Merci Merci Morocco!

Afbeelding

Merci Merci Morocco!

I needed to go surfing with you guys to understand what the sport really is about.

The most fantastic thing about it is the kick. We are so addicted to these experiences and lifetime adventures. The fear and joy, pure excitement and the speed of freedom becomes part of our basic needs. It makes us even better persons. By learning from each other, emotions open up our souls and connect them in a very intimite and pure way. This kind of love. It’s a great gift from our planet to make this all happen.

Sometimes tricky things happen. While being princesses on our boards we could easily feel superior. The ego is very common in every sport scene. We want to see ourselves in the coolest videos, we talk about the latest techniques, the newest designs. We wanna look cool while riding and pray these images of our evergreen days will be untouchable.

There’s only one thing that can make our dreams come true. It’s not our cool images, slick boards, sticky wax, thick wetsuits and grippy shoes that keeps us riding. We can’t get enough of going into the wild and play with grumpy Mother Nature. It’s the mountains which are so sexy are beautiful, the water that can look evil with high dark waves while the next day the green water winks at us and gives only flatty’s. Sharing these experiences with nature is what bonds us and keeps us riding.

My friends, I think you all past the test of this sort of life a long time ago. You all look after each other and respect the mountains and the ocean. Therefore I’m happy you chicks were part of my adventures so far.  I hope we will share many more 🙂

Later when we’re old and grumpy like Mother Nature we will still have these GoPro video’s, pictures of us in bikini and crashes in the snow. And you know what…I think we will still feel evergreen by then.

Love,

Margaux

Advertenties

Lokale vis nog altijd onfris

Drijfnetten in de Middellandse Zee vermoorden meer walvissen dan de internationale walvisjacht bij elkaar

Een week geleden heb ik in Marokko leren duckdiven. Dat is een techniek uit de surfsport waarbij je met surfboard en al onder een golf door duikt. Deze techniek pas je toe om massa’s hoge golven te ontwijken om achter de golven te komen zodat je ze kan pakken. Duckdiven geeft een bevrijdend gevoel. Voor heel even ben je een dolfijn die vanuit de diepe zee richting de opkomende zon opstijgt om adem te halen. Het is een verrijking van mijn leven geworden. Maar wat als je niet meer boven kan komen? Wat als een net je heeft gevangen en je bewust een verdrinkingsdood sterft?

In Marokko eten ze alles met tonijn ontdekte ik. Pasta met tonijn, sandwiches avec du thon, thon et couscous. Allemaal gepresenteerd als ‘poissons locaux’, maar waarschijnlijk komen ze allemaal uit dezelfde blikjes mediterranée. Bij thuiskomst ontdekte ik dat onze onstilbare trek in dit visje er voor zorgt dat jaarlijks 100.000 walvisachtigen sterven als bijvangst in onze Europese achtervijver. In tegenspraak met de Europese regelgeving gebruiken nog zeker 500 Middellandse Zee vissers illegale drijfnetten. Voornamelijk om tonijn en zwaardvis te vangen.

Drijfnetten
In de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zwemmen toch nauwelijks tonijnen en walvissen? Klopt. Voor het toeristische oog zijn ze moeilijk te spotten, maar vissers ver op zee zien met regelmaat potvissen, vinvissen, bruinvissen, gewone en gestreepte dolfijnen. Het worden er alleen steeds minder, blijkt uit onderzoek van Oceana, de grootste internationale actiegroep die strijd voor het behoud van oceanen. De walvissen raken in de illegale drijfnetten verstrikt en sterven uiteindelijk omdat ze niet naar boven kunnen zwemmen om adem te halen.

Ik herhaal het nog eens. Oceana schat dat jaarlijks 100.000 walvisachtigen omkomen door de bijvangst in de Middellandse Zee. Wereldwijd staat de teller jaarlijks op 300.000. De aantallen uit de onderzoeken zijn schrikbarend. Het laatste rapport ‘Conserving whales, dolphines and porpoises in the Mediterranean and Black Seas’ (2010) is zeer sceptisch:

‘De dag dat drijfnetten volledig verdwenen zullen zijn in deze regio is nog nergens in zicht.’

Wat eigenlijk nog harder binnenkomt is het besef dat het allemaal niet hoeft te gebeuren. De VN en de Europese Unie verbieden drijfnetten al sinds 1992 (VN) en 2002 (EU). Deze vorm van illegale visserij doodt jaarlijks zelfs meer walvisachtigen dan de hele internationale walvisjacht van Japan, Noorwegen, IJsland en de Farao-eilanden bij elkaar.

Terwijl het Europa nog niet is gelukt deze brute vorm van visserij te verbannen, hebben drijfnetvissers een veilige haven gevonden in Marokko. Na invoering van het verbod op drijfnetten subsidieerde de Europese Unie Italiaanse vissers om duurzamere vismethodes te gebruiken. Maar wat gebeurde er? De Italiaanse vissers investeerden in andere soorten netten of kochten zelfs grotere en vertrokken richting Marokko. De export van Marokkaanse zwaardvis naar Italië steeg binnen één jaar naar 80 procent. En de Italiaanse vissers, die konden na een koude douche gewoon weer verder vissen.

Illegale visserij is geen ver-van-je-bed show. Het gebeurt in de zeeën van landen waar wij op vakantie gaan. En wat doet Europa? Die zwaait met wetten en regels, papiertjes die niets waard zijn. Dreigen met nog meer sancties terwijl die arme Italiaanse en Griekse vissers geen droog brood meer te knagen hebben en een dokter niet kunnen betalen. Het is eigenlijk heel simpel. Allemaal een beetje minderen. En die megatrawlers kunnen wat mij betreft naar de bodem zinken. Dit idee zou best goed passen in een economische recessie niet? Maar wie de macht heeft, bepaalt de regels en heeft met die regels de controle over wat goed en fout is. En zolang we profiteren van die regels, piept er geen muis.

Geen vlees, maar af en toe vis blijkt tegenwoordig de nieuwe mode. Handig ook, die voorverpakte tonijnsalade in de supermarkten. Maar nee, echt gemakkelijker wordt het niet. Lokale vis is niet per se goed. Duurzame vis is niet zo duurzaam. Uiteindelijk is het niet de overdaad en de luxe waar we gelukkig van worden. Less in more.

Volg Margaux Tjoeng ook op Twitter: @MargauxTjoeng

New balls please!

Noodadvies voor de zwevende jonge kiezer: Tv uit, muziek aan en ga naar de kroeg in plaats van de eenzame online stemwijzer 

Afgelopen week ben ik meerdere malen benaderd voor stemadvies. Jij werkt toch voor die ene website? De Joop toch of de Jaa… ? Omdat ik veel met nieuws bezig ben, zou ik het wel een beetje moeten weten, denken ze. Mijn vrienden leven niet in een wereld van links of rechts. Het kan ze dan ook niet schelen of ik nu voor de Joop, de Jaap of de Draak schrijf. Ze waarderen me omdat ik ze af en toe wat vragen stel en ze respecteer om wie ze zijn. Het is een mooi vertrekpunt voor een gesprek over stemmen.

Als eerste moet ik vaak een beetje uitleggen hoe de campagnemachine werkt. Politieke partijen zijn bezig met framing en proberen jou als een mugje in hun spinnenweb te vangen. Wat ik merk is dat iedereen een beetje moe is om behandeld te worden als het mugje. Wees dan ook niet het mugje, zeg ik, maar de olifant. ‘Jij bent groot, zij zijn klein.’ Een tikkeltje naïef natuurlijk, maar wie klein en slim is laat zich niet vertrappen door een zware olifant.

Dus, denk eens na over wat jij belangrijk vindt. Overzicht en structuur aanbrengen in de thema’s die jij belangrijk vindt, werkt verhelderend en het kost maar een beetje energie. Het is overigens een zeer duurzame werkwijze aangezien er nu zo om de twee jaar verkiezingen zijn.

Ok, overzicht gemaakt en nu? Welke partij? De keuze is inderdaad niet reuze in het door de politiek en media gecreëerde Disneyland. Televisiedebatten bieden mij weinig. Ze worden gepresenteerd als een aantrekkelijk nieuw product met bedorven ingrediënten. En bovendien gaat het niet om de inhoud van het debat maar over ritjes in bepaalde attracties. Ik noem een aantal populaire: De leugendetector, Lik de lekkende vinger, Vang het vliegje en Ontmasker het populistje.

Maar wie heeft er eigenlijk wat aan? Aan die idiote ritjes in deze attracties? Volgens mij komt Roemer het acteren inmiddels zijn neus uit. En Rutte, die valt bijna in slaap. Sufgeluld. Alleen voor strategie- en spelletjes gek Samsom is het misschien leuk. En voor de kijker? Die kijkt liever naar Strictly come dancing en Expeditie Robinson.

De verkiezingen zijn core business voor de media. Peilingen worden non-stop gepubliceerd. Elk programma heeft een fact-checker en onze politici bepalen zelf waar en met wie ze aan tafel schuiven. Tussen het boemerang gooien door is er geen plaats meer voor het inhoudelijk debat.

De televisiedebatten voegen nauwelijks iets toe. Ook vind ik het niet raadzaam om blind te gaan op de stemwijzer. Kieswijzers gaan er vanuit dat mensen hun politieke mening al klaar hebben, voordat ze zich laten adviseren, maar dat is vaak niet zo.

Als je zelf een overzicht hebt gemaakt van je standpunten ben je klaar om je ‘fictieve’ leider te kiezen. Als ik aan leiderschap denk, zie ik een arts voor me. Het moet iemand zijn die met mij wil samenwerken. Die mijn keuzes inzichtelijk maakt, me hulpmiddelen aanreikt, de juiste vragen stelt, open staat voor nieuwe inzichten, me af en toe meeneemt in een droomvlucht en last but not least: New balls please! Letterlijk en figuurlijk. Mijn leider moet vernieuwende ideeën hebben en lef.

Voor mij is PvdA-kandidaat Tanja Jadnanansing (nr.4) die vrouw met ballen. Ik heb haar aan het werk gezien als debatleider, programmamanager bij de NOS en als jongerencoach. Meiden uit de Bijlmer trok ze uit het slop en ze motiveerde hen een opleiding te volgen. Vervolgens coachte ze hen door dat horror-mbo waardoor ze nu een betere kans hebben op de arbeidsmarkt.
Tanja is voor mij de onbevlekte leider met lef. Ze neemt haar kennis en ervaringen mee naar Den Haag en dat is hard nodig. Jongeren hebben een aantal belangrijke zekerheden verloren. Ik noem het onderwijs dat straks niet meer voor iedereen toegankelijk is vanwege Halbe Zijlstra’s langstudeerboete.

Ook blijven we overgeleverd aan malafide huurbazen en onbetaalbare huurhuizen en geen bank verstrekt ons een hypotheek. De woningmarkt blijft op slot zitten zolang niet gesleuteld wordt aan de Hra.

En dan nog even over de versoepeling van het ontslagrecht. Die maatregel gaat er straks voor zorgen dat mensen die niet geschikt zijn voor het zelfstandig ondernemerschap op de arbeidsmarkt gaan rondzwerven. En wie het wel lukt ergens aan de bak te komen, moet straks bestand zijn tegen een verlammende werkcultuur die bestaat uit angst. Eén foutje en je ligt er uit. Door al die flex-contracten worden de eerlijke kansen voor groei en ontwikkeling bovendien steeds kleiner. Ik voorzie uitval op de arbeidsmarkt door depressies en burn-outs. Hoe moeten we onze bejaarde ouders verzorgen als de nieuwe generatie al is opgebrand?

Die meiden uit de Bijlmer hebben dankzij Tanja zelfvertrouwen gekregen en zullen zich nooit en te nimmer meer laten wegjagen door iedereen die groter en machtiger is dan zij. Ik stem woensdag op Tanja om te zorgen dat haar talentjes kunnen door boksen naar de top en dat er meer kansen komen voor talenten die we nog moeten ontdekken.

Volg Margaux Tjoeng ook op Twitter

Het recept tegen de verhufterde wereld op internet

Facebook moordt niet. Ouders en hulpverleners moeten mee met de tijd!

Joop opiniemaker Jeroen Mirck roept op de verhuftering in de samenleving aan te pakken. Dat doet hij naar aanleiding van ‘De Facebookmoord’. In zijn artikel benadrukt hij dat niet social media, maar de verhufterde samenleving de oorzaak van het geweld is. Asociaal geweld moeten we daarom hard aanpakken, vindt hij. Het is een uitspraak die een beetje voelt als de Fred Teeven-uitslag die op mijn huid komt opzetten als deze staatssecretaris roept om nog meer repressiemaatregelen tegen onze losgeslagen jeugd.

Beide heren zoeken het in de totaal verkeerde richting. We hebben geen nieuw sanctiebeleid nodig. We moeten ouders, docenten en hulpverleners zover krijgen dat ze met de tijd meegaan. Zij moeten gaan inzien welke impact social media hebben op kinderen en leren hoe ze escalatie kunnen voorkomen.

In het geval van de Facebookmoord hebben we met twee zaken te maken: 1. Puberende kinderen die de gevolgen van hun acties niet overzien en 2. Een ontoerekeningsvatbaar kind dat al nauwelijks in staat is überhaupt een inschatting te maken.

Deze problemen zijn van alle tijden, maar social media werken drempel verlagend, bieden een platform voor het ophopen van emoties en versnellen het proces van het maken van de emo-bom die dan uiteindelijk barst. Dat hebben we gezien bij de zaak van Winsie. De rechtszitting heeft om die reden een maatschappelijk belang. Ik vind het een groot teken dat rechters de privacybescherming van de dadertjes opzij zet om de zitting in het openbaar te houden. Zo’n beslissing neemt een rechter niet zomaar. Het trieste is zelfs dat hij dit pas doet nadat er slachtoffers zijn gevallen.

Het frappante is dat mensen nu denken dat de rechters de schuld ook deels bij Facebook leggen.

Ook vraagt men zich af of criminaliteit als gevolg van pesterijtjes op Facebook of Twitter nu vaker voorkomen. Want als dat niet zo is, waar maken we ons dan eigenlijk druk over? De cijfers van jeugdcriminaliteit laten een dalende trend zien terwijl krantenkoppen over geëscaleerde cyberpesterijtjes, twitterzelfmoorden en cybercrime iedere week voorbij komen. Is dat niet alarmerend genoeg? Volgens mij is het zo dat cijfers iets zeggen over geschiedenis. Wat kranten schrijven gaat over actualiteit.

De discussie over de gevaren en risico’s van social media voor kinderen wordt nu gelukkig gevoerd. Toch blijven mensen in het geval van Winsie doorbakkeleien over de schuldvraag. We zouden het juist moeten hebben over het feit hoe we samen als volwassenen leren hoe we onze kinderen in dit digitale tijdperk bewust maken van hun acties. Dat gesprek gaat over opvoeding en vergt een inhoudelijke discussie tussen ouders, docenten en hulpverleners. Zij zijn de experts van het opvoeden en zouden tips & tricks kunnen delen en elkaar wegwijs moeten maken in de wereld van social media.

Onze normen en waarden krijgen we van huis uit mee, maar in de praktijk zie ik die opvoedtaak steeds vaker sneuvelen. Ouders hebben het druk met hun carrière en sociale verplichtingen. Onze maatschappij vraagt nogal wat van ze. De betekenis van werk moet voldoen aan economische criteria. En als dat niet zo is, dan werken we niet hard genoeg en wordt onze inzet minder gerespecteerd. Zingeving en welzijn hebben het verloren van economische belangen. Zo komt het dat veel ouders druk ervaren om te werken voor hun baas en de opvoeding van de kinderen er bij in schiet.

Op de lange termijn kunnen we zo niet doorgaan. Het is tegenwoordig diep triest gesteld met de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Het is zelfs zo beschamend dat scholen in paniek dure managers aanstellen om ouders meer bij hun schoolgaande kinderen te betrekken. Werkelijk een hondenbaan en het is ook eigenlijk te zot voor woorden. Om even een voorbeeld te geven. Als mijn stichting het ‘Bewust Online’ project op een school heeft afgerond en de ouders van deze kinderen wil uitnodigen voor een interactieve lesavond over social media staan docenten te springen. Alleen dan komt de ‘maar’. ‘Hoe krijgen we in godsnaam die ouders hier naartoe?’ Er zijn scholen waar het goed gaat, maar juist de scholen die het zo nodig hebben, daar komen de ouders niet.

Jeroen Mirck gebruikt het cliché ‘De maatschappij ben je zelf’ met de illusie hiermee asocialen tot brave burgers om te toveren. Een beetje naïef vind ik dat wel. Ik heb zelf geen kinderen, maar als mijn vader me tot de orde roept door te zeggen: ‘Lieverd, onthoudt een ding goed! De maatschappij ben je zelf’, dan pis ik denk ik in mijn broek van het lachen. Met zo’n lege huls red je geen kinderlevens. Laat staan met Mirck’s tweede tactiek; asocialen harder aanpakken. Volgens mij hebben talloze onderzoeken aangetoond dat geen mens beter wordt van de isoleer.

De gevaren en risico’s van social media zijn een bewustwordingsproces. Wij van Stichting Wolf proberen het debat hierover te stimuleren. Laten we daar dan nu gelijk mee beginnen voordat de volgende column verschijnt van iemand die het nodig vindt te roepen dat de maatschappij is verhard en zijn medeburgers beticht van hufterigheid. Doe er dan wat aan!

Lees hier het artikel van Jeroen Mirck: Hoezo Facebook-moord?

Margaux Tjoeng is naast haar redacteurschap projectmanager bij Stichting Wolf. Een organisatie bestaande uit jonge twintigers die jongeren meer bewust wil maken van maatschappelijke thema’s. Momenteel geeft zij voorlichtingsworkshops over social media aan zowel jongeren, ouders en docenten.

Volg Margaux ook op Twitter

De ongelofelijke reis van onze hockey beauty’s

Greatness, dat was het wat onze hockeyvrouwen lieten zien. Opmerkelijk dat viezeriken op Twitter het alleen over geile paardenstaartjes hebben

Gisteren kroop ik bijna in mijn televisie van de spanning. Onze hockeydames waren bezig de ‘black sticks’ uit Nieuw-Zeeland te verslaan. Dat ging niet makkelijk. Het was een heftig potje hockey van het hoogste niveau met beslissende shoot-outs aan het eind. Dat zijn geen lullige strafballen zoals ze bij voetbal kennen, maar een manier waarop zowel de keeper als de shooter zijn hersenen moet gebruiken. De hoofdrol ging uiteindelijk naar de Nederlandse keepster Joyce Sombroek die het hoofd koel hield en Nederland naar de finale bokste. Chapeau!

Hockey behoort tot mijn meest favoriete Olympische sporten omdat teamsporten in mijn ogen het meest compleet zijn. Ik heb zelf geen hockeyachtergrond, maar voor mij laten onze Nederlandse chicks met sticks zien waar ‘sport’ over gaat. Het is flink presteren, beheersing en controle, strategie en visie, vuil werk opknappen, iets heel erg graag willen en lol hebben. En dat allemaal met elkaar.

Het mooie van een teamsport vind ik ook dat het bijna een soort van verlicht spelletje. Om te winnen is er geen plaats voor ego’s. Wel voor karakters. Die laten zich ook vooral zien wanneer zich onredelijkheid op het veld voordoet. Onze vrouwen staan dan hun vrouwtje en onze hockeydames doen dat nog charmant ook. En nog een reden waarom het zo leuk is. Daar raakt de twitterende wereld niet over uitgesproken. Die gespierde bovenarmen, korte rokjes, zwiepende paardenstaartjes en brutale snoetjes. Het is inderdaad een feestje om te zien.

Verwonderlijk vond ik het dan ook niet dat hockey binnen een paar minuten trending werd op Twitter. Maar waar had men het over? Even kijken. Naast alle schattige liefdesverklaringen en huwelijksaanzoeken had men het voornamelijk over Ellen Hoog. Zij is het meest ‘geile exemplaar’ als je Twitter moet geloven. Het incident waarbij ze inhakte op de schedel van tegenstandster Katie Glynn wordt haar door haar kwijlende fans snel vergeven. Want, ‘She’s lovely’, twittert nota bene de Nieuw-Zeelandse sportreporter James McOnie.

Dan verschijnen op Twitter links naar foto’s van het hockeymeisje. Die zijn inderdaad niet onaardig. Hoog wordt afgerekend op een modellenshoot in lingerie voor FHM waar ze zich als levendige tiener met lef eens aan waagde. Ene Ralph hoopt dat ze haar prijzengeld gebruikt om te investeren in een setje siliconenborsten. Er zijn kennelijk mensen die tijdens een potje hockey met andere ballen bezig zijn. En dan zijn er nog allerlei andere fantasten die hopen op oranje paardenstaartjes in de Playboy.

Twitter kookt van de Nederlandse geile hockeydames. Bah! Is het werkelijk nodig op het moment dat deze gevreesde hockey internationals Nederland naar de finale schieten? Het is een smet op een grootse prestatie en bovendien doet het geen recht aan de wijze les die ze ons leren. Namelijk hoe je als team samenwerkt, een crisis oplost en de overwinning binnensleept. Daar kan iedereen wat van leren. Dan mag je niet aankomen met excuses dat je even niet hebt opgelet omdat je was afgeleid door meisjes in korte rokjes.

“Als de wereld maar niet denkt dat we er allemaal zo heerlijk uitzien”, zei een Nederlandse fan gisteren. Het is een leuk compliment voor de hockeydames, maar mist de kern van dit verhaal. Lucia Rijker, de godmother van het vrouwenboksen en de vrouwensport in het algemeen, legt gisteravond nog even uit hoe alle vrouwen van deze Olympische Spelen de geschiedenis moeten ingaan.

“Vrouwen kunnen vechten”, zei ze gisteren in Londen Late Night tegen Mart Smeets. En dat kunnen ze volgens haar omdat het hen niet alleen om medailles gaat. “Ze hebben een persoonlijkheid die ze willen laten zien. Als je niets wint, heb je nog je eigen eer en die is belangrijker dan wat dan ook.” Ongeacht wat de dames buiten het veld doen. Gisteren ging het erom wat ze binnen het veld deden. En daar kun je ze alleen om prijzen.

Aan het begin van de Spelen waren het al de vrouwen die de vlaggen droegen, daarna waren zij het die de meeste medailles binnen haalden en nu blijken ze ook nog de meeste wijsheid in pacht te hebben. Laat die geile mannen dan maar met hun Playboy fantasieën. Blijven ze lekker dom van.

Vrouwen die op asfalt surfen

VIDEO – Skatende chicks zijn niet langer ‘stoertjes’, maar vrouwen met een missie

Endless Roads 4 – Costa da Morte from Juan Rayos on Vimeo.

In de skatewereld is de afgelopen twee jaar iets opmerkelijks gebeurd. Het skateboard verliest terrein aan zijn langere broer. Of moet ik zus zeggen? De mannen zijn uit, de vrouwen zijn in. Het nonchalante skatejochie dat met zijn broek op de enkels een ollie inzet, heeft de interesse van het publiek verloren aan een groepje Spaanse chica’s. Deze stoere mooie dames zoeven op hun longboard met 60 km per uur downhill door het Spaanse binnenland en lijken daarbij geen angst te hebben. Een slide kan soms een beetje verkeerd aflopen, maar dat is geen reden om je helemaal van top tot teen in te pakken. Sterker nog: Een skate-avontuur zonder een schrammetje oplopen lijken deze ‘stoertjes’ eerder een must te vinden. Het Peter Pan-syndroom, altijd kind willen blijven, is van de jongens overgeslagen op deze longboardchicks. In één ding zijn deze vrouwelijke Peter Pan’s wel volwassen geworden: Ze laten de skatesport niet langer meer domineren door jongens.

Ongeveer een jaar geleden dook er op YouTube een filmpje op van een groepje Spaanse longboardchicks. Casual gekleed liepen ze ergens in Spanje een berg op, maar anders dan de kijkers misschien verwachtten waren ze daar niet voor hun zondagse ‘high-tea picknick’. Op hun lange gevaartes en wat schaarse bescherming over hun luchtige zomerkleding raceten ze naar beneden. Er werd een stevig eindje gerockt op het asfalt en als er iemand op zijn bek ging, was dat een mooi moment om grappen te maken over de vorm en kleur van bloederige schaafwonden.

Deze dromerige beelden van sportieve jonge meiden die hun grenzen opzoeken, hunkerend naar vrijheid, gingen de wereld over en hadden een aanstekelijke werking. De Longboard Girls Crew (LGC) groeide uit tot een fenomeen. Via social media bouwde het netwerk van longboardende chicks zich binnen twee jaar uit tot een internationale community. Op Facebook heeft de LGC inmiddels al bijna 107.000 likes.

Ook in Nederland viert het longboardvirus hoogtij. De jongens en meiden van Sickboards in Scheveningen, één van de bekendste verkopers in de Benelux, barstten binnen een jaar uit hun zolderkamertje. Wie nu de winkel binnenstapt stoot zich aan dozen van net binnengekomen waren die alweer op het punt staan de deur te verlaten. Nederlandse chicks, gothic’s, mannen in pak, huisvrouwen en kinderen. Allemaal zijn ze verknocht geraakt aan het longboarden. Van cruisen over de boulevard tot het behalen van grote snelheden op de weg. In Europa worden inmiddels door meerdere lokale longboardverenigingen events georganiseerd. De autovrije zondag krijgt daarmee een nieuw en vooral ook een frequenter gezicht. Wegen worden afgezet, boeren leggen strobalen in de bochten en busjes rijden van beneden naar boven. Waarom nog surfen op het water terwijl er over de wereld miljoenen kilometers aan asfalt ligt?

Sinds 1960 zijn vrouwen op professioneel niveau actief in de skatewereld. Ze bleven echter altijd een niche en hadden het imago van stoere meiden die ook een beetje trucjes konden, maar net niet zo goed als mannen. Op YouTube en Vimeo zijn het echter de chicks op hun longboards die het winnen van de mannen. De imposante beelden geven een bevrijdend en blij gevoel. De longboardchicks laten daarmee zien in staat te zijn leiding te geven aan een nieuwe tak van de skatesport. Ze zijn niet alleen stoer, maar inspireren vooral meiden om hun grenzen op te zoeken en misschien ook eens op een longboard te stappen.

Skaten is een sport waar meisjes meestal van jongens leren, maar door de online longboardcommunity’s is dat helemaal over en verenigen meiden zichzelf. Ze motiveren elkaar om hun grenzen te verleggen, delen tips & tricks en organiseren hun eigen avonturen. Die meidentripjes zijn inmiddels zo populair dat jongens zich ook graag aansluiten. Zo ook het vriendje van professioneel longboardster Valeria Kechichian. Juan Rayos nam zijn camera mee toen hij met de meiden van LGC in een VW-busje op toer mocht door Spanje. De 416 GB aan ruw materiaal dat hij schoot, leverde uiteindelijk de adembenemende vierdelige korte documentaire Endless Roads op. Het succes van de Spaanse longboardchicks is misschien ook wel te danken aan de creatieve blik van deze jonge filmmaker.

De zeven Spaanse en Amerikaanse rijdsters legden in 15 dagen 4.300 kilometer af. Een avontuur met hoge snelheden, bevende lijfjes, tranen van angst, maar vooral veel lol. De meiden trekken onderweg veel bekijks. Toeristen blijven als ‘tour-de-france fans’ kamperen langs de weg om een glimp van ze op te vangen. Valeria krijgt oude plattelandsdametjes zelfs zo ver om op haar longboard te stappen. Concurrentie binnen het team bestaat niet, bevestigen alle dames. Iedereen heeft zijn eigen discipline en specialisme. De meiden inspireren elkaar om beter te worden in hun stijl of maken hun eigen unieke combinatie. Het is fascinerend om te zien hoe dat gaat bij deze chicks. Ze maken elkaar beter zonder de moordende masculiene concurrentie. Spanje, het land dat financieel aan de grond zit, heeft slimme vrouwen met ballen in huis. Vrouwen met cojones in het land van de macho’s. Dat blijft vast niet beperkt tot longboards.

Facebook, het zou verboden moeten worden

Het wordt tijd om social media verslaving serieus te nemen. We sturen af op een emotie drijvende samenleving

Leven op Facebook en andere social media. Je wordt er zo ‘high’ van dat het verboden zou moeten worden. Internet en social media werken versimpeling in de hand, zegt massapsycholoog Jaap van Ginneken in zijn boek ‘Het enthousiasme virus’. Vooral posts en video’s die een emotie oproepen blijven als kleverige drop achter je kiezen plakken en tasten daarmee alle andere smaken aan die we binnen krijgen. Kortom, iemand die veel tijd doorbrengt op Facebook weet niet meer wat hij proeft. Is dat erg? Ja, de verslaving aan ‘emo-drop’ en ‘vind-ik-leuk’ is een venijnige met grote gevolgen: Een op emotie drijvende samenleving.

‘Facebook is zo lekker, het zou verboden moeten worden.’ Deze zin formuleer ik expres naar de leuze van een Nederlandse dropjesfabrikant die knipogend waarschuwt voor de verslavende werking van hun ‘rijdende’ snoepjes. Verkopers weten als geen ander hoe verslaving het leven van mensen gaat beheersen. Niets voelt sterker dan een emotie die de overhand neemt en dat begreep Facebookoprichter Mark Zuckerberg als geen ander. Van die ‘emodrop’ maakte hij zijn core-business en wist het zo te implementeren dat het nog verslavend werkt ook.

De Facebookformule is zo in elkaar gezet dat iedere consument zijn eigen emodropjes maakt en verspreidt en zo anderen ook verslaafd maakt. De grootste succesnummers op Facebook zijn immers foto’s en video’s die een emotie oproepen. De likes en reacties daarop zijn ook weer verslavend want het geeft ons het gevoel dat we er toe doen. ‘Als je baas een dag niet naar je omkijkt, heb je godzijdank Facebook nog.’

Massapsycholoog Jaap van Ginneken heeft het over ‘de jacht op het gevoel’ dat door de media is geopend. Communicatie en informatie is zo belangrijk geworden dat het niet meer zo makkelijk is om jezelf aan de hand van je kwaliteiten en vaardigheden van anderen te onderscheiden. Je persoonlijke imago wordt daarom steeds belangrijker en dat imago bouw je op door je netwerk ‘intiem kapitaal’ te voeren. Social media zijn daar bij uitstek geschikt voor. Moderne filosoof Stine Jensen legt in haar boek ‘Echte vrienden’ uit hoe dat werkt. Als Femke Halsema haar publiek persoonlijke informatie geeft via Twitter, bijvoorbeeld over haar kinderen, zou het zomaar kunnen dat meer ouders sympathie voor haar gaan opbrengen en dus op haar zullen stemmen.

Niet alleen politici, media en bedrijven zetten hun ‘intiem kapitaal’ in om meer winst te maken. Consumenten van social media gebruiken het om hun dagelijkse ‘shot’ te krijgen. We zijn verslaafd geworden aan de aandacht van ‘likes’, aan foto’s en video’s die ons in het hart raken of die ons juist aan het lachen maken. We willen weten waar onze vrienden zijn en wat ze doen, anders missen we misschien de boot. De angst om er niet meer toe te doen wordt door social media versterkt. Wie eenmaal gevangen is in het web van Facebook komt er moeilijk uit.

Echte social media verslaafden zijn inmiddels heuse communicatie-experts geworden. Ze zijn behendig geworden om in hun eigen verslaving te voorzien en weten dat ze hun boodschap moeten verpakken met een pakkende tekst, een nieuwe woordformule en populistisch taalgebruik zodat het bericht blijft hangen bij de ontvanger. Het beste kleefmiddel daarvoor is emotie en zo is het gemaakte emo-dropje weer voer geworden voor andere social media verslaafden.

De verslaving aan social media werkt vervlakking in de hand. Exemplarisch voor Zuckerberg’s emodrop is de kracht en invloed die Kony 2012 had. De korte documentaire liet binnen mum van tijd miljoenen mensen over de hele wereld kennismaken met de gruwelijke kinderhandelaar Josep Kony. De viral had een boodschap die verpakt zat onder een behoorlijke laag emotie die werd aangezet door afschuwelijke beelden en het zoontje van documentairemaker Russell die probeert te begrijpen wat er in Oeganda gebeurt.

Russell kreeg veel kritiek op het feit dat hij emotie gebruikte om zijn boodschap over te brengen. Zijn tactiek wordt door velen geoorloofd omdat hij strijdt voor een goede zaak. Een mening die ik deel, maar daarbij plaats ik de kanttekening dat de lancering van emoberichten discutabeler wordt in een steeds meer informatieverslavende samenleving. In het geval van Kony2012 heeft de ‘verpakking’ van het bericht de traanklieren van je ogen al geactiveerd voordat de werkelijke feiten en argumenten tot je hersenen zijn doorgedrongen. De combinatie van emotie, de hoeveelheid aan informatie – naast het bericht van Kony2012 hebben onze ogen 20 andere berichten in Facebook gescand –  en de versimpeling ervan doet veel mensen afhaken om aan eigen waarheidsvinding te doen. Want wat gaat nog dieper dan het gevoel dat je al hebt ervaren? Daar lijkt geen boek tegenop te kunnen. Velen gaan na hun emo-uurtje op Facebook weer verder met de orde van de dag. De feiten en de werkelijk boodschap, lachen, zingen en huilen we weer weg.

Geert Wilders is bij uitstek een voorbeeld van de creator van emodrop met zijn populistische taalgebruik. Het zijn niet zijn inhoudelijke partijpunten die bij zijn stemmers blijven hangen, maar zijn brutale uitlatingen. Het ‘Doe eens normaal man’, hebben we allemaal wel onthouden, maar welke PVV-wetsvoorstellen de Eerste Kamer hebben bereikt zouden we niet zo snel kunnen noemen. Wilders creëert daarnaast een soort van ‘Robin Hood’ imago. Met zijn grote mond strijdt hij tegen de ‘gevestigde orde’ en daarmee weet hij mensen te raken. Hij scoort er meer punten mee dan met zijn inhoudelijke partijpunten. “De massa houdt niet van ingewikkelde problemen”, herhaalt Van Ginneken nog maar eens. En dat weet Wilders dondersgoed.

De verslaving aan social media maakt ons ook gewend aan populistisch taalgebruik. Niet alleen Wilders gebruikt het, maar wij zelf ook omdat we trachten zo veel mogelijk likes op Facebook te krijgen. Alles om maar het gevoel te krijgen er toe te doen. Zolang we niet inzien hoe social media verslaving onze wereld vervlakt en bevuilt, het een taboe is om over onze social media verslaving te praten en het niet te erkennen, vind ik het een zorgwekkende ontwikkeling.

Waar ik me ook erg zorgen over maak is de opkomst van de smartphone op de basisschool. Het apparaat dat ouders inzetten om hun kind altijd te kunnen bereiken (sommigen installeren zelfs een app waardoor ze de hele dag kunnen zien waar hun kind uithangt), is de belangrijkste life-line geworden van hun kind. Groep-achters willen allemaal een smartphone. Niet alleen omdat het een hippe gadget is, maar omdat het apparaat hen in staat stelt 24/7 in contact te zijn met hun vrienden. ‘Echte vrienden’ zijn anno 2012 immers continu voor elkaar bereikbaar. Foto’s en video’s worden over en weer gepingt en je kunt online spelletjes met elkaar spelen. Voor twee derde van de 12-jarigen is de smartphone zelfs belangrijk genoeg om er ‘illegaal’ voor te werken door bijvoorbeeld de krantenwijk van je oudere broer te lopen. Ouders vinden dat prima, zolang het kind zijn verantwoordelijkheid neemt. Maar waarvoor neemt dit kind zijn verantwoording? Misschien wel voor zijn eigen verslaving.

Sinds een tijdje maak ik kinderen op scholen bewust van onder andere de emodrop, de risico’s van social media en de verslaving daaraan. Jongeren hebben daarnaast ook moeite om ratio en gevoel van elkaar te onderscheiden. Een lastig iets op die leeftijd en middenin de puberteit. Ze leren met vallen en opstaan. Zelfvertrouwen waar lang aan getimmerd is, zie ik soms na één lullige tweet als sneeuw voor de zon verdwijnen. Online is de drempel laag, dus de docent Frans een ‘hoer’ noemen op Twitter is dan best makkelijk. Tekst is eigenlijk nog niet eens de grote boosdoener. Foto’s en video’s hebben de meeste kracht en invloed en worden door pesters veelvuldig ingezet. Soms alleen als chantagemiddel, maar impulsieve acties waarbij persoonlijke content van iemand zomaar het internet op wordt geslingerd gebeurt vaker dan we denken. Ik heb het idee dat krantenkoppen niet het topje van de ijsberg zijn. Op iedere school waar we komen is er wel wat aan de hand met die kinderen en hun smartphones. En wie is daar verantwoordelijk voor? Ouders wijzen naar school, docenten wijzen naar de ouders.

Zien dat zelfs kinderen verslaafd zijn aan social media en hun smartphone vind ik erg verontrustend. Kinderen leren ratio van gevoel te onderscheiden is altijd al onderdeel geweest van de opvoeding op die leeftijd, maar hen van een verslaving afhelpen is nieuw en vereist een geheel andere aanpak. Meer iets voor een gedragstherapeut eigenlijk. Voor die @#-cursus zouden overigens ook veel volwassenen zich moeten aanmelden.

Praten over social media verslaving is een taboe, ook bij volwassenen. ‘Ach, we lijden er allemaal wel eens aan’, hoor ik vrienden zeggen. Of, ‘Ja, ik zit ook in die fase’, zijn bekende kreten van echte verslaafden. Alsof je af en toe een sigaretje neemt en het heus wel onder controle hebt. Social media verslaving is venijniger dan we denken. Als het bijvoorbeeld om drugs of alcohol gaat, worden de verslaafden door mensen uit hun omgeving wakker geschud. Bij social media verslaving zijn die klokkenluiders er niet, want ach, we zijn toch allemaal een beetje verslaafd. We denken dat we Facebook beheersen, maar het is eerder andersom.

Margaux Tjoeng is naast haar redacteurschap voor Joop.nl projectmanager bij Stichting Wolf. Een organisatie die wordt gerund door jonge twintigers die maatschappelijke thema’s bij jongeren onder de aandacht brengt. Momenteel geeft zij voorlichtingsworkshops over social media voor zowel jongeren, ouders en docenten.