Een hondenbaan in de oceaan

Een succesweek voor de walvissen. Nu de rest nog

Bijna iedere dag ben ik wel bezig met een verhaal over onze oceanen. Overbevissing, vervuiling en klimaatverandering zijn de leidende thema’s en stemmen vaak niet vrolijk. Toch levert deze hondenbaan me meer op dan ik ooit had gedacht en vandaag in het bijzonder.

Walvissen en dolfijnen zijn altijd al de boegbeelden van de oceanen geweest en deze week staan ze extra in de spotlights. Rotterdam heeft besloten de doorvoer van walvisvlees te stoppen. Hurray! In Den Haag staat de Japanse overheid voor het gerecht vanwege hun walvisjacht. Dat werd tijd! En morgen wordt overal op de wereld geprotesteerd tegen de gevangenschap van dolfijnen, walvissen en orka’s. Dolfinariumbazen mogen ook best eens voelen hoe stressvol het leven tussen twee muren is.

De groten uit de oceanen krijgen niet alleen vanwege hun omvang de meeste aandacht. Ook vanwege hun emotionele intelligentie voelen we ons met ze verbonden. Zoals een dolfijn de orders van zijn trainer opvolgt, zo goed luistert een gesocialiseerde hond thuis ook naar zijn baas. We denken ze wel een beetje te begrijpen die dolfijnen, maar toch is het een wereld van verschil; een autoritje naar een dolfinarium of 200 mijlen ver de zee opvaren en daar tot de conclusie komen dat je kotsmisselijk bent en de zee niet jouw wereld is.

Toch hoef je geen waterrat te zijn om het onderwaterleven te leren begrijpen. Afgelopen week leerde ik de Portugese onderwaterfotograaf en documentairemaker Gonçalo Gomes kennen. Gonçalo is de ‘inspector gadget’ van de zee. Jarenlang was hij gefascineerd door de grote zeezoogdieren. Hij bracht maanden op zee door, alleen nog maar om hun gedrag te bestuderen zodat hij ze goed op film kreeg. Nu is hij teruggekeerd naar zijn thuishonk op Madeira. Het Garajau marine reservaat is de plek waar hij opgroeide, leerde duiken en waar hij een speciale band opbouwde met de mero. Gonçalo noemt de beschermde tandbaarsen ook wel de honden in zijn achtertuin. Als hij me meeneemt naar een diepte van 15 meter snap ik waarom.

DSC00212Als we afdalen komen we al snel de 40 kilo zware Pints tegen. Hij is één van de oudste mannetjes in het reservaat. Zoals een hond zijn baasje begroet, zo opgewonden is Pints. Hij zwemt rondjes om Gonçalo en laat zich onder zijn kin kietelen. We besluiten een zee-egel voor hem open te maken en terwijl Pints driftig rondzwemt om alle andere kleine vissen weg te jagen, doet zijn vriendinnetje haar intrede. De vorige dag zijn ze samen kussend en vrijend in een hoekje gespot. Een bijzondere gebeurtenis want nog niet eerder vonden duikers aanwijzingen dat de mero waarvan er nog maar vijf in het reservaat leven, zich voortplant. Bovendien is de mero hermafrodiet en blijft hun voortplanting één groot mysterie.

Als we weer bovenkomen vraagt Gonçalo of ik nu begrijp waarom hij zijn handen in het vuur steekt voor het behoud van het reservaat. Onder de naam ‘Gogo image’ vecht hij tegen de achteruitgang van de oceanen. Hij legt niet alleen de schoonheid van het onderwaterleven vast, maar springt er ook in om de mate van vervuiling te registreren. Zijn films hebben in Portugal maar ook in het buitenland prijzen gewonnen en zijn visie op het oceaanleven is net zo imponerend. ‘”Als iedereen de mogelijkheid had om het onderwaterleven zelf te aanschouwen, dan zal de zee er heel anders uitzien.”

Met het Garajau reservaat en de mero’s gaat het redelijk goed, maar toch maakt Gonçalo zich zorgen. Niet vanwege de illegale jacht op zijn vis, maar de oceaanvervuiling. Meerdere malen nodigde hij politici van zijn eiland uit voor een duikavontuur, maar zelfs met een snorkeltripje kreeg hij ze niet het water in. Hij vreest dat de grote mannen meer worstelen met belangen dan dat ze het gevecht met hun eigen emoties aandurven. Negatief gestemd is hij echter niet zolang hij zijn films kan blijven maken. “Als iemand je slaat, moet je hem je andere wang tonen. Zo is het.”

Advertenties

Goud geld verdienen met onderwater dino’s

Een klassiek verhaal over het bizarre rechtssysteem in de visserij, de machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet

IMG_0895Vanochtend stond ik om 04.30 uur naast mijn bed om de dinosaurusachtige ‘espada’ te zien. Helaas niet levend, want deze diepzeevis leeft minimaal een halve kilometer onder water dus kun je hem alleen zien als hij al gevangen is. De ‘Black Scabbard’, in Nederland ook wel de zwarte haarstaartvis is één van Portugal’s oogappeltjes. Een knapperd is het echter niet. Met zijn lange dikke zwarte lijf, uitpuilende doffe ogen en scherpe tandjes lijkt hij meer op een dinosaurus voor wie je hard zou wegzwemmen als je hem levend tegenkomt. Het verhaal over dit lelijke onderwater eendje is echter ironisch. Het is een klassiek voorbeeld van het bizarre rechtssysteem dat geldt voor de visserij, de smerige en machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet.

Aangekomen in de haven liggen sommige vishandelaren nog achter hun stuur een tukkie te doen. De vangst van de dag is nog niet binnen, maar dan ineens verplaatst iedereen zich razendsnel van de voordeur naar de achterkant van het gebouw. Kratten vol met espada, sardines, lapas en ander zeebanket worden vanuit boten naar binnen gesleept. Vishandelaren verzamelen zich op de tribune en wanneer het theater van het bieden voorbij is, verdwijnt de vis achterin bestelauto’s richting de markt.

Een lokale visser komt naar ons toegelopen. Hij is verrast dat twee meisjes vroeg zijn opgestaan om de vers binnengekomen espada te bekijken. “Weinig vangst vandaag”, zegt hij terwijl hij friemelt aan het vloeitje dat hij zojuist heeft gevuld met tabak. “Als je gisteren was gekomen had je meer espada gezien.” De ogen van de visser die zich inmiddels heeft voorgesteld als Antonio beginnen te glimmen. Omdat hij van Madeira is weet hij als geen ander te vertellen over ‘zijn vis’. Madeira ligt middenin de diepe Atlantische Oceaan, een situatie die lokale vissers al vroeg dwong een creatieve oplossing te vinden om van grote diepte vis naar boven te halen. Daarmee waren Maderiaanse vissers in de jaren tachtig het meest deskundig op het gebied van longlining.

Portugal leerde het longline vissen van Madeira en de rest van de wereld leerde het longline vissen weer van Portugal. Inmiddels wordt espada en andere diepzeevis met behulp van sleepnetten uit het water gehaald. Na jaren van overbevissing schakelden trawlers over op het diepzeevissen om andere vissoorten te vinden. De Portugese espada dook ineens ook op in andere zeeën en om de angstaanjagende vis populair te maken veranderden de Fransen zelfs zijn naam.

Zo’n 60 van de 285 diepzeetrawlers varen onder Spaanse vlag. Een andere grote Europese speler is Intermarché, vernoemd naar de gelijkname Franse supermarktketen. De vloten van Intermarché kregen tussen 2006 en 2010 bijna 10 miljoen euro subsidie om hun vangst te ‘verduurzamen’. Inmiddels roepen organisaties als Greenpeace en Bloom Association op te stoppen met diepzeetrawling. Omdat er nog weinig diepzeevis over is, maar ook omdat de pelagische ecosystemen de meest kwestbaren op aarde zijn. Diepzeevissen kunnen heel oud worden, maar het duurt ook heel lang voordat er weer genoeg diepzeevissen zijn omdat ze een laag metabolisme hebben. In Brussel is er veel kritiek op diepzeetrawling, maar Frankrijk en Spanje blijven een moratorium boycotten. In deze landen is de espada de meest gegeten diepzeevis. Intermarché heeft zelfs een machine laten ontwerpen om in een handomdraai filets uit de espada te drukken.

Hoewel ik geen Portugees spreek en mijn fotografe de vertaling doet, kan ik Antonio goed volgen. Gepassioneerd vertelt hij over hoe haaien soms de lijnen vernielen en vervolgens de gevangen espada oppeuzelen. “Vissen zijn slimmer dan wij! En je moet oppassen, want ze kunnen jou ook opeten!” Over zijn toekomst maakt hij zich niet al te druk. Dat de espada overbevist wordt is niet zijn probleem. “Die Spanjaarden met hun grote boten”, zegt hij op geïrriteerde toon. Een aantal keer heeft hij mot gehad met een Spaanse trawler omdat die zijn netten had uitgegooid op de plek waar Antonio zijn longlines had uitgelegd. “Moderne piraterij was het gevolg”, zegt Antionio die er nu om kan lachen. “Maar die netten van hun zijn niet goed”, legt hij uit. “Niet alleen vanwege de bijvangst, maar ze vernielen ook de vis. De huid van de espada scheurt open en dan loopt alles eruit.” Volgens hem is de Portugese espada nog steeds het beste omdat die met longlines wordt gevangen. “Daarmee is ook de bijvangst minimaal en als we toch een walvis of schildpad vangen brengen we die naar het marine instituut.”

Ana Marta, mijn Portugese fotografe, vertelt me later dat Antonio 55 is en zijn hele leven in de visserij heeft gewerkt. “Hij kan niet lezen en schrijven. Moeder jong overleden”, is haar korte uitleg. Antonio is een man die op zee heeft geleerd hoe het leven in elkaar zit. Als ik hem vraag of het wat uitmaakt dat het zeegebied rondom Madeira beschermd wordt voor lokale vissers schudt hij zijn hoofd. “Ik kom net van de Azoren, hier is geen vis meer.”

Samen kijken we naar een krat die half gevuld is met espada. Het is duidelijk te zien hoe ze aan het eind van hun leven zijn gekomen. De haken van de longlines hebben hun mondhoeken doorboord. Sommigen liggen met opengesperde bek naar boven te staren terwijl het bloed uit de gaten wegloopt. Antonio aait met zijn hand over de buik van een dode espada, een beetje zoals een boer geruststellende op de billen van zijn koe klopt. Liever zou hij zien dat er een moratorium wordt afgekondigd en zijn overheid hem betaalt om niet te vissen.

Baarsachtigen als espada worden sterk overbevist in de Atlantische Oceaan, vooral door trawlers lees ik later thuis in een onderzoek van Greenpeace. In 2009 riepen zeebiologen Europese supermarkten op om geen diepzeevissen meer in te kopen. De contracten tussen trawlers en supermarkten zijn al opgesteld voordat de vis gevangen is. Daarmee is de prijs van de espada al bepaald voordat vissers als Antonio die uit het water halen. Voor Madeira is de vangst voor lokale doeleinden en om die reden wordt de vis hier nog wel op de ouderwetse manier verhandeld. Op het vaste land wordt de inkoop en verkoop geregeld door één bedrijf die de espada aan grote supermarkten verkoopt.

Onderzoekers proberen momenteel met meer bewijzen aan te tonen dat de vangst op diepzeevissen als de espada moet stoppen. Het is echter haast onmogelijk om de dieren te monitoren. Ze leven op dieptes tussen de 600 en 1700 meter. Het is daar uiterst donker en geen duiker die er kan komen. Het is bizar dat onderzoekers bewijzen moeten leveren om de diepzeetrawlers aan land te houden terwijl de visindustrie hun netten mocht uitgooien zonder te bewijzen dan hun manier van vissen geen schade zou aanrichten.

Als Ana Marta en ik terug de heuvels van Funchal oplopen passeren we diverse restaurants waar we espada kunnen eten: gegrilde espada met olijfolie en knoflook, espada met banaan of espada met passievrucht. Voor een toerist lijkt het stukje witvis op kabeljauw met een tropisch tintje. Eerlijk, ja, ik heb hem zelf ook gegeten en ja, hij is lekker, maar ik weet nu ook waar deze zwarte en interessante dinosaurus vandaan komt. Hij mag dan wel een dikke huid hebben, maar wij als consumenten moeten hem beschermen tegen de machtige visindustrie.

Happy world ocean day!

Ocean

Wat geef jij de oceaan terug in ruil voor zuurstof?

De oceaan is ons grootste ecosysteem op Aarde. Onze planeet bestaat voor tweederde uit water en daar komt zo’n 70 procent van onze zuurstof vandaan. Dit mooie ecosysteem wordt echter in rap tempo afgebroken door onze manier van leven. Zo’n 50 tot 60 procent van onze visvoorraad wordt overbevist, 90 procent van onze roofvissen is verdwenen en de opwarming van de aarde maakt het ecosysteem aan alle kanten kapot.  Onderzoekers menen zelfs dat over 30 jaar de zee is leeggevist. Vandaag is het ‘World Ocean Day’. Een dag waarop ik er bij stil sta hoe we de achteruitgang van onze oceanen stoppen. Wat geef jij de oceaan terug in ruil voor zuurstof?

De meeste mensen zullen dit mooie weekend naar de Noordzee trekken. Deze zee was lang geleden nog helder, maar inmiddels is het één grote modderige plomp geworden. In Wijk aan Zee waaien ook nog eens de toxines van TATA Steel door je haren en wie het waagt een duik in het water te nemen zal het ijzer proeven. In de Middellandse Zee waar de meeste Nederlandse gezinnen deze zomer naartoe gaan is de situatie net zo dreigend. Het water ziet er misschien nog schoon uit, maar vis zul je er niet vinden, 80 procent van de Middellandse Zee wordt overbevist en jaarlijks raken 100.000 walvisachtigen en schildpadden verstrikt in netten.

Omdat ik bezig ben met een groot research project naar de overbevissing in onze oceanen heb ik afgelopen week een aantal cijfers op een rijtje gezet. Al mijn ontdekkingen waren even schokkend, maar één cijfer in het bijzonder is deze keer goed blijven hangen. Slechts 1 procent van onze oceanen is beschermd natuurgebied. Dat terwijl op ons aardoppervlak, waar onze planeet maar voor één derde deel uit bestaat, 10 tot 15 procent beschermd wordt. Dit is wellicht logisch te verklaren omdat de mens op het land leeft, maar we vergeten echter hoe beestachtig we te werk gaan in onze oceanen en hoeveel die ons eigenlijk teruggeven.

Een andere schokkende ontdekking vind ik nog altijd dat zo’n 30 tot 40 procent van de wereldwijde visvangst wordt gebruikt om varkens, kippen, huisdieren en kweekvis te voeren. Onze duurzame kweekzalm bijvoorbeeld wordt gevoed door miljoenen sardientjes. In Europa geldt dat we geen dieren mogen voeden met andere dieren. Er is echter één uitzondering. Als het om vis gaat is het wel ok. Wie ziet hier een duurzame logica anders dan een economische?

Van alle bedrijfstakken was de visserij de afgelopen eeuw de meest verborgen industrie waar miljarden in om gaan. Wie ZEMBLA heeft gezien weet dat het niet gaat om ‘vissers’ die zich netjes aan de regels houden. Het zijn business mannetjes. Er wordt gesjoemeld met logboeken waarin de visvangst genoteerd wordt en goede vis wordt weer overboord gegooid omdat ze het niet kunnen verkopen. In ruil daarvoor hebben wij een goedkoop visje op ons bord terwijl een aantal heren in pak heel erg rijk worden.

Nederlanders zijn geen grote viseters, maar dat betekent niet dat we geen invloed hebben. In de 16de en 17de eeuw hebben Nederlandse vloten goud geld verdiend met de haringvisserij. We speelden een rol in de walvisindustrie en tegenwoordig legen grote trawlers met Nederlandse vlag elders de oceanen. De Portugese zeebioloog Thomas Dellinger vertelde me afgelopen week dat Portugal zit te azen op extra zeewater. Niet alleen voor de eigen visindustrie, maar vooral voor de verkoop. Het land dat gebukt gaat onder de trojka moet ergens zijn centjes vandaan halen…Nederlandse vloten zijn vast geïnteresseerd.

Je kunt je afvragen of je nog wel vis moet eten of welke vis? Ik heb deze vraag de afgelopen week gesteld aan een aantal zeebiologen. De meesten eten het nog wel, maar zeer beperkt. “Te veel toxines”, is het antwoord. Toproofdieren zoals paling, tonijn en zwaardvis zitten vol met kwik, dus die kan je sowieso beter niet te veel eten. Daarnaast vertelde Dellinger een andere goede tip. Als je vis wil eten, eet dan alleen verse vis. Die is lokaal gevangen, dus niet door een grote industriële vloot. Bevroren vis of vis in blik komt over het algemeen van grote industriële vissers. Duurzame vis is volgens de Britse oceaanjournalist Frank Pope als lang een illusie. Wereldwijd zijn er slechts 107 vissers die écht duurzaam vis vangen en samen vangen zij zo’n 8 procent van de vis die wij eten.

Op theworldoceanproject.org kun je meer informatie vinden hoe je onze oceanen kunt steunen. Om persoonlijke redenen steun ik vandaag een meer lokaal project. The Black Fish, een Nederlandse zeebeschermingsorgansitatie met Amsterdamse roots inspecteert momenteel vissersvloten in de Middellandse Zee. Dat doen ze niet alleen met boten, maar ook met drones. Het is werk dat hard nodig is omdat nog veel Zuid-Europese vissers verboden netten gebruiken of toch op de beschermde blauwvintonijn jagen. Lidstaten en de Europese Unie zeggen dat ze te weinig geld hebben voor mankracht om schepen te inspecten, dus moeten we dat zelf gaan doen. Op hun blog vind je meer informatie over de werkzaamheden van The Black Fish in de Middellandse Zee.

Keep the Joop Hope!

Het was een mooie zomerdag in juli toen ik aan mijn Joop avontuur begon. Buiten kwetterde vogeltjes en een warm briesje waaide door ons redactieraam naar binnen. Intussen werd er door vier mensen keihard gewerkt. Onder de indruk, dat was ik wel. Niet alleen van hun noeste arbeid, maar met name van de Joop-vibe. Geen hiërarchie, geen goed of fout, geen clubjesgevoel. De site werd van 07.00 ’s ochtends tot 01.00 ’s avonds bemand door intrinsiek gemotiveerde individuen met een goed gevoel voor humor. Iedereen komt om wat bij te dragen, niet om te zeuren. Ik dacht dat ik een lot uit de loterij had gewonnen want nog nooit heb ik zo’n warme inspirerende redactie meegemaakt.

Drie jaar duurde dit avontuur en ik had nog langer kunnen blijven als moeder natuur me niet aan mijn haren mee naar buiten had gesleurd. Met name de groene onderwerpen hebben mij een nieuwe wereld ingetrokken. Ik heb wat afgespeurd op het internet en telefoontjes gepleegd, maar op een gegeven moment prikte mijn zielendrang door mijn zitvlees heen. Ik wil meer groen nieuws opgraven en tot ver op de oceanen zoeken naar vissen waar nog nooit iemand wat over heeft gehoord.

Ik heb een ontzettend mooie tijd beleefd bij Joop. Met mijn lieve collega’s en opiniemakers, maar ook met jullie reageerders. Sommigen van jullie gingen zelfs later naar bed dan ik en presteerden het dan nog om ’s ochtends eerder in te loggen. Vooral op de ochtenden in het weekend heb ik met jullie gelachen. Wappie Joop liefdes zag ik ontstaan en sneuvelen, maar het meest opvallend vond ik toch wel om te merken dat we iets gemeenschappelijks delen. We zijn allemaal op zoek naar onze waarheden achter het nieuws en houden de hoop die te vinden. Soms schieten we een beetje uit de bocht, maar ach, geen enkel pad is een rechte. Blijf zoeken, hou je emoties een beetje in bedwang en blijf lief tegen elkaar, dan komen we er wel.

Mijn nieuwe collega is vorige week al in de startblokken geklommen en ik kan jullie verzekeren, Joyce gaat voor spetterend vreugdevuur zorgen. Hou je vast! Ook ik zal voor Joop blijven schrijven want zo leerde ik ook de afgelopen jaren: oude liefdes moet je koesteren. Keep the Joop Hope mensen!

Volg Margaux Tjoeng ook op Twitter en op haar weblog.

Recycle onze ouderen!

Wat de mensheid nog kan leren van een bijzondere kwal  

Soms zie je iets voorbij zwemmen en denk je: Hebbes! Het gebeurde mij afgelopen week toen ik filmpjes zag over een onsterfelijke kwal. Om precies te zijn gaat het om de Hydrozoan Turritopsis Dohrinii. Deze dame schakelt zichzelf bij ouderdom uit, zinkt naar de bodem, rangschikt haar lichaamscellen opnieuw en keert weer terug naar haar ‘jongere lichaam’ om zich voort te planten. Fucking awesome!

Hydrozoans zijn merkwaardige futuristische schepseltjes die doen denken aan films als The Matrix. Pas later deze week realiseerde ik me dat we in de mensenwereld onze eigen Hydrozoans hebben. Ok, ze zijn dan wel niet onsterfelijk, maar we hebben een hoop mensen met oude cellen die, als je ze ziet staan, van onschatbare waarde kunnen zijn. Ik heb het over onze ‘oudjes’. De levenservaring die zij in pacht hebben kunnen we nog goed gebruiken. Met hun wijsheid kunnen ze nieuwe zaadjes planten en voeding geven aan een nieuwe wereld. ‘It’s the circle of life’, leerde Simba in The Lion King.

Pensionado’s, 50-plussers, oudjes en bejaarden. We hebben ze onterecht een lelijke naam gegeven en weggemoffeld in verzorgingshuizen. In Amsterdam zijn ze samen met de Engelse toeristen nog één van de weinigen die gebruik maken van het ‘ouderwetse’ zebrapad, maar ook dan ziet geen fietser ze staan. Als twintiger kan ik me goed voorstellen dat ze zich af en toe best een beetje buiten onze maatschappij gezet voelen. Generaties groeien uit elkaar, een menselijke verschijnsel, maar tegelijkertijd toch een beetje onnatuurlijk. Terwijl opa en oma vroeger nog een belangrijke rol in de opvoeding van de kleinkinderen hadden, schakelen ze nu ’s ochtends in op MAX Geheugentrainer.

Wanneer luisteren we nog echt naar onze ouderen? En dan bedoel ik niet via Henk Krols grijze muizenpraatjes over pensioenen, AOW of de zorg. Niet dat het geen belangrijke onderwerpen zijn, maar we missen hier de goudklompjes in het verhaal: hun levenservaring.

De wereld zou er heel anders uitzien als de wijsheid van senioren meer en beter ingezet zou worden. Die boodschap kreeg ik mee van Dan Buettner. Hij reisde als onderzoeksjournalist de wereld over op zoek naar plekken waar mensen opmerkelijk veel ouder worden. De honderdjarigen op het Japanse eiland Okinawa bijvoorbeeld klommen nog in bomen om appels te plukken, beleefden wilde nachten in bed tot op de dag dat een hartaanval hen naar ‘boven’ stuurde en genoten nog volop van hun achterkleinkinderen.

Volgens Buettners studie leven de mensen in de door hem genoemde ‘Blue Zones’ langer omdat hun omgeving hen vitaal houdt. Ze bewegen weliswaar misschien niet meer zo intensief, maar wel regelmatig, verbouwen hun eigen eten dat ook nog eens biologisch is en voornamelijk bestaat uit plantaardig voedsel en last but not least: ze hebben veel familie en vrienden van verschillende leeftijden om zich heen. Deze drie elementen zijn volgens Buettner essentieel voor een lang, gelukkig en gezond leven. Daarbij komt nog het belangrijkste ingrediënt namelijk de ‘zin’ in het leven oftewel: ’s ochtends wakker worden met een doel.

Ik kan me goed voorstellen dat veel oudjes in Nederland die ‘zin’ in het leven een beetje zijn kwijtgeraakt. Niet alleen vanwege de lichamelijk kwaaltjes. Eenzaamheid is doodsoorzaak nummer één.

Als we kijken naar Buettners studie is oud en gelukkig worden eigenlijk voor best veel mensen weggelegd. Je hoeft er zelfs geen pakketje supergenen voor te hebben. Juist onze levensstijl en omgeving zijn belangrijker dan we denken. Zo’n 80 procent van onze gezondheid en welzijn ligt daarin besloten. Ook blijkt uit wetenschappelijke studies dat het aftakelproces van mensen in de Blue Zones maar één jaar is tegenover 3,5 jaar van de gemiddelde mens op aarde. In die laatste 3,5 jaar verbruiken we zo’n 90 procent van de totale zorgkosten in ons leven. Als we het aantal jaren in dit aftakelperiode kunnen beperken, scheelt dat dus ook nog een hoop zorgkosten.

Alles samenvattend kom ik tot de conclusie dat we onze ouderen meer moeten betrekken bij ons dagelijks leven. Daar hebben we allemaal, jong en oud, profijt van. Soms denk ik wel eens dat we ouderen een beetje stoffig en oninteressant zijn gaan vinden omdat we ze in ons hoofd al hebben geparkeerd in het bejaardenhuis. De moederlijke of vaderlijke adviezen slaan we misschien toch net iets te vaak in de wind omdat we bij voorbaat denken dat hun ideeën achterhaald zijn en niet aansluiten bij onze snelle wereld.

Ik merk in ieder geval dat sinds mijn ontdekking van de Hydrozoan ik die ‘ouderlijke’ adviezen in een ander daglicht plaats. In een netje vang ik hun oude cellen op en gooi die in een grote recyclemachine. Oudjes, ik noem ze tegenwoordig Hydrozoans.

Cyberfeministes

Er zijn duizenden vrouwen die slimmer zijn dan Tanja Nijmeijer. Het wordt tijd dat we hén in de spotlights zetten  

De afgelopen week waren we een beetje in de ban van Farc-strijdster Tanja Nijmeijer. We keken onze ogen uit naar het Nederlandse meisje dat in Colombia een transformatie had ondergaan van een dansende Pocahontas in de jungle naar een Jeanne d’ Arc die opkomt voor de arme mensen in haar land. Tanja’s idealen zijn misschien sympathiek, maar bij haar gewelddadige strijd heeft ze onze hulp niet nodig. Er zijn op deze wereld een hoop andere vrijheidsstrijdsters die wat mij betreft onze stem wél hard nodig hebben. Duizenden bloggers worden door hun regering dagelijks gechanteerd, gemanipuleerd, gemolesteerd en opgesloten vanwege hun kritiek. Daar zou ik wel eens een Joop-pagina vol over willen schrijven. Laat ik alvast een begin maken.

Kippenvel, dat kreeg ik van de documentaire ‘Forbidden Voices’ van de Zwitserse regisseuse Barbara Miller. Ze volgde een tijd lang drie invloedrijke bloggers uit Iran (Farnaz Seifi), Cuba (Yoani Sanchez) en China (Zeng Jinyan). Alle drie zijn ze door TIME Magazine uitgeroepen tot meest invloedrijke stemmen van de wereld. Niet zo spannend als dansen in de jungle en stiekeme affaires met je baas, zou je denken. Maar deze film gaat niet over drie vrouwen die alleen maar 24/7 driftig typend in hun zolderkamertje doorbrengen.

Miller filmde deze woordenstrijdsters dicht op de huid, in goede en in slechte tijden. Zo zien we Yoani Sanchez. In Europa en Amerika is ze beroemd vanwege haar artikelen over de schaduwzijde van het dictatoriale regime van Fidel Castro. Met haar blog Generation Y trekt ze wekelijks 14 miljoen bezoekers. Ze strijdt onder andere voor de vrijlating van politieke gevangenen, waaronder de bekende econoom Jorge Vazquez Chaviano. De kans dat hij aan zijn hongerstaking was gestorven was groot geweest als Yoani zijn zaak niet onder de aandacht had gebracht.

De offers die Yoani brengt zijn groot. Door de Cubaanse media wordt ze afgeschilderd als een chica loca en een huichelaar. Vanwege haar kritieken mag ze het land niet uit. Prestigieuze journalistieke prijzen ontving ze daardoor via de webcam en een hard-copy van haar eerste boek bereikte haar doordat een Duitse journalist het door de douane wist te smokkelen. “Dan maar Duits leren”, zegt ze optimistisch terwijl ze de plasticfolie van het boek trekt.

Op straat wordt Yoani regelmatig geschaduwd. Eén keer werd ze ook heftig in elkaar geslagen. Artsen werden daarna omgekocht om voor de camera te beweren dat Yoani niets mankeerde. Dat terwijl we op andere beelden zien hoe ze met blauwe plekken in het gezicht op krukken richting haar laptop strompelt. Ze geniet inmiddels bescherming door haar internationale bekendheid, maar het is ook tegelijk een valkuil. Miller vertelde me na de première op het Amsterdamse documentairefestival (Idfa) dat onlangs een Al Jazeera journalist werd ontslagen omdat hij haar in gevaar zou hebben gebracht met een tweet over één van haar acties die nog moest gaan plaatsvinden.

Er zijn dagen dat Yoani het niet meer ziet zitten, maar toch blijft ze doorgaan. Je vraagt je af waarom, totdat je beseft dat haar strijd en haar familie nog het enige is wat ze heeft. Vanuit het buitenland krijgt ze veel steun. Onder andere van Michelle Obama die haar regering onlangs waarschuwde dat ‘moed’, van bloggers als Yoani ‘besmettelijk’ is. Haar blog wordt inmiddels in 16 talen vertaald, waaronder in het Nederlands.

Het leven van de Iraanse feministe Farnaz Seifi is niet minder zwaar. Ze ontdekte dat in haar land het woord ‘vrouw’ via Google is afgeschermd en besloot daar verandering in te brengen. De betrouwbaarheid van haar stukken vond ze belangrijker dan de regels van de corrupte leiders van haar land. Om die reden publiceerde ze onder haar eigen naam, maar dat bleek een groot risico. Ze werd opgepakt en in de gevangenis gefolterd wegens ‘daden tegen de nationale veiligheid’. Daarna zag ze zich genoodzaakt haar land te ontvluchten. Nu blogt ze toch anoniem omdat ze het leven van haar familieleden niet op het spel wil zetten. Met hulp van Reporters without Borders zet ze vanuit het Westen haar missie voort. In Nederland mag ze inmiddels studeren waardoor ze een nieuw doel voor ogen heeft, maar het verzacht niet de moeilijke vraag wanneer ze haar familie ooit zal terugzien. Daar denkt ze liever niet te vaak aan.

Een andere bekende blogger in de documentaire is Zeng Jinyan. We kennen haar van de verhalen rondom de Olympische Spelen van 2008. Samen met nog een aantal andere dissidenten verdween ze van de radar omdat de Chinese regering vreesde voor teveel internationale aandacht voor de dissidenten. Jinyan is een mensenrechtenactiviste die onder andere schrijft over de maatschappelijke problemen in haar land, maar ook over milieuproblematiek en AIDS. Sinds augustus 2006 staat ze onder huisarrest. Met haar baby in de armen zien we haar achter haar balkondeur staan. Door een kiertje van de deur vertelt ze Miller over haar omstandigheden. Eenzaamheid is een wrede straf. Voor haarzelf vindt ze het nog niet eens zo erg, maar wanneer ze zich afvraagt of haar baby ooit de buitenlucht zal opsnuiven en in het park met andere kinderen kan spelen, zien we haar intens verdrietig worden.

Dit zijn nog maar drie verhalen van duizenden bloggers die in dezelfde situatie verkeren of nog erger. Ondanks levensbedreigende omstandigheden blijven ze strijden voor hun recht op het vrije woord. Zonder hun woorden geen discussie, zonder discussie geen veranderingen, zonder veranderingen geen toekomst voor generatie Y.

Tanja vond dat de Nederlandse pers zich te veel op haar persoon richtte, maar ze begreep het ook wel. Nederlanders horen nu eenmaal graag dat je na tien jaar in de jungle wel eens smacht naar een dropje en soms verlangt om als een vrije studente door de stad te fietsen. Die menselijke behoefte snappen we omdat we niet meer hoeven te vechten voor simpele mensenrechten als vrijheid op meningsuiting.

Uiteindelijk gaat de boodschap van Yoani, Farnaz en Zeng, maar ook die van Tanja over de liefde voor hun vrienden en familie die zo’n mooie toekomst zouden kunnen hebben in een land waar hun hart ligt. Farnaz legt dat in één zin goed uit. Pas als de sfeer in je eigen land ineens abrupt verandert, besef je pas hoeveel dat leven voor je betekent. Pas wanneer het bloed in het asfalt kruipt en mensen murw zijn geworden door het geweld, zijn het de woorden die tellen.

Volg Margaux ook op Twitter

Lokale vis nog altijd onfris

Drijfnetten in de Middellandse Zee vermoorden meer walvissen dan de internationale walvisjacht bij elkaar

Een week geleden heb ik in Marokko leren duckdiven. Dat is een techniek uit de surfsport waarbij je met surfboard en al onder een golf door duikt. Deze techniek pas je toe om massa’s hoge golven te ontwijken om achter de golven te komen zodat je ze kan pakken. Duckdiven geeft een bevrijdend gevoel. Voor heel even ben je een dolfijn die vanuit de diepe zee richting de opkomende zon opstijgt om adem te halen. Het is een verrijking van mijn leven geworden. Maar wat als je niet meer boven kan komen? Wat als een net je heeft gevangen en je bewust een verdrinkingsdood sterft?

In Marokko eten ze alles met tonijn ontdekte ik. Pasta met tonijn, sandwiches avec du thon, thon et couscous. Allemaal gepresenteerd als ‘poissons locaux’, maar waarschijnlijk komen ze allemaal uit dezelfde blikjes mediterranée. Bij thuiskomst ontdekte ik dat onze onstilbare trek in dit visje er voor zorgt dat jaarlijks 100.000 walvisachtigen sterven als bijvangst in onze Europese achtervijver. In tegenspraak met de Europese regelgeving gebruiken nog zeker 500 Middellandse Zee vissers illegale drijfnetten. Voornamelijk om tonijn en zwaardvis te vangen.

Drijfnetten
In de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zwemmen toch nauwelijks tonijnen en walvissen? Klopt. Voor het toeristische oog zijn ze moeilijk te spotten, maar vissers ver op zee zien met regelmaat potvissen, vinvissen, bruinvissen, gewone en gestreepte dolfijnen. Het worden er alleen steeds minder, blijkt uit onderzoek van Oceana, de grootste internationale actiegroep die strijd voor het behoud van oceanen. De walvissen raken in de illegale drijfnetten verstrikt en sterven uiteindelijk omdat ze niet naar boven kunnen zwemmen om adem te halen.

Ik herhaal het nog eens. Oceana schat dat jaarlijks 100.000 walvisachtigen omkomen door de bijvangst in de Middellandse Zee. Wereldwijd staat de teller jaarlijks op 300.000. De aantallen uit de onderzoeken zijn schrikbarend. Het laatste rapport ‘Conserving whales, dolphines and porpoises in the Mediterranean and Black Seas’ (2010) is zeer sceptisch:

‘De dag dat drijfnetten volledig verdwenen zullen zijn in deze regio is nog nergens in zicht.’

Wat eigenlijk nog harder binnenkomt is het besef dat het allemaal niet hoeft te gebeuren. De VN en de Europese Unie verbieden drijfnetten al sinds 1992 (VN) en 2002 (EU). Deze vorm van illegale visserij doodt jaarlijks zelfs meer walvisachtigen dan de hele internationale walvisjacht van Japan, Noorwegen, IJsland en de Farao-eilanden bij elkaar.

Terwijl het Europa nog niet is gelukt deze brute vorm van visserij te verbannen, hebben drijfnetvissers een veilige haven gevonden in Marokko. Na invoering van het verbod op drijfnetten subsidieerde de Europese Unie Italiaanse vissers om duurzamere vismethodes te gebruiken. Maar wat gebeurde er? De Italiaanse vissers investeerden in andere soorten netten of kochten zelfs grotere en vertrokken richting Marokko. De export van Marokkaanse zwaardvis naar Italië steeg binnen één jaar naar 80 procent. En de Italiaanse vissers, die konden na een koude douche gewoon weer verder vissen.

Illegale visserij is geen ver-van-je-bed show. Het gebeurt in de zeeën van landen waar wij op vakantie gaan. En wat doet Europa? Die zwaait met wetten en regels, papiertjes die niets waard zijn. Dreigen met nog meer sancties terwijl die arme Italiaanse en Griekse vissers geen droog brood meer te knagen hebben en een dokter niet kunnen betalen. Het is eigenlijk heel simpel. Allemaal een beetje minderen. En die megatrawlers kunnen wat mij betreft naar de bodem zinken. Dit idee zou best goed passen in een economische recessie niet? Maar wie de macht heeft, bepaalt de regels en heeft met die regels de controle over wat goed en fout is. En zolang we profiteren van die regels, piept er geen muis.

Geen vlees, maar af en toe vis blijkt tegenwoordig de nieuwe mode. Handig ook, die voorverpakte tonijnsalade in de supermarkten. Maar nee, echt gemakkelijker wordt het niet. Lokale vis is niet per se goed. Duurzame vis is niet zo duurzaam. Uiteindelijk is het niet de overdaad en de luxe waar we gelukkig van worden. Less in more.

Volg Margaux Tjoeng ook op Twitter: @MargauxTjoeng