuurde wetenschappers van het Dolfinarium hebben geen geschikte ‘foster parents’ voor haar kunnen vinden. En omdat ze niet in haar eentje zou overleven is de beste optie ‘Loro Parque’ waar ze samen met andere orka’s kan leven. Met vriendelijke groet, het wetenschapsteam van het Dolfinarium.

Dit is het verhaal dat we het afgelopen jaar hebben gehoord. Voor een leek klinkt het misschien best aannemelijk, maar een zeedierenpark moet je niet op zijn helder blauwe ogen geloven. De Orka Coalitie die opkomt voor de belangen van Morgan bewees met een onderzoek van onafhankelijke wetenschappers dat Morgan juist een uitstekende kandidaat is voor terugkeer naar de natuur. Maar zoals vaak gebeurt worden dierenactivisten in de underdog positie geduwd en met daarbij een onoplettende staatssecretaris als Bleker stond er ineens binnen mum van tijd een handtekening onder de vergunningaanvraag van het Dolfinarium om Morgan naar Loro Parque te vliegen. De Orka Coalitie daagt het ministerie komende week voor de rechter. Bleker heeft namelijk geen onafhankelijk advies ingewonnen voordat hij zijn krabbel zette en daarmee schendt hij internationale verdragen.

De wereldwijd bekende orkadeskundige Ingrid Visser schreef vrijwillig een rapport voor de Orka Coalitie om aan te tonen dat Morgan terug kan naar zee. ‘Morgan, the orca can and should be rehabilitated’ bevat schokkende ontdekkingen. Morgan zit als orka in de kleinste tank ter wereld en verkeert daardoor in een slechte fysieke conditie. Ze is eenzaam en laat inmiddels stereotype gedrag zien dat dieren in gevangenschap vertonen wanneer ze verveeld raken. Ze zoekt contact met nabij gelegen dolfijnen, maar raakt gefrustreerd door het onderwaterrooster dat haar scheidt van haar ‘enige vrienden’. Ze duwt met haar neus regelmatig agressief tegen het rooster waardoor ze zichzelf inmiddels lelijk verwond heeft. Uitzetten naar een grotere ruimte acht Visser noodzakelijk want in een Dolfinarium zou ze een verschrikkelijke dood sterven.

                              

(Foto 1) Morgan zoekt contact met naastgelegen dolfijnen – (Foto 2) De wond op Morgan’s neus (juni 2011)

Visser heeft meerdere succesvolle uitzettingen van orka’s op haar naam staan. Haar conclusie is dat de jonge orka een uitstekende kandidaat is voor uitzetting, maar dat die wordt bemoeilijkt door het Dolfinarium die enorme ‘commerciële’ belangen heeft om Morgan binnen de cirkel van zeezoogdierenparken te houden.

Visser’s rapport verschilt op cruciale punten met het rapport van de ‘Free Morgan Expert  Board’, de wetenschappers die in dienst waren van het Dolfinarium. Deze zeebiologen menen dat Morgan niet terug kan naar zee omdat haar familie niet te vinden is. Visser toont aan dat in het verleden meerdere orka’s succesvol zijn teruggezet bij ‘foster parents’. Morgan, afkomstig uit een Noorse orkagroep, blijkt ook nog eens uit een zogenaamde ‘zeer sociale’ groep te komen die zich makkelijk bij anderen aansluit. Een ander punt dat het Dolfinarium opvoert is dat Morgan in haar eentje niet zal overleven. Uit onderzoek blijkt juist dat sommige orka’s zich om onbekende reden afzonderen van hun groep en zich daarna weer aansluiten. Ook leven sommige orka’s samen met andere walvisachtige en overleven op die manier. Zo gaat het argument niet meer op om haar naar Loro Parque te brengen zodat ze met andere orka’s in contact is.

Morgan is op korte termijn het beste af in een grote ruimte waar ze een volwaardige fysieke training krijgt en klaargestoomd wordt voor het wilde leven in de oceaan. Visser pleit daarom voor overplaatsing naar natuurreservaat Neeltje Jans. Omdat Morgan nog niet lang gevangen heeft gezeten en een jonge orka is, heeft de wetenschapper goede hoop op een succesvolle vrijlating.

Visser: “Als Morgan wordt vrijgelaten, kan ze in ieder geval haar eigen keus maken: Waar wil ik zijn en met wie? Het is ook niet duidelijk of Morgan zelf haar groep heeft verlaten, is verdwaald en zo haar familie uit het oog is verloren of dat ze is verstoten. Misschien was het wel een eigen keuze die haar uiteindelijk noodlottig was geweest.”

In de tijd die Visser doorbracht in Harderwijk vertelde een anonieme bron haar dat het bezoekersaantal sinds de komst van Morgan met 20.000 omhoog is gegaan. Bij zeeparkdirecteuren staan orka’s bekend als ‘blood diamonds’. Ze zorgen voor de meeste bezoekersaantallen en dus voor het geld. De werkzaamheden van Sea World, het zeedierenpark in Amerika dat als eerste begon met het vangen van orka’s, zijn om die reden gebouwd op hun orkashows. “Ze leveren honderden miljoenen op voor het bedrijf”, zei Dennis Speigel, directeur van het Internationale Theme Park Services in de VS in een interview met de North Country Times. Dit is de enige keer dat duidelijk werd hoeveel parken ongeveer verdienen aan hun orka’s. Sea World, de grootste orkahouder ter wereld, heeft nooit willen zeggen hoeveel winst hun orka’s opbrengen.

Orka’s vangen is verboden, net als de handel in de dieren. De enige manier waarop parken hun orka populatie in stand kunnen houden is door ze te ruilen aan de hand van broedprogramma’s. De ‘leverancier’ van de orka heeft zo recht op de eerste nakomeling van de moederorka. In die zin heeft het Dolfinarium een perfecte ruil gedaan waar ze later nog flink aan kan verdienen, zo bleek ook al eerder in de geschiedenis.

In 1987 had het Dolfinarium vrouwtjesorka Gudrun. In de jaren tachtig was het park een doorvoerhaven van orka’s uit IJsland die gevangen werden voor Sea World. Omdat de VS al een verbod had op het vangen van orka’s, waren de IJslandse orka’s Sea World’s enige kans omdat daar nog geen verbod was op het vangen van orka’s voor dolfinariums. Harderwijk had zich op een gegeven moment Gudrun toegeëigend. Sea World wilde haar graag hebben omdat ze nieuw genmateriaal had en voor vele nakomelingen kon zorgen. Dolfinarium directeur Mr. F.B. den Herder stemde echter niet zomaar in met die ruil. “Het wegvallen van Gudrun zou een verlies van inkomsten zijn”, zei hij letterlijk. Om die reden eiste hij twee dolfijnen terug die hij ook kreeg. Een ruil die achteraf nog vrij dubieus was omdat de twee pseudoracas, een bepaald soort dolfijnen, indertijd alleen werden gevangen bij verboden ‘drive fisheries’ in Japan. Dat is een manier van dolfijnen vangen die eindigt in een slachtpartij waarbij vele dolfijnen en walvissen omkomen. Een bekend voorbeeld hiervan wordt vertoond in de geroemde documentaire The Cove die op het IDFA in 2009 de publieksprijs kreeg. Sea World heeft de aantijging altijd ontkend en het Dolfinarium hield zijn mond dicht. Het is een voorbeeld waaruit blijkt dat het zeepark niet echt handelt in belang van haar dieren. ‘Als het maar zwemt en kunstjes kan’ lijkt eerder het motto.

Sinds het wereldwijde verbod op het vangen van orka’s voor dolfinariums heeft de handel van walvisachtige ‘in natura’ een opmars gemaakt. Zo komen we aan bij Loro Parque, een nieuwe orka kweekvijver, bedacht door de masterminds van Sea World. Sinds 2006 vervoerde Sea World meerdere orka’s richting dit park. Ze kwamen onder ander van parken uit Texas en Florida. ‘Orca Ocean’ moest ‘het’ gaan doen in Europa schrijft orkajournalist Tim Zimmermann. Hij boog zich over de vraag waarom Sea World haar orka’s naar de andere kant van de oceaan vliegt in plaats van ze in Amerika te houden. Uit zijn research blijkt dat het Spaanse eiland een vrij soepel belastingsysteem heeft om veel buitenlandse ondernemers aan te trekken. Om die reden zijn de Canarische eilanden populair geworden bij veel Europese investeerders. Het is niet weg te denken dat Sea World er om die reden voor kiest om bijzonder ‘genmateriaal’ richting Tenerife te sturen. Misschien wel met het idee nog even goed te cashen voordat de Amerikaanse overheid de zeeparkenindustrie aan banden legt?

De kritiek op zeezoogdierenparken groeit. Loro Parque kwam het afgelopen jaar expliciet in het nieuws. In 2006 kwamen de eerste zes orka’s aan op Tenerife, maar de omstandigheden waarin de dieren leefden verslechterde zo snel dat al het meegevlogen Sea World personeel, waaronder trainers en dierenartsen, ontslag nam. De situatie is daarna alleen nog maar verergerd wat ertoe leidde dat in 2010 orkatrainer Martinez om het leven kwam toen hij het water in werd gesleurd door een orka. Zijn familieleden menen dat het park de veiligheidsmaatregelen van de trainers niet in acht nam. In Amerika heeft Sea World hiervoor al eens een boete van 75.000 euro gekregen. Aanleiding voor deze zaak was de dood van ervaren trainer Brancheau die ook door een orka was gegrepen.

Het gaat gruwelijk en aan alle kanten mis in de dolfinariums over de wereld. Orka’s worden agressief omdat ze de omstandigheden in gevangenschap niet meer aankunnen, zo blijkt uit meerdere onderzoeken. De trainers zijn niet meer in staat de dieren te handhaven en het park neemt geen veiligheidsmaatregelen. Toch blijven de shows doorgaan omdat Sea World iedere keer weer mensen vindt wiens droom in werkelijkheid wordt gebracht door te mogen werken met orka’s.

Het is opmerkelijk dat Morgan naar Loro Parque wordt gestuurd. Niet alleen vanwege de geschiedenis met Sea World maar het is ook één van de slechtste zeezoogdierenparken ter wereld. Waarom het Dolfinarium nu juist dit park ziet als een walhalla voor Morgan is merkwaardig. Erger nog is het feit dat staatssecretaris Bleker de gevoerde informatie van het Dolfinarium als zoete koek naar binnen heeft gewerkt. Hij heeft een controlerende taak, maar wint geen onafhankelijk advies in terwijl deze hem op een presenteerblaadje werd aangereikt door de Orka Coalitie. De twee rapporten die ik voor het schrijven van dit artikel tot me heb genomen, kostten me enkele uurtjes.

Er zijn talloze internationale verdragen die Nederland heeft getekend voor de bescherming van walvisachtige en orka’s. Een opvallend verschijnsel is dat in geen van de verdragen duidelijk wordt gesproken over de rechten van een orka die voor ‘tijdelijke opvang’ wordt opgenomen in een zeedierenpark. Arie Trouwborst, professor in de milieurechten aan de Universiteit van Tilburg meent dat de makers van het Walvisvaartverdrag hier ‘waarschijnlijk’ niet over na hebben gedacht omdat de dieren te groot zijn voor dolfinariums. Een maas in de wet. Het is wel duidelijk dat alle verdragen uiteindelijk pleiten voor vrijlating indien dat mogelijk is. De lokale overheid dient haar verantwoordelijkheid hier in te nemen en moet zich baseren op onafhankelijk onderzoek van zeebiologen.

De advocaat van de Orka Coalitie zal aanstaande woensdag in de rechtbank bepleiten dat met het houden van Morgan in gevangenschap de Flora- en faunawet wordt overtreden. Daarin staat dat ‘orka’s, of welke walvisachtige’ niet gehouden mogen worden. Wietse van de Werf, oprichter van de Orka Coalitie zal daarbij ook een aantal andere opmerkelijke bevindingen in zijn betoog meenemen. Een aantal wetenschappers die het Dolfinarium aanstelde voor hun rapport heeft banden met het beruchte Sea World. Naar eigen onderzoek van Van der Werf blijkt ook nog eens dat maar één van deze betaalde onderzoekers Morgan daadwerkelijk heeft gezien. De rest heeft op basis van de gegevens die het Dolfinarium hen stuurde bijgedragen aan het rapport. Ook heeft het Dolfinarium het DNA van Morgan nog steeds niet vrijgegeven. Dat is nodig om haar orkagroep of een juiste ‘foster parents’ familie te vinden. Kortgeleden werd een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die het Dolfinarium verplichtte om Morgan’s DNA naar ieder instituut over de wereld te verspreiden, maar ze heeft dit nog steeds niet gedaan. Opmerkelijk is dat het CDA, de partij van Bleker, de motie niet steunde net als coalitiepartner VVD.

Ook zijn het afgelopen jaar orka’s gespot in de Noordzee maar het Dolfinarium deed geen enkele moeite om met een bootje de zee op te gaan om DNA bij deze dieren af te nemen. Misschien hadden ze dan wel een ‘golden match’ gevonden. Het Dolfinarium was er als de kippen bij om Morgan uit het water te halen, maar met de terugzetting van het dier in de natuur zijn ze zo traag als een schildpad. Toeval? Ik denk het niet. Ze hebben er geen enkel belang bij om Morgan terug te zetten in de natuur.

De visie van Visser en Trouwborst is in de publieke opinie continu getoetst aan het ‘officiële’ besluit van door het Dolfinarium aangewezen wetenschappers, maar eigenlijk zou het andersom moeten zijn. Waarom? Omdat we eigenlijk al lang weten dat dolfinariums voortkomen uit de illegale vangst van walvisachtigen. Het is een commerciële business die in stand wordt gehouden door slapende overheden die hun controletaak niet uitvoeren en internationale verdragen die zo lek zijn als een mandje. Dolfinariums die hun gevangen dieren kunstjes laten doen, zijn bovendien geen voorbeeldfunctie meer in een tijd van ‘groene’ bewustwording. Een orka hoort thuis in de oceaan en niet in een vissenkom.